Onze tijd anno 2026, lijkt in sommige opzichten op die van de apostelen. Dan mag de manier van verkondiging ook hetzelfde zijn; het goede doorgeven met vuur en overtuiging. In de Eucharistie vragen wij de Heer dat Hij daartoe zijn Geest in onze harten zendt.
Eucharistieviering in de parochiefederatie H. Laurentius (RRM), in de kerk van de H. Bernadette (Schiebroek) en de H. Hildegardis (Rotterdam Noord), zondag 10 mei 2026, om 9.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: A2026TMP06A
Lezingen
E.L: Handelingen 8, 5-8. 14-17
Psalm: Ps: 66 (65), 1-3a, 4-5, 6-7a, 16 en 20
T.L: 1 Petrus 3, 15-18
V.E: Johannes 14, 23
Ev.: Johannes 14, 15-21
Homilie
Paus Franciscus zei in 2019 tegen de Romeinse Curie dat we niet simpelweg in een “tijdperk van veranderingen” leven, maar dat we een “verandering van tijdperk” meemaken.“ Een ander tijdperk waarbij de Kerk steeds meer gaat lijken op de Kerk uit de eerste eeuwen. Wanneer we ons daarvan bewust zijn, gaan de woorden uit de tweede lezing ineens anders klinken: “Weest altijd bereid tot verantwoording … van de hoop die in u is. Maar doet het met zachtmoedigheid en ontzag, en met een goed geweten”. Dit gaat over onze omgang met de wereld. Onze tijd lijkt steeds meer op de tijd van de apostelen. Veel meningen, veel religies en veel strijd. Dus is ook in onze tijd het advies: “Verdedigt u met zachtmoedigheid en gepaste eerbied”.
Onze tijd vraagt opnieuw om evangelisatie, maar niet door ons geloof aan anderen op te dringen of af te dwingen; geen geloofsverkondiging met het zwaard. Paulus zegt het ook aan de Christenen van Filippi: “Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer is nabij”. Onze houding naar de wereld moet die zijn van vriendelijkheid, zachtmoedigheid en gepaste eerbied.
Toch is dat niet gemakkelijk, want hoe combineer je dat met verkondiging, en getuigenis? Want het is de bedoeling dat we ons inzetten om de Blijde Boodschap te verkondigen. Paulus schrijft het aan Timoteüs: “Verkondig het woord, dring aan, te pas en te onpas, weerleg, berisp, bemoedig, met al het geduld dat het onderricht vereist (2 Tim. 4, 2)”. Te pas en te onpas, maar toch met vriendelijkheid, zachtmoedigheid en gepaste eerbied.
We zien het in de eerste lezing: “Filippus’ woorden oogstten algemene instemming toen de mensen hoorden wat hij zei en de tekenen zagen die hij verrichtte.” Bij Filippus gaan woord en daad hand in hand; hij bekommert zich om zieken naar lichaam en geest. Hij doet dat met zoveel toewijding en inzet dat iedereen onder de indruk is. Dat is geloofwaardig, dat is waarheid, dat is anders dan wat de mensen vaak om zich heen zagen gebeuren.
Het lijkt op dat wat Moeder Teresa overkwam, toen zij een huis voor stervenden wilde openen. Er was tegenwerking, er waren valse beschuldigingen, het dreigde uit de hand te lopen. Een van de woordvoerders ging het huis binnen om de zaak aan te kaarten. Maar toen hij daar de stervenden zag, in vrede, liefdevol verzorgd, draaide zijn weerstand volledig om. Hij trad op de protestmakers en zei. Jullie mogen protesteren, maar alleen als jullie moeders en zussen dit werk overnemen. Toen werd het stil.
Jezus spreekt over waarheid in het Evangelie: “Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven: de Geest van de waarheid, voor wie de wereld niet ontvankelijk is, omdat zij Hem niet ziet en niet kent.” Daar zegt Jezus nogal wat: De wereld is niet ontvankelijk voor de Geest van de waarheid. Daarmee zegt Hij dat er altijd een spanning zal blijven bestaan tussen de wereld en de Kerk. Als die spanning er niet meer is, moet er een alarmbel gaan rinkelen, want dan verkondigen we alleen nog de waarheid van de wereld, die geen waarheid is. Dit is lastig. Als wij dus het Evangelie verkondigen en zelf ook het Evangelie waarmaken in ons doen en laten, zullen we toch weerstand ondervinden, want voor die waarheid is de wereld niet ontvankelijk.
