skip to Main Content

Jezus houdt ons voor ogen dat wij alles wat we hebben, slechts te leen hebben. Er is niets dat van ons is, zonder dat het eerst van Hem is. In die zin zijn wij voor ons eigen leven en ons bezit net als de grote bankiers van deze wereld.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van de H. Willibrord (Oegstgeest) en de H. Joannes de Doper (Katwijk), weekeinde van 29 en 30 november 2014, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Eucharistieviering beluisteren vanuit de H. Willibrord te Oegstgeest (MP3)

Preek beluisteren vanuit de H. Willibrord te Oegstgeest (MP3)

Preek: B2014ADV01BAUFX

Lezingen

E.L.: Jesaja 63,16b-17.19b; 64,3b-8
Ps.: 80 (79), 2ac, 3b, 15-16, 18-19
T.L.: 1 Korintiërs 1,3-9
All.: Ps. 85 (84), 8
Ev.: Marcus 13,33-37

Homilie

Waakzaamheid, daar spreekt Jezus over. Waar bent u waakzaam voor? Deze zaterdag hoorde ik iets uit een uitzending over de bankencrisis. Banken hebben weer iets nieuws verzonnen om de schijn van zekerheid te wekken: CoCo obligaties, ingewikkeld, risicovol, en als banken er onderling in handelen schijnzekerheid wat hun bufferkapitaal betreft. Op naar de volgende bankencrisis. Hoe waakzaam zijn we inmiddels zo kort na de vorige?

We begrijpen dat Jezus het niet over de bankencrisis heeft of de waakzaamheid over onze portemonnee. Toch kunnen we dit voorbeeld wel gebruiken omdat Jezus Zelf ook een voorbeeld hanteert van een heer die zijn dienaar het beheer van zijn huis heeft overgedragen en de deurwachter opdracht heeft gegeven waakzaam te zijn.

Deze dienaars moeten voor een huis zorgen dat niet van hen is. Ze moeten de inboedel verzorgen die niet van hen is en de gebouwen, ze moeten het geld beheren, de landerijen en de dieren, ze moeten zorgen voor de werkers, dat zij te eten en te drinken krijgen en hun rechtmatig loon. Dat allemaal, terwijl er niets van hen bij is.

Eigenlijk is het met banken net zo. Ze beheren vermogen dat niet van hen is. Dat vermogen zit in gebouwen, inboedels, landerijen, fabrieken, machines, grondstoffen en mensen. Dat vraagt een speciale houding, net als van de dienaars waar Jezus vandaag in deze gelijkenis over spreekt.

Toch moeten we niet vergeten dat dit verhaal over ons gaat. Die dienaren zijn wij. In dit Evangelie houdt Jezus ons voor ogen dat wij alles wat we hebben, slechts te leen hebben. Die gedachte is principieel Christelijk. Jezus heeft ons vrijgekocht uit een wereld die doelloos voortholt. Hij heeft de prijs betaald met zijn leven. Zo zijn wij Hem ons leven schuldig, waardoor ons leven en alles wat wij bezitten Hem toebehoort. Er is niets dat van ons is, zonder dat het eerst van Hem is. In die zin zijn wij voor ons eigen leven en ons bezit net als de grote bankiers van deze wereld.

Over de Eerste Christenen lezen we: De menigte die het geloof had aangenomen, was één van hart en één van ziel en er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel zij bezaten alles gemeenschappelijk (Hand. 4,32). Het gaat om de juiste mentaliteit. Wat is jouw liefde? Bij wie ligt jouw loyaliteit? Voor wie ga jij door het vuur? Aan wie hebt jij je hart verpand. Doe jij alles voor jouw Heer?

Jezus gebruikt het voorbeeld van die beheerders op meerdere momenten. Het bekende verhaal van de talenten of de ponden is zo’n variatie. Een man geeft zijn dienaren, ieder naar diens bekwaamheid een deel van zijn bezit om het te bekeren. Op dat moment hangt het er dus vanaf of die dienaar bereid is voor zijn heer dat geld te beheren, op zo’n manier dat als de heer terugkomt, er vooruitgang is geboekt, vooruitgang in het huis van de Heer.

