De zondag van De Goede Herder is ook roepingenzondag. De aandacht gaat uit naar de bijzondere roepingen in de Kerk. Tegelijk zet het ons aan het denken over onze eigen roeping.
Eucharistieviering in de parochiefederatie H. Laurentius (RRM), in de kerk van de H. Bernadette (Schiebroek) en de HH. Laurentius en Elisabeth (Kathedraal), zondag 26 april 2026, om 10.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: A2026TMP04A
Lezingen
E.L: Handelingen 2, 14a. 36-41
Psalm: Ps. 23 (22), 1-3a, 3b-4, 5, 6
T.L: 1 Petrus 2, 20b-25
All. Vers. Johannes 10, 14
EV: Johannes 10, 1-10
Homilie
Het was in 1964, nu 62 jaar geleden, tijdens de derde zittingsperiode van het Tweede Vaticaans Concilie, dat de H. Paus Paulus VI deze gebedsdag instelde: Roepingenzondag. Het is een dag om extra te bidden voor roepingen tot het priesterschap, het diaconaat en het religieuze leven.
Gaan we even terug naar 1964, paus Paulus VI zag toen al een sterke teruggang in het aantal roepingen tot het priesterschap en het religieuze leven. Die dalende tendens zette zich na het Concilie dat een jaar later, in 1965 werd afgesloten, onverminderd door. Een groot aantal jonge priesters die in de jaren na de de Tweede Wereldoorlog gewijd waren, traden uit en trouwden. Sommigen bleven loyaal aan de Kerk, maar anderen waren rancuneus en gebrouilleerd met de Kerk.
Laten we kijken naar die tijd: De Tweede Wereldoorlog was voorbij. Talloze gruwelijkheden waren aan het licht gekomen, van de concentratiekampen met gaskamers tot en met de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki (6 en 9 augustus 1945) met de directe dood van meer dan 100.000 mensen en de enorme gevolgen van de straling. Daarna werkte Europa aan eenheid, want “Dat nooit meer” was de leus. Maar het Communisme verdeelde de wereld en de koude oorlog die voortduurde tot 1991, werd een nieuw feit.
Toch leidde al die spanningen, die ervaringen van de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende koude oorlog, niet tot een religieuze bezinning, het leidde niet tot meer roepingen en bracht geen verdieping van het kerkelijk leven, integendeel; de daling die al voor het Concilie was begonnen, zette door. De naoorlogse Babyboom generatie verwachtte een nieuwe wereld, niet vanuit God, geloof of Kerk, maar van de nieuwe techniek, van de nieuwe medische wetenschap, van materiële vooruitgang, van een nieuwe vrijheid in ongebondenheid, van televisie, camper, vliegtuig, iedereen voldoende te eten, olie in overvloed, overvloedige welvaart, goede salarissen en meer vrije tijd. De consumptiemaatschappij werd een feit.
Ik moet hierbij denken aan een tekst uit het Oude Testament (Vgl: Rechters 2, 7-13. 15), ik lees voor: Zolang Jozua leefde en zolang er na hem nog oudsten waren die getuigen waren geweest van de grote dingen die God voor Israël gedaan had, bleef het volk de Heer dienen. Maar Jozua, de zoon van Nun, stierf en ook zijn tijdgenoten. Toen kwam er een nieuwe generatie, die niets meer wist van de Heer, en die niet had meegemaakt wat God voor Israël in Egypte en daarna gedaan had. Toen begonnen de Israëlieten te doen wat de Heer mishaagt. Zij vereerden de Baäls en verlieten de Heer die hen uit Egypte geleid had. Zij liepen achter andere goden aan, de goden van de volken uit hun omgeving; zij bogen zich voor hen neer en krenkten de Heer. … Maar alles wat zij ondernamen mislukte, omdat de Heer tegen hen was …
Wanneer ik de huidige wereld zie, lijkt het of de geschiedenis zich heeft herhaald. Na de Tweede Wereldoorlog groeide een nieuwe generatie op, maar in plaats van een nieuwe wereld op te bouwen mét God, bouwden ze een wereld op zónder God, met als gevolg dat die eigen wereld hun afgod werd. De nieuwe wereld bleek een nieuwe toren van Babel te zijn, de spraakverwarring tussen landen, continenten en culturen is inmiddels alweer een feit. Het is lastig om goed onder woorden te brengen waar het toen precies in zat, was het hoogmoed, was het euforie, was het een reactie op te strenge regels, was het gebrek aan diepgang in de laatste generaties voor de Wereldoorlog, was het dat de geschiedenis zich gewoon herhaalt, van generatie op generatie? Er is al veel over geschreven en er zal nog meer over geschreven worden.
In 1991, het jaar waarin de Koude Oorlog eindigde, werd ik op 25 mei priester gewijd. In Nederland vierde de polarisatie toen nog hoogtij. Twee kampen stonden tegenover elkaar. Het was een relatief kleine groep in Nederland die de visie had dat we moesten terugkeren naar wat het Vaticaans Concilie had gebracht, met trouw aan de Kerk, met het Evangelie, met de moraal.
We zijn inmiddels weer 35 jaar verder. Weer een nieuwe generatie groeit op. Jonge mensen zien wat de vorige generaties van de wereld gemaakt hebben. De consumptiemaatschappij heeft de aarde uitgeput en de huidige generatie opgezadeld met klimaatverandering die zich met een sneltreinvaart doorzet. De nieuwe generatie ziet dat die nieuwe wereld die mensen zonder God willen scheppen, geen toekomst heeft. Ik zie jonge mensen die God zoeken, die onafhankelijker staan tegenover de Westerse cultuur, die diepgang zoeken en innerlijkheid.
Het is roepingenzondag anno 2026, zondag van De Goede Herder. Dit jaar waren er meer geïnteresseerden op de oriëntatiedag op de priester- en diakenopleiding Vronesteyn. Het is aan ons, de oude generatie, de taak om nieuwe kandidaten te steunen, door zelf niet te blijven steken of terug te keren naar de polarisatie van de vorige eeuw, door zelf niet door te verlangen naar nog oudere of nog klassiekere liturgie of theologie, maar de Heilige Geest te volgen die ons in het Tweede Vaticaans Concilie de weg heeft gewezen. Aan ons, de oudere generatie is het ook de taak om te bidden dat de nieuwe generatie de kracht krijgt om in deze tijd, waarin een andere polarisatie opduikt tussen links en rechts, ook in de Kerk, om hun roeping te onderscheiden, voor hen te bidden dat zij kracht krijgen hun roeping te volgen en zelf uit te groeien tot goede herders. God blijft zijn kerk trouw, haalt haar door de stormen van de tijd heen, het is paastijd, Alleluia, Christus is verrezen en doet ook ons weer opstaan. Amen.
Voorbede
Wij bidden in geloof en vertrouwen tot God die onze Goede Herder is.
Wij bidden op deze roepingenzondag in het bijzonder om roepingen tot diaconaat, priesterschap en religieus leven; wij vragen om werkers in Gods wijngaard, mensen die goede herders willen zijn in navolging van Christus. (Laat ons [zingend] bidden.)
Wij bidden voor onze wereld, voor alle herders in de volle breedte van de samenleving, in politiek, media en wetenschap, voor mannen en vrouwen, dat zij het voorbeeld van De Goede Herder voor ogen houden en bekoringen van eigenbelang en verkeerde ideologieën overwinnen. (Laat ons bidden.)
Wij bidden voor onze parochies en onze parochiekernen, dat wijzelf steeds positief en hartelijk spreken over geloof en roeping, zodat jonge mensen mede door ons getuigenis inspiratie vinden en de kans krijgen Gods roepstem te verstaan. (Laat ons bidden.)
Wij bidden voor gezinnen; voor echtparen en alleenstaanden, voor ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen, dat binnen de gezinnen een klimaat mag groeien waarin Gods roepstem wordt gehoord en beantwoord. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties