In het evangelie horen we hoe Jezus zijn apostelen roept en uitzendt. Hij roept en zendt ook ieder van ons, heel persoonlijk.
Eucharistieviering in de parochiefederatie H. Laurentius (RRM), in de kerk van de H. Albertus Magnus (Blijdorp) en de H. Hildegardis (Rotterdam Noord), weekeinde van 13 en 14 juni 2026, om 12.00 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: A2026DHJ11A (zie 2023)
Lezingen
E.L: Exodus 19, 2-6a
Psalm: Ps. 100 (99), 2, 3, 5
T.L: Romeinen 5, 6-11
All: Johannes 17, 17b
EV: Matteüs 9, 36 -10, 8
Homilie
Een missionaire parochie. Wat is dat? De laatste jaren horen we deze term vaker: De missionaire parochie. Er zijn boeken verschenen zoals van James Mallon: Als God renoveert, een missionaire kerk is meer dan lokaal samen parochie zijn. Daar zijn verschillende bijeenkomsten omheen georganiseerd ter inspiratie. Een paar jaar geleden kwam een boek uit van Tomáš Halík met zijn analyse over de Kerk in deze tijd. Hij vergeleek het met de namiddag van een mensenleven. De tijd waarin we leven zou je op verschillende manieren kunnen typeren: Het tijdperk van de secularisatie, het tijdperk van de onttovering of desacralisering, het tijdperk van de ontkerkelijking of ontkerstening, het tijdperk van de ontmythologisering van het christendom, het einde van het Constantijnse tijdperk of het tijdperk van de dood van God.
Er wordt veel nagedacht over wat onze tijd is, waar is die grote ontkerkelijking vandaan gekomen? Is dit iets tijdelijks? Of is het een ontwikkeling die al veel langer bezig is. In de laatste honderd jaar alles in een stroomversnelling gekomen. We hebben de de gevolgen van deze ontwikkeling in onze eigen kerken zelf volop gezien. Studies en statistieken laten er ook geen twijfel over bestaan. We worden niet klein, we zijn het al.
Het Tweede Vaticaans Concilie heeft ons erop gewezen dat we steeds moeten terugkeren naar de bronnen van ons geloof. Dat is Christus, het Evangelie en het Oude testament, dat is de traditie met de kerkvaders en de heiligen.
Lang hebben we gedacht dat het hier in het christelijke Europa wel goed zat, al in de eerste eeuwen is hier immers het geloof verkondigd. Van hieruit zijn talloze missionarissen naar andere werelddelen getrokken. We dachten, ach het kan soms een poosje tegenzitten, maar over twintig of dertig jaar gaat het weer de goede kant op, we hebben tenslotte al zoveel overleefd en Christus heeft gezegd dat de poorten van de hel zijn Kerk nooit zullen overweldigen.
Die gedachte kan een teken zijn van geloof, maar ook van gebrek aan waakzaamheid en een zekere luiheid. We zijn ingedut, terwijl Jezus ons oproept tot waakzaamheid. De studies die de laatste jaren het licht hebben zien, wijzen ons daarop. Paus Franciscus zei het zo: “We leven niet in een tijdperk van verandering, maar beleven de verandering van een tijdperk.” Het betekent dat de grote vertrouwde positie die de Kerk in de Westerse landen in de loop van de eeuwen heeft gehad, is veranderd en soms is verdwenen. Dan moeten we oppassen dat we niet automatisch meegaan in het rigoureus opruimen en wegdoen. We moeten goed kijken wat wel of niet nog past in de nieuwe situatie. Maar wat is die nieuwe situatie?
Dat brengt ons bij het evangelie van vandaag. Jezus roept en zendt zijn apostelen. De Kerk is klein begonnen en in drie eeuwen gegroeid tegen de verdrukking in. Na het jaar 400 kwam er de grote uitbreiding toen het christendom staatskerk werd. Inmiddels is er in veel landen scheiding van Kerk en staat, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. Kerken worden niet bevoordeeld door de staat en de ontwikkeling is de andere kant opgegaan. Dat bedoelt Tomáš Halík met het einde van de Constantijnse periode.
