Skip to content

De verrezen Christus komt naar ons toe, Hij komt in ons midden, Hij luistert naar ons en stelt ons vragen. In de Eucharistie mogen we horen wat Hij ons wil zeggen en mogen we Hem gaan herkennen bij het breken van het brood.

Eucharistieviering in de parochiefederatie H. Laurentius (RRM), in de kerk van de H. Lambertus (Kralingen), de Pax Christi (Spangen) en de HH. Laurentius en Elisabeth (Kathedraal), weekeinde van 18 en 19 april 2026,  om 19.00, 10.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: A2026TMP03A (zie 2017)

Lezingen

E.L: Handelingen der Apostelen 2, 14 + 22-32
Psalm: Ps. 16, 1-2a. 5. 7-8. 9-10. 11
T.L: 1 Petrus 1, 17-21
All. Vers. Lucas 24, 32
EV: Lucas 24, 13-35

Homilie

Zoals vaker is ook dit een bijzonder Evangelie. Twee leerlingen willen de teleurstelling van Jezus’ kruisdood achter zich laten, ze verlaten de groep en ze verlaten Jeruzalem. Ze maken zich los van de kring rondom Jezus, ze hebben wel geruchten gehoord van wat de vrouwen hebben verteld, maar ze kunnen niet geloven dat Jezus is verrezen uit de doden. Dood is tenslotte dood. Ze hebben geen idee wat ze zich moeten voorstellen bij het begrip verrijzenis. Waar zou dat op moeten lijken, wat kan dat inhouden?

Van de week lazen we in de Handelingen van de Apostelen hoe Petrus en andere leerlingen werden gevangen genomen en voor de Hoge Raad, het Sanhedrin werden geleid. Bij dat verhoor nam een zekere Gamaliël het woord. Hij was een Farizeeër en een wetgeleerde, een die bij het hele volk in aanzien stond. Hij liet de apostelen een ogenblik naar buiten brengen en zei: “Mannen van Israël, bedenkt wel wat jullie met deze mannen gaan doen. Vóór onze tijd immers trad Teudas op, die beweerde dat hij iemand van betekenis was en bij wie zich een groep van ongeveer vierhonderd man aansloot. Hij werd gedood en allen die op hem vertrouwden, werden uiteengejaagd. Na hem, in de dagen van de volkstelling trad Judas de Galileeër op en sleepte veel volk mee, en allen die op hem vertrouwden, werden verstrooid. Wat ons geval betreft, zeg ik u: bemoeit u niet met deze mensen maar laat ze hun gang gaan. Gaat deze opzet of dit werk van mensen uit, dan zal het op niets uitlopen. Gaat het echter van God uit, dan zult gij hen niet uiteen kunnen slaan; anders zou misschien blijken dat gij tegen God in verzet zijt (Hand. 5, 34-39).”

Dus; Ooit trad dus Teudas op. Vierhonderd man sloten zich aan, maar toen hij werd gedood, hield het op. Later trad Judas de Galileeër op, populair bij het volk, hij begon een opstand, maar die werd hard neergeslagen door de Romeinen. Nu heb je Jezus, hij is populair, heeft twaalf apostelen, ruim 70 leerlingen, er waren bijeenkomsten van soms duizenden mensen. Hij is dood en twee van zijn leerlingen verlaten de groep. Herhaalt de geschiedenis zich?

Wat is verrijzenis? De vorige eeuw werd er soms populair en simpel gezegd dat Jezus niet lijfelijk verrezen was, maar dat de leerlingen zelf, door hun liefde voor Jezus en omdat ze vonden dat zijn Boodschap door moest gaan, zijn verrijzenis zelf hebben bedacht of gecreëerd of opgeroepen of hoe dan ook, maar het Evangelie van vandaag laat het tegendeel zien. Dat is de verrijzenis níet. Dat is geen verrijzenis. Je kunt je de teleurstelling, het debacle, de ontgoocheling nauwelijks voorstellen. Het was totale desillusie. Alles was over, alles was voorbij. Dat gevoel trof niet alleen deze twee leerlingen, bij de twaalf en de 70 leerlingen was het niet veel anders.

