Preek 15e zondag, door het jaar C, 13 juli 2025
Op deze vijftiende zondag door het jaar horen we de bekende gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Jezus daagt ons uit na te denken wat dit voor ons betekent anno 2025.
Op deze vijftiende zondag door het jaar horen we de bekende gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Jezus daagt ons uit na te denken wat dit voor ons betekent anno 2025.
Een onzichtbare God, zichtbaar geworden in Jezus, en toch blijft God een mysterie, blijft Hij verborgen voor onze ogen. Ook Jezus is terug naar de Vader, Hij is aan onze ogen onttrokken. Je loopt dan het risico toch weer je toevlucht te nemen in dat wat je kunt zien. Dat is de eeuwige bekoring, dat we steeds weer ons heil verwachten van wat we kunnen zien.
Vandaag horen we de beroemde parabel van de barmhartige Samaritaan. Maar meer dan een mooi verhaal is het een oproep aan ons.
Je kunt altijd argumenten vinden om iets niet te doen, om niet barmhartig te zijn, redelijke argumenten zelfs, begrijpelijke argumenten, meestal in de tijdgeest ook acceptabele argumenten. Jezus wil dat allemaal doorbreken vanuit Gods Barmhartigheid.
Waarom zijn veel mensen over God en de hemel gaan spreken als over “Iets”? We zijn minder abstract gaan denken en meer concreet. Kon je vroeger spreken over de Heilige Geest als een persoon. In onze tijd lukt dat nog amper omdat mensen bij een persoon denken aan een romp met hoofd en armen en benen. Voor een theoloog is een persoon vooral een denkend wezen met een eigen identiteit.
“Wie is de naaste van dit slachtoffer?” vraagt Jezus. “Degene die hem barmhartigheid betoond heeft.” antwoordt de Wetgeleerde.
Christus geeft ons de kans in ons dagelijks leven het verschil te maken. Juist bij tijdsdruk, bij de commercialisering van de samenleving, bij de nieuwe zakelijkheid.
Het wordt tijd voor de ‘God-leeft-theologie’. God leeft in iedere mens die zijn naaste nabij is, God leeft in iedere mens die net als Jezus het eerste en het tweede gebod van harte naleeft.
Voor wie wil ik een naaste zijn. Wie ervaart mij als een naaste buur, als een gesprekspartner?
Hoe gaat het in een gemeenschap als de onze? Zijn er bij ons geen eenzamen? Geen mensen die gebaat zijn bij vriendschap en sympathie, met oprechte aandacht? Als wij bij dat gesprek hadden gestaan tussen Jezus en de wetgeleerde, wat hadden wij dan gedacht?