skip to Main Content

Geloof betekent niet dat we precies begrijpen hoe God in zichzelf bestaat. Hoe goed en kwaad precies in elkaar zitten; hoe definitief, objectief of juist relatief.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerk van de H. Joannes de Doper (Katwijk), 5 oktober 2013, om 19.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: C2013DHJ27C

Lezingen

E.L.: Habakuk 1,2-3; 2,2-4
Ps.: 95 (94), 1-2, 6-7, 8-9
T.L.: 2 Timoteüs 1,6-8.13-14
All.: Johannes 17, 17b en a
Ev.: Lucas 17,5-10

Homilie

“Heer, geef ons meer geloof.” Het lijkt op een verzuchting. Het zijn de leerlingen die het zeggen, maar ook Jezus heeft het ooit gezegd als een verzuchting. Toen Hij tijdens de storm op het meer wakker was gemaakt en zijn woord had gesproken tot de wind en het water, waarop de storm ging liggen, zei Hij tegen zijn leerlingen: “Waarom zijt gij zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?”

Vandaag is het een andere omstandigheid. De gebeurtenis die vandaag aan deze vraag voorafgaat is wel belangrijk. Jezus had gezegd: “Als uw broeder gezondigd heeft, geef hem een berisping; toont hij dan spijt, vergeef het hem. Al misdoet hij zevenmaal per dag tegen u, maar zevenmaal ook wendt hij zich tot u met de woorden: ‘het spijt me’, dan moet ge hem vergeven.” De apostelen zeiden nu tot de Heer: “Geef ons meer geloof.”

Waar gaat het hier om? Eerst de vraag wat de leerlingen bedoelen met het gebed: “Geef ons meer geloof.” Het antwoord van Jezus lijkt wat vreemd. Hij zegt niet: “Ik zal je meer geloof geven,” of “Vraag het uw Vader, die in de hemel is,” of “Als de heilige Geest komt, zal Hij u doen geloven.” Niets van dat alles. Jezus zegt: “Als ge een geloof had als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen.”

Kent u het gezegde: “Geloof kan ik je niet geven.”? We gebruiken dat als we iemand niet kunnen overtuigen zodat de ander zegt: “Dat kan ik niet geloven.” “Tja, geloof kan ik je niet geven,” is dan soms onze reactie. Daar lijkt het hier vandaag ook op, want wat Jezus hier doet is uitdagen, uitnodigen, stimuleren, prikkelen, aanmoedigen en opjutten: “Als ge een geloof had als een mosterdzaadje, dan …,” Dit is zijn manier van geven. Hij versterkt ons geloof door ons te stimuleren, uit te nodigen, te motiveren. Geloof heeft alles met vertrouwen te maken. Als we op Hem vertrouwen, op zijn woord, dan hebben we een sterk geloof en daarmee kan je de wereld aan.

Terug naar de aanleiding, de vergeving. Wat heeft dit met vergeving te maken? Daar ging het gesprek over. Jezus roept ons op vertrouwen te hebben in vergeving; te durven geloven dat vergeving werkt. Niet zomaar zeggen: “Zand erover.” Of, ach we vergissen ons allemaal wel eens, maar echt vergeven. Zeven maal vergeven, zeventig maal zeven maal vergeven. Iedere keer als een ander spijt heeft, opnieuw vergeven. Dat vraag geloof in de kracht en het wonder van vergeving. Natuurlijk gaat het er ook om of de ander spijt heeft, of de woorden van spijt echt zijn. Dat wordt zichtbaar in wat de ander doet, de pogingen het goed te maken en of de ander beseft wat het kwaad is geweest. En echt verdriet, niet zozeer voor zichzelf, maar wat de ander is aangedaan. Vergeving moet niet een slordig gebaar zijn, want dan help je de ander niet. Maar die basisbereidheid steeds opnieuw te vergeven, dat vraagt veel liefde en een vast geloof dat die vergeving goed en zinvol is.