Het is daarom heel wonderlijk hoe Jezus hun de ogen opent. Hij doet dat heel geleidelijk, stapsgewijs. Zonder geloof kunnen ze Hem niet zien, zonder geloof kunnen ze Hem niet herkennen. Hij wekt hun geloof en loopt met hen mee, Hij luistert én Hij stelt vragen. Dan volgt de tweede fase. Hij begint te vertellen en uit te leggen, Hij roept in herinnering wat de profeten gezegd hebben. Zo doorbreekt Hij stap voor stap de teleurstelling en hun gevoel van hopeloosheid.

Maar voordat we verder gaan. Waar zat nu de kern van hun teleurstelling? Die zat daarin dat de leerlingen door Jezus een andere hoop hadden. Vóór Jezus leek het dat de farizeeën steeds God aan hun kant hadden, dat de machtige Romeinen ook God aan hun kant hadden. En dat de onmachtigen, de kleinen, de zondaars, de onreinen, de mislukten, de zieken en de gehandicapten, door God níet werden gezien. Jezus had God op een nieuwe manier verkondigd, Hij had vergeving verkondigd en bevrijding van zonden, Hij had de hemel verkondigd als het huis van de Vader waar iedereen die zich bekeert en in Jezus gelooft en die bereid is Hem te volgen, welkom is. Dit was Goed Nieuws, die hoop was zo niet eerder gevoeld. Daarom was de teleurstelling extra groot. Nu hadden de farizeeën, de sadduceeën, de hogepriester, de oudsten, de wetgeleerden met steun van de Romeinen toch weer het gelijk aan hun kant gekregen. God stond dus toch aan hun kant.

Deze leerlingen kunnen het niet anders zien. Het einde van Jezus is precies hetzelfde als dat van al zijn voorgangers. Het is weer op niets uitgelopen.

Dan loopt Jezus met hen mee. Hij luistert, Hij neemt het woord over, Hij legt uit en met spreekt duidelijk over het lijden: “O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben. Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?”

Het lijden hoorde bij de weg, het was de noodzakelijke weg van de Messias. Zijn lijden was een weg tot overwinning en glorie. Het was geen mislukking, geen bewijs dat God Hem had afgewezen, dat lijden was niet een overwinning van de tegenstanders. Jezus moest de dood overwinnen en het eeuwig leven toegankelijk maken. Terwijl Jezus zo met hen spreekt begint hun hart te gloeien. Ze horen opnieuw de woorden van Jezus, maar ze herkennen Hem nog steeds niet. Hun geloof wordt wel gewekt, hun ogen moet nog open gaan.

Dan gaat Hij binnen om bij hen te blijven. De Eucharistie is het teken dat Jezus bij ons blijft, Hij treedt binnen om bij ons te blijven. Dan is er zijn teken van het laatste Avondmaal, zijn teken, zijn woorden. Bij het breken van het brood zien ze pas dat Hij Zelf in hun midden is. Dan verstaan ze ineens, begrijpen ze ineens wat verrijzenis is. Dan durven ze ongehinderd te geloven, en gaan ze alles zien met nieuwe ogen. Dan is het Pasen, echt Pasen. Amen, Alleluia.

Voorbede

Wij bidden tot God die ons allen in Christus nieuw leven geeft.

Wij bidden voor alle gelovigen wereldwijd, dat zij in de Eucharistie kracht vinden om te geloven, dat zij de Sacramenten van Christus mogen ervaren als tekens van de levende Heer, tekenen van zijn Verbond, en van Hem getuigen als de Levende die bij ons blijft. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor alle mensen die twijfelen aan de verrijzenis – voor hen die niet geloven in de Eucharistie – voor hen die het lijden zien als mislukking en louter verlies – dat Christus hun nabij is, aan hun zijde meeloopt en hun de ogen opent. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochiegemeenschap en onze parochiekernen, wij vragen om verdieping van ons Paasgeloof, dat wij net als Hij anderen nabij zijn, zodat zij door onze goede woorden en goede daden Gods nabijheid bewust worden en groeien in geloof, hoop en liefde. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen; voor echtparen en alleenstaanden, voor ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen, dat wij Christus in de naaste leren zien, Christus die we dienen, voor wie we mogen zorgen, die we mogen liefhebben en door wie we de zin van ons bestaan leren kennen. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top