Toch moeten we niet toegeven aan de verleiding om het Evangelie te vuur en te zwaard verkondigen. Als we dan weerstand ondervinden denken we misschien dat het komt omdat de wereld niet ontvankelijk is en geven we onszelf gelijk. Maar dan schaden we het Evangelie eerder dan bevorderen.
Om het Evangelie op de goede manier te kunnen verkondigen, zoals Filippus, hebben wij de heilige Geest nodig; de Geest die Liefde en wijsheid, geduld en inlevingsvermogen combineert met kracht, volharding en trouw. Jezus belooft zijn leerlingen die Geest. Het is dankzij de Geest dat de Christenen in liefde met elkaar konden leven en de goedheid van Christus Zelf in de praktijk brengen. Dat is wat Jezus “Leven” noemt als Hij zegt: “Gij echter zult Mij zien,
want Ik leef en ook gij zult leven”.
De apostelen hebben beseft dat wat Jezus was begonnen, en wat Jezus aan hen had gegeven, niet alleen voor hen bestemd was. Alles wat zij hadden ontvangen, gaven ze door. We zien het bij de handoplegging zoals die nu nog in de Kerk wordt gepraktiseerd bij Vormsel, diaken- en priesterwijding, maar ook bij de biecht en de ziekenzalving. Zij gaven ons het Evangelie door, de sacramenten, het leven in navolging van Jezus, het apostelambt en het Petrusambt, ze gaven zichzelf, ze gaven hun leven in navolging van Jezus. Aan ons is het om dit steeds weer te ontvangen en ook zelf weer door te geven.
Onze tijd lijkt op die van de apostelen. Dus mag de manier van verkondiging ook zo zijn: Met vuur en overtuiging het goede doorgeven; dat is: Het Evangelie, het geloof in Christus; intelligent, met begrip voor de tijd en de tijdgeest, met vriendelijkheid, zachtmoedigheid en gepaste eerbied, met goede woorden en met daden van goedheid, zodat mensen ervaren dat het waarheid is wat we zeggen en dat het goed is wat we doen. Ook dan zal de wereld zich niet zomaar bekeren, maar veel mensen in de wereld zullen het herkennen en zij zullen Christus vinden en zijn Kerk zal groeien, ook hier in ons land.
Wij zien uit naar Hemelvaartsdag en Pinksteren. In de Pinksternoveen mogen we vragen om de Heilige Geest, die ons bekwaam maakt om ook in deze tijd het Evangelie te verkondigen aan alle mensen van goede wil. Amen.
Voorbede
Laten we nu vol vertrouwen bidden tot onze Vader in de hemel.
Wij bidden voor alle mensen die Jezus navolgen, dat zij vol vreugde uitkomen voor Christus en de liefde van de Vader en de Zoon doorgeven. We vragen om de juiste houding, de kennis en de wijsheid die nodig is om in deze tijd het Evangelie te verkondigen. (Laat ons [zingend] bidden.)
Wij bidden voor onze wereld en onze samenleving, we bidden voor Europa, om de goede Geest, de geest van respect voor het menselijk leven, respect voor andere culturen, om vrijheid van godsdienst, eerbied voor God, en bereidheid samen te werken en de vrede te bevorderen. (Laat ons bidden.)
Wij bidden voor onze parochies en onze parochiekern, wij vragen om eenheid en inspiratie, in liturgie en catechese, in diaconie en pastoraat, om vriendelijkheid, zachtmoedigheid en gepaste eerbied; dat al onze goede woorden zichtbaar worden in onze goede daden. (Laat ons bidden.)
Wij bidden voor onderlinge liefde in de gezinnen; wij bidden voor alle moeders op deze moederdag, dat Maria, de moeder van de Kerk hen helpt bij de mooie, maar ook intense opdracht van het moederschap, wij bidden voor jongeren in de examenperiode, dat de Heilige geest hun verstand verlicht, wij bidden om verbondenheid in Christus die alle polarisatie overwint. (Laat ons bidden.) bidden):
Intenties