Preek 16e zondag, door het jaar C, 20 juli 2025
Op deze zestiende zondag mogen we God in ons huis ontvangen, zoals eens Abraham en net als Marta en haar zus Maria. Van de twee zussen mogen we bovendien leren wat het belangrijkste en beste deel is.
Op deze zestiende zondag mogen we God in ons huis ontvangen, zoals eens Abraham en net als Marta en haar zus Maria. Van de twee zussen mogen we bovendien leren wat het belangrijkste en beste deel is.
De Goede Herder brengt zijn schapen naar grazige weiden. Hij geeft rust aan hun zielen. Daarom komen wij, om zijn Woord te horen en gevoed te worden door de Eucharistie.
Dit weekend is er de werelddag voor grootouders en ouderen. We horen de wijsheid over Gods goedheid en mildheid. We horen Paulus over onze menselijke zwakheid en Jezus die ons de parabel van het zaad en het onkruid uitlegt.
Gastvrijheid is niet alleen een opdracht, het is een kans, want God zelf komt bij ons op bezoek.
Vandaag gaan de lezingen over herders. Onze tijd kent talloze herders, maar zijn het ook herders naar Gods hart? In Jezus hebben wij De Goede Herder die zijn leven geeft voor zijn schapen.
Net als verleden week zondag spreekt Jezus deze zondag over een zaaier. Ook nu gaat het over de opbrengst, de oogst, maar ook over de problemen, de tegenvallers en de tegenwerking; maar vooral over de vraag hoe we om moeten gaan met het kwaad in ons leven.
Wat is gastvrijheid? Waar draait het om wanneer we gasten ontvangen? Deze zondag biedt ons een bijbels en evangelische kijk daarop. In de Kerk ervaren we Gods gastvrijheid als we Gods Verbond vieren.
Voor een Christen is het hoogtepunt en de toekomst van de mens, niet een spelende of een digitale mens, ook niet een producerende of consumerende mens, ook niet een zichzelf verwerkelijkende ik-gerichte narcistische mens. De toekomst is ons getoond en geschonken in Jezus Christus.
Jezus leert zijn leerlingen met alle tegenslagen om te gaan. Je hebt verschillende soorten mensen, er zijn verschillende omstandigheden en Gods Koninkrijk heeft ook vijanden.
Jezus komt om ons te bevrijden en Martha heeft bevrijding nodig, maar waarvan? Niet van haar gastvrijheid, dat is een talent en een deugd. Ook niet van haar organisatietalent, ook dat een een gave van God. Waarvan moet Martha dan bevrijd worden? Ik schat zo in dat zij bevrijd moet worden van haar zorgelijkheid en haar te grote aandacht voor het lichamelijk welzijn.