Het betekent dat wij opnieuw moeten kijken naar de eerste Christenen, hoe ging het vlak na dat Eerste Pinksterfeest. Maar we kunnen ook kijken naar katholieke gemeenschappen in landen waar zij altijd al een minderheid zijn geweest. Hoe hebben zij daar standgehouden? Of naar gebieden waar het christendom geen staatsgodsdienst is. Wat is hun geloof en mentaliteit?
Het betekent in ieder geval dat wij bevraagd worden op ons eigen geloof. Wat betekent het voor jouzelf om zout van de aarde te zijn en licht in de wereld. Wat betekent dat woord van God aan Mozes dat ook op ons van toepassing is: “Jullie zullen mijn priesterlijk koninkrijk en mijn heilig volk zijn”.
Jezus heeft dit alles op een bepaalde manier voorzien. Ooit zei Hij: “Maar: Zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?” (Lucas 18, 8b). De heilige Paus Johannes Paulus II sprak ooit over een aangeboren religiositeit van elke mens. Maar de vraag is of mensen dit talent in verschillende maten bezitten en dat het zich dan ook op heel verschillende manieren kan ontwikkelen of niet ontwikkelen.
Hoe dan ook: “We beleven de verandering van een tijdperk.” Dat heeft grote gevolgen voor ons kerk-zijn. Zoals ooit het Perzische rijk instortte, het Griekse rijk instortte, het Romeinse Rijk instortte, zo komt er ook een einde aan de Westerse dominantie. Welk rijk er dan machtiger wordt, is nog de vraag, want alle culturen wereldwijd zijn geïnfecteerd met het Westerse virus. Tegelijk weten wij dat voor alle culturen Christus het geneesmiddel is. Dan moeten christenen wel authentiek zijn, gelovig, liefdevol en trouw, zuiver levend voor God en de naaste, niet egoïstisch, niet uit op voordeel en zelfhandhaving, dienstbaar en trouw aan het voorbeeld van Christus en de heiligen.
Kom, volg Mij, zei Jezus tegen zijn leerlingen. Dat hebben ze gedaan, ook toen Hij alweer terug was naar zijn hemelse Vader. Ze zijn Hem blijven volgen, zijn voorbeeld, zijn Woord. Ze hebben zijn opdracht ter harte genomen en zijn de wereld ingegaan. Ze hebben hun eigen leven als onbelangrijk geacht, te bate van de redding van de wereld. Ze hebben alles prijsgegeven om Hem te volgen. Zo hebben zij het geloof de wereld ingebracht. Het is aan God of er een nieuwe Constantijnse periode aanbreekt, maar los daarvan zullen wij, ieder van ons moeten getuigen, missionair worden, heilig, en Hem navolgen. Amen.
Voorbede
Bidden wij tot God die alle dagen met ons is, tot aan de voleinding der wereld.
Wij bidden dat de wereldwijde gemeenschap van de Kerk haar missionaire zending serieus neemt. Dat alle gelovigen hun relatie met God verdiepen, hun geloof versterken en uit liefde tot God en de naaste daarvan getuigen in woord en daad. (Laat ons [zingend] bidden.)
Wij bidden voor onze samenleving, dat er een bezinning mag komen op de manier van leven en de vaak harde en egoïstische mentaliteit. Wij bidden voor opiniemakers en opinieleiders dat zij te raden gaan bij Christus, opdat er een nieuwe toekomst gloort voor onze wereld. (Laat ons [zingend] bidden.)
Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat we ook zelf tijd nemen om na te denken wat onze bijdrage kan zijn aan de opbouw van onze parochie, dat we tijd maken voor gebed en studie, voor diaconie en gemeenschapsopbouw. (Laat ons [zingend] bidden.)
Wij bidden voor gezinnen; voor echtparen en alleenstaanden, voor ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen, dat we het aandurven bij Jezus te horen en anders te zijn dan de wereld waarin we leven. Wij bidden om liefde en geloof, om moed en volharding, om mildheid en geduld, wijsheid en trouw. (Laat ons [zingend] bidden.)
Intenties