Maar wat gebeurt er als je een hekel hebt aan je heer, als je hem die winst of die vooruitgang niet gunt? Wat gebeurt er als dat huis van jouw heer je niets interesseert en je alleen met je eigen dingen bezig bent? Dan doe je er niets mee en besteed je alle tijd aan je eigen zaken.

Voor een directeur van een bank en voor de medewerkers geldt zo’n zelfde vraag. Weten dat je met geld van anderen ten dienste staat van anderen. Dat vraagt een oprecht dienstbare en hartelijke houding. Dat staat in schril contrast met directeuren en anderen voor wie hun eerste zorg de uiteindelijke bonus is en de hoogte van hun salaris, hoe snel hun promotie en hoe efficiënt hun netwerk is, zodat ze spoedig kunnen solliciteren bij een nog grotere bank et cetera. Het mag een cliché en generaliserend lijken, maar het gaat om het voorbeeld en de vergelijking.

Want de onderliggende vraag is uiteindelijk: Hoeveel schelen wij met hen, als we naar ons eigen leven kijken? Als ons leven en alles wat wij hebben eigenlijk niet van ons is en als wij later rekenschap moeten geven over wat we hebben gedaan met het bezit van onze Heer? Hoe staan we er dan voor?

Jezus roept ons op tot waakzaamheid. Aan zijn leven, zijn lijden en zijn sterven kunnen we zien wat het Koninkrijk van God Hem waard was en hoeveel wij Hem waard zijn. Alles heeft Hij ervoor over gehad om onze harten open te breken en ontvankelijk te maken voor Gods liefde. Alles heeft Hij ervoor over gehad om de wereld te tonen hoe ver God in zijn liefde voor ons gaat. Met dit ene doel, dat ook wij overstromen van liefde voor God, voor Gods Koninkrijk, voor Gods mensen, voor Gods Kerk, voor Gods schepping en voor alles wat God belangrijk vindt: aandacht voor de kleinen en kwetsbaren, gerechtigheid en trouw, liefde voor God en de naaste.

Ik kan me van vroeger herinneren dat kinderen al ruzie makend zeiden: Alles wat je zegt ben je zelf. Wanneer wij kritisch kijken naar grote instellingen zoals banken, is het goed om de spiegel van het Evangelie ter hand te nemen en te zien dat onze kritiek op anderen ook onszelf moet treffen. Een genade te kunnen leren van andermans fouten. De bedoeling is dan dat als wij op een of andere manier op zo’n positie belanden, wij meewerken aan die andere mentaliteit, die Advent mentaliteit van waakzaamheid, omdat wij alles in beheer hebben voor God, die ons heeft vrijgekocht voor zijn Koninkrijk. Amen.

Voorbede

Pr.: Bidden wij tot God, onze Vader.

Lector: Wij bidden voor alle gelovigen die nu de Advent tijd binnengaan. Wij vragen om een waakzaam en liefdevol hart, om een houding van zorg voor Gods Schepping, voor Gods mensen en Gods Kerk. Dat zij vrij mogen zijn van bezitterigheid of jacht naar macht om te leven voor God en de naaste. (Laat ons [zingend] bidden.)

Wij bidden voor alle mensen van goede wil, voor hen die Christus niet kennen maar wel het goede nastreven, dat Gods liefde in hun hart hen helpt om zich in te zetten voor anderen, dat God hen helpt innerlijk vrij te worden om het goede te doen. (Laat ons bidden.)

Wij bidden voor onze parochie, dat deze Adventtijd ons mag helpen om tijd te vinden voor God en de naaste, tijd voor gebed, tijd voor een vriendendienst, tijd voor hen die wij dreigen te vergeten. Dat we toeleven naar het mysterie van Gods komst in ons leven. (Laat ons bidden.)

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat zij verlost worden van de drang naar bezit, dat zij vreugde vinden in kleine dingen en de onderlinge liefde bevorderen. (Laat ons bidden.)

Intenties

Back To Top