skip to Main Content

Dankmis voor de instelling van de Eucharistie: In de Katholieke Kerk is de Eucharistie Bron en Middelpunt van ons gelovige leven. Daarin komt alles samen wat ons als gelovigen op de been houdt.

Preek bij de uitvaart van Hubertus Victor Petrus Heukensfeldt Jansen, Huib, op 20 oktober 2012 in de parochie van de H. Augustinus in de kerk van De Goede Herder te Wassenaar.

Van harte welkom, U, mevrouw Heukensfeldt Jansen, de kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen. Hier op het priesterkoor zijne eminentie Kardinaal Adrianus Simonis, die Huib goed heeft gekend. Verdere familie, vrienden, bekenden, parochianen, vandaag bij dit afscheid van Hubertus Victor Petrus Heukensfeldt Jansen, Huib.

We zijn samen in een dankviering. Zo heeft Huib dat gevraagd. Een dankviering vanwege een gezegend leven, een leven in verbondenheid met God en de mensen, met de Kerk en met de maatschappij. Is het dan geen afscheid, is er geen verdriet vanwege het moeten loslaten? Het een sluit het ander niet uit. Bij het verdriet overheerst de dankbaarheid dat Huib, na een lang proces van loslaten, nu naar het vaderhuis mag gaan, waar zijn hart heel zijn leven op was gericht.

Uitzien naar de toekomst die God ons geef is uitzien naar het eeuwige licht. De paaskaars symboliseert dat eeuwige licht, het licht van Christus die in de donkere paasnacht de boeien van de dood verbreekt. Met dat licht willen we de kaarsen rond zijn baar aansteken. Daarbij zingen wij het lied aan het Licht.

Lezingen

Eerste lezing uit de openbaring van de heilige apostel Johannes 21, 1-5a, 6b-7

“Ik Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer. En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jerusalem, van God uit de hemel neerdalen, schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid. Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon: ‘Zie hier Gods woning onder de mensen! Hij zal bij hen wonen, zij zullen zijn volk zijn, en Hij, God-Met-hen, zal hun God zijn. Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn want al het oude is voorbij.’
En die op de troon is gezeten, sprak: ‘Zie, Ik maak alles nieuw. Ik ben de Alfa en de Omega, de Oorsprong en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik om niet te drinken geven uit de bron van het water des levens. Wie overwint, zal dit alles krijgen en Ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon’.”

Psalm 42
Zoals een hert reikhalst naar levend water,
Zo verlang ik, God, met heel mijn wezen naar U.

Ik dorst naar U, God, mijn levende God:
Wanneer mag ik eindelijk oog in oog met U staan?

Mijn hart schiet vol, wanneer ik terugdenk aan de dagen
waarop ik meeliep in het gedrang naar het huis van mijn God
En toen ik de mensen voor U hoorde zingen.

Waarom dan zou ik moedeloos zijn? Waarom ooit opstandig?
Ik zal wachten op God; eens zal ik Hem danken,
Hij, die altijd mijn lijfsbehoud is geweest,
Hij, mijn God.

God geef mij vandaag en iedere dag een teken van liefde;
Dan zal ik zingen voor U tot diep in de nacht, zolang ik besta.

Evangelie
Johannes 6, 51-58.

“In die tijd sprak Jezus tot de menigte: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven is mijn vlees ten bate van het leven der wereld.” De joden twistten onder elkaar en zeiden: “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?” Jezus sprak daarop tot hen: “Voorwaar, ik zeg u: als gij het vlees van de mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem. Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.’”

Preek

Meestal heb ik na een gesprek met de familie een paar bladzijden met aantekeningen. Ruim voldoende om in de preek te verwerken. Deze keer niet. Er staat maar één zin: Dankmis voor de instelling van de Eucharistie. