Ja zeggen en nee doen; het komt al te gemakkelijk voor en we hoeven daarbij niet naar anderen te wijzen. Jezus roept ons op tot trouw en betrouwbaarheid, zoals God trouw is aan zijn jawoord.
Eucharistieviering in de kerken van de H. Bernadette (Schiebroek) en de HH. Laurentius en Elisabeth (Kathedraal), zondag 27 september 2026, om 09.30 en 11.00 uur (Kathedraal gastkoor Vocalis uit Katwijk), door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: A2026DHJ26A
Lezingen
E.L: Ezechiël 18, 25-28
Psalm: Ps. 25 (24), 4bc-5, 6-7, 8-9
T.L: Filippenzen 2, 1-11 of 1-5
All. Vers. Johannes 10, 27
EV: Matteüs 21, 28-32
Homilie
Wereldwijd zien we protesten, jongeren die roepen dat de overheid veel beloofd, maar nooit wat doet. De protesten braken vanaf de zomer van 2025 massaal uit in landen als Indonesië, Marokko, Madagaskar, Nepal, de Filipijnen en Peru; geen werk, geen inkomen, geen huizen. Veel beloven, weinig realiseren. Ooit zei Jezus: Uw ‘ja’ moet ja zijn en uw ‘nee’ moet nee zijn en wat daar nog bij komt is van de boze. Maar dat geldt niet alleen voor de politiek.
Het gaat om het jawoord zelf. Hoe gevoelig ligt dat. Denk aan het huwelijk. Hoeveel pijn is er als het jawoord geen stand houdt? En waardoor komt het? Er zijn wel duizend redenen te bedenken, maar het verdriet voor het stel en voor de kinderen is groot en de gevolgen blijven.
Ja zeggen en ja doen. Daarover spreekt Jezus vandaag. Het is uit het leven gegrepen, opnieuw een verhaal over twee zonen. We kennen ze uit het oude testament: Kaïn en Abel. Of uit de parabel van Jezus over de oudste en de jongste zoon. De oudste doet zijn plicht, de jongste neemt het geld en gaat feesten.
Vandaag is het enigszins omgekeerd. De eerste zegt ja, maar doet het niet. De tweede zegt eerst nee, maar krijgt spijt en doet het alsnog. Maar laten we eerst kijken tegen wie Jezus dit zegt en waarom. Wat wil Hij zeggen met dit voorbeeld? Verleden week zondag hadden we het thema: De eerste en de laatsten. Jezus houdt de Farizeeën en Schriftgeleerden, de priesters en de oudsten een spiegel voor. De zondaars die zich bekeren op het woord van Jezus mogen uitzien naar Gods barmhartigheid en Gods koninkrijk binnengaan. Zij die precies weten wat de Wet van Mozes voorschrijft, maar zich niet bekeren, die geen barmhartigheid tonen, geen erkenning van hun eigen zonden, zullen helemaal achteraan moeten aansluiten.
Dus gaat het hier niet zomaar over ons dat we ons aan ons woord moeten houden, maar dat we bereid moeten zijn tot bekering. Wie zijn wij als we kijken naar deze twee jongens? Zijn wij als baby gedoopt, altijd naar de Kerk gegaan, braaf gebleven? Nou ja, die regels van de Kerk hoef je niet te zwaar te nemen, dat kan je zelf wel bepalen … Toch? En de Kerk moet zich niet met alles bemoeien. Dat maken we zelf wel uit. Dan lijken we veel meer op die Farizeeën dan we zelf zouden denken. Die deden best keurig wat ze moesten doen, maar pasten de Wet van Mozes wel aan naar eigen voorkeur. Tegelijk keken ze met minachting naar anderen, en vonden zichzelf beter dan anderen. Dat zijn in de gelijkenis degene die ja zeggen maar nee doen.
De voorkeur van Jezus gaat uit naar degene die eerst nee zei, maar daarna toch ja deed. Is Jezus dan blij met ons nee, ik wil niet? Daar gaat het niet over. Jezus is zelf de derde Zoon die ja zegt en ja doet. Maar Jezus is blij met ieder die zich bekeert. Hij is de Goede Herder. Hij is het die gekomen is om te redden wat verloren was. Maar voor hen die vinden dat ze geen redding nodig hebben, kan Hij weinig betekenen.
Daarom deze spiegel vandaag in het Evangelie. Doorgewinterde katholieken lopen het risico te gaan lijken op de eersten. Ze hebben vroeg hun Doopsel gehad, hun Eerste Communie gedaan, het Vormsel ontvangen, zij zijn de vroege ja-zeggers. Maar als ze bij het ouder worden afhaken, geloof en Kerk loslaten, of alles naar eigen hand zetten, dan zullen zij de laatsten zijn waar ze eens de eersten waren.
Tegelijk zien we in onze tijd veel volwassenen en ook jongeren die of weinig meekregen van geloof, of eerst nee zeiden omdat geloof en Kerk ze niet aanstonden, maar die gaandeweg zeggen, ja, wel, ik wil wel. Amen.
Voorbede
Wij bidden tot God die ieder mens in barmhartigheid de hand reikt:
Wij bidden voor de Kerk en voor alle gedoopten, dat zij de uitnodiging van Jezus aannemen om in eenvoud en vertrouwen met Hem de weg te gaan. Dat zij gaandeweg de waarheid mogen ontdekken die schuilgaat in zijn Woord, in zijn Voorbeeld en in zijn Kerk. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor de samenleving, dat er wereldwijd een nieuwe ruimte ontstaat voor geloof en Kerk-zijn. Dat de dialoog tussen Kerk en wereld zich verder mag ontwikkelen en dat deze dialoog mag leiden tot wederzijds begrip en waardering. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen. Dat we ja-zeggen voor het goede en nee tegen het kwaad, dat we wegen vinden om in onze eigen omgeving te bouwen aan verdraagzaamheid, dat we zelf de eenvoud van hart beoefenen die ons dichter bij Gods koninkrijk brengt. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat we samen alle arrogantie en verwaandheid vermijden, dat we God dankbaar zijn voor al het mooie en goede in de schepping, dat we trouw zijn aan onze beloften naar God en elkaar. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties