skip to Main Content

Wat is het geheim van een heilig leven? Hoe hebben zij hun doel bereikt?

Eucharistieviering in de federatie RRM – H. Laurentius, in de kerk van de H. Liduina (Hillegersberg), 1 november 2021, om 19.30, 09.30 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: B2021ALLHB

Lezingen

E.L: Apocalyps 7, 2-4; 9-14
Psalm: Ps. 24 (23), 1-2, 3-4ab, 5-6
T.L: 1 Johannes 3, 1-3
All. Vers. Matteüs 11,28
EV: Matteüs 5, 1-12a

Homilie

Vandaag begin ik mijn preek vanuit de tweede lezing. Daarin staan een paar zinnen die niet zo gemakkelijk te begrijpen zijn. In zijn brief schrijft Johannes: “… wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is”.

Wij zullen aan Hem gelijk zijn, omdat wij hem zullen zien zoals Hij is. Aan die gedachte gaat een andere gedachte vooraf. Alleen de gelijke kan de gelijke echt zien. Johannes schrijft in zijn Evangelie: “Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen”. Alleen de gelijke kan de gelijke zien. De Zoon ziet de Vader. Wij zien de Vader niet. Maar door Jezus, leren wij toch de Vader kennen.

Met wat Johannes in deze brief schrijft: “… dat … wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is”, betekent: Omdat Jezus aan ons gelijk is geworden, wij gaandeweg aan Hem gelijk kunnen worden. Als wij die weg afleggen en zijn gelijke worden, zullen Hem werkelijk kennen omdat we Hem zullen zien zoals Hij is. Dan zullen wij ook de Vader kennen en met Jezus Gods kinderen zijn, ja, God gelijkend omdat zijn beeld in ons volmaakt is geworden.

Daarna schrijft Johannes nog iets: “Wie zulk een heil van God verwacht, maakt zich rein Zoals Christus rein is”. Is dat niet wonderlijk? Rein worden door iets te verwachten. Moet je je niet wassen om rein te worden. Moet je niet het vuil verwijderen om schoon te worden?

Johannes kijkt er anders naar. Het sluit aan bij de zaligsprekingen uit het Evangelie. Niet wij zijn het die onszelf heilig maken. Niet wij zijn het die onszelf zalig prijzen; treurenden zullen getroost worden, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid zullen verzadigd worden. Wie troost hen dan? Wie verzadigt hen dan? Niet de wereld, die is juist de oorzaak van het verdriet en van de ongerechtigheid. Het gaat om de treurenden die hun heil van God verwachten; zij zullen getroost worden. Het zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; God zal hen verzadigen. Hoe? In zijn koninkrijk, waarvan we hier op aarde al de eerste contouren mogen zien en die we ten volle zullen bezitten in het eeuwige leven.

Dit heeft alles te maken met al die heiligen die we vandaag gedenken. Al die bekende en onbekende heiligen hebben iets gemeenschappelijks. Ze hebben hun heil van God verwacht. Ze hebben hun heil niet verwacht van de wereld; niet van aardse hoogmoed en ijdelheid; niet van aards plezier; niet van aardse hardheid en eigenbelang; niet van aardse rechters; niet van aardse vergelding; niet van aardse dubbelzinnigheid en dubbelhartigheid; niet van aardse wapens met schijnvrede; niet van aards meewaaien met ongerechtigheid; niet van aardse halfslachtigheid waardoor mensen Jezus laten vallen. Daarvan hebben ze hun heil, hun geluk, hun leven, hun toekomst niet verwacht. Zij hebben hun heil verwacht van God en dat heeft hen rein gemaakt.

Wij hebben ons heil niet in eigen hand. Wanneer we dat willen, waaien we mee met de wereld die haar eigen heil op haar eigen manier wil bewerken maar daardoor de ellende uiteindelijk steeds weer groter maakt. Hoelang nog?

De heiligen worden heilig omdat ze hun heil van God verwachten. Hoeven zij dan niets te doen? Integendeel, ze werkten harder dan anderen, sommigen leefden maar kort, ze doorstonden vermoeienissen en martelingen, ze maakten lange nachten met werk en gebed, leefden ver van huis en haard, van familie en vrienden. Toch verwachten ze hun heil niet van eigen inspanning en onthechting. Het was andersom; zij konden dit doen en ze deden dit omdat zij God aan het werk lieten. God kreeg de ruimte in hun hart.

Alle heiligen zijn zondaars, alle heiligen hebben hun beperkingen, alle heiligen hebben op momenten gefaald. Maar met hun zonden, hun beperkingen en hun falen gingen ze steeds weer naar Jezus, naar de Kerk, naar de sacramenten; door de biecht, door de Eucharistie, door het gebed konden zij standhouden en niet vervallen in moedeloosheid of leegheid of frustratie of ongeloof of verharding of bitterheid of hopeloosheid of halsstarrigheid of blinde uitzichtloosheid. De heilige zijn heel gewone mensen. We moeten oppassen hen niet tot supermensen te maken, supermen en superwomen, helden die hoog boven ons verheven zijn. Juist op het feest van Allerheiligen moeten we denken aan vaders en moeders, grootouders en jonge mensen. Maria is daarin een uitstekend voorbeeld. Zij bidt in haar lofzang: “Wonderbaar is het wat Hij mij deed, de machtige, groot is zijn Naam”. “Wat Hij mij deed.”

Maria laat ons zien wat er kan gebeuren als we God de ruimte geven, als we God aan het werk laten in ons hart, in onze ziel, in ons leven. Als Hij werkelijk de ruimte krijgt, werkt Hij door tot in ons lichaam. Zo kon Maria uit kracht van Gods genade Gods Zoon ter wereld brengen. Zo kon Petrus zijn lichaam prijsgeven ondersteboven gekruisigd in Rome. Zo kon Paulus schipbreuk en slangenbeten doorstaan en overleven, omdat Gods kracht en genade hem overeind hield.

Eigenlijk is heilig worden niet moeilijk. Het moeilijke is dat we zo gehecht zijn aan deze wereld en aan de manieren, de methoden en de illusie van deze wereld. Daarom vragen we de heiligen nu om ons te helpen loslaten, zodat God alle ruimte krijgt in ons leven en wij met Maria kunnen zeggen: “Wonderbaar is het wat Hij mij deed, de machtige, groot is zijn Naam”. Amen.

Voorbede

Wij bidden tot God die uitnodigt zijn Zoon te volgen.

Wij bidden voor alle gedoopten, dat zij zich durven toevertrouwen aan de weg die Jezus is, dat zij werkelijk hun heil van God verwachten, dat zij toegroeien naar het volmaakte beeld dat God in hen heeft geschapen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, voor de deelnemers aan de klimaatconferentie, dat zij in wijsheid overleggen, niet elkaar de loef afsteken, niet uit zijn op eigen voordeel maar samen zoeken naar maatregelen die grotere catastrofes kunnen voorkomen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie, dat we het ideaal van een heilig leven helder voor ogen krijgen, dat we elkaar steunen, van elkaar leren, dat we inspiratie en steun vinden in alle heiligen die ons zijn voorgegaan op de weg van Christus. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen in dit jaar van het gezin. Wij bidden op voorspraak van Sint Jozef, om de moed een andere weg te gaan dan die we in de wereld meestal zien, dat we de goede dingen van onze tijd zien en met Gods hulp ook zelf waarmaken. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top