Toch blijft daar die vraag of Jezus ons meer geloof kan geven. U kent de oefening van geloof misschien nog: “Mijn Heer en mijn God, ik geloof: dat Gij zijt één God in drie Personen, de Vader, de Zoon en de heilige Geest; dat God de Zoon voor ons is mens geworden en aan het kruis gestorven; dat Gij het goede loont en het kwade straft. Ik geloof alles wat Gij hebt geopenbaard, en door de heilige Kerk ons leert. Dat geloof ik vast, omdat Gij het hebt gezegd, die alles weet en altijd waarheid spreekt. Heer, vermeerder mijn geloof!” Dit gebed heet een oefening. Kun je dan je geloof oefenen door te bidden? Ja, dat kan, door de kernpunten van ons geloof regelmatig in ons hart te prenten en in gebed de verbondenheid met God te beleven.

Deze gebedsoefening eindigt met de bede: “Heer vermeerder mijn geloof.” Dat sluit aan bij wat Jezus als voorbeeld geeft over die knecht die zijn heer moet bedienen. Jezus geeft een voorbeeld uit het dagelijks leven. Het is de bedoeling als je een werknemer in dienst hebt, dat hij zijn werk doet. Als een werknemer zich gaat gedragen alsof het een gunst is dat hij of zij werkt, zijn de rollen omgekeerd, dan is er iets mis met de werkhouding en de werkverhouding. Jezus wil ons opmerkzaam maken op onze houding tegenover God. Ik kom soms uitlatingen tegen van atheïsten die stellen: “Als God rampen toelaat, als God zijn kinderen laat creperen in hongersnood en oorlog, dan is God geen goede God. Daarom geloof ik niet in God. Zo’n God wil ik niet”. Zij roepen God ter verantwoording. Zij accepteren het niet om schepsel te zijn en zien niet de grote kansen die God hen biedt. Zij wijzen God af omdat Hij niet past in hun opvatting en maken zichzelf vervolgens tot heer over de schepping.

Als wij ook worstelen met die vragen, is het goed om de houding van geloof aan te nemen. Wij geloven in wat Jezus ons leert. Dat betekent niet dat we alles begrijpen. Geloof betekent niet dat we precies begrijpen hoe God in zichzelf bestaat. Hoe goed en kwaad precies in elkaar zitten; hoe definitief, objectief of juist relatief. Geloof helpt ons staande te blijven in veranderingen. Ook en juist wanneer de wetenschap met haar vaste modellen geen antwoord weet te geven op de grote veranderingen van de tijd. Maar het lijkt er ook op dat Jezus dit voorbeeld geeft als we te zeer hopen op een beloning. Alsof vergeving een grote verdienste zou zijn, alsof geloven een grote prestatie is. In alles bescheiden blijven en erop vertrouwen dat wat Hij ons leert en voordoet, dat ons geloof, de hoogste wijsheid is. Zo’n groeiend geloof gun ik u, zoals ook de oefening van geloof eindigt met: “Heer, vermeerder mijn geloof!” Amen.

Voorbede

Wij bidden tot onze hemelse Vader.

Wij bidden voor de Kerk en alle mensen die Jezus willen navolgen. Wij vragen dat God ons staande houdt in ons geloof, juist waar de wereld het geloof als achterhaald of naïef bestempelt. (Laat ons [zingend] bidden.)

Wij bidden voor de samenleving waarin geloof soms een verzamelnaam is voor allerlei ideeën. Wij vragen dat wereldwijd mensen mogen inzien dat geloof in Jezus toekomst geeft aan onze wereld. (Laat ons bidden.)

Wij bidden voor onze parochie van de H. Augustinus. We bidden voor het werkveld catechese, het geloofsonderricht. Wij vragen dat we wegen vinden om de inhoud van ons geloof door te geven, als een bron van wijsheid en inzicht. (Laat ons bidden.)

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor ouders, kinderen en kleinkinderen. Wij bidden om een diep doorleefd geloof, waarin ouderen de jongeren bevestigen en jongeren de ouderen enthousiasmeren. (Laat ons bidden.)

Back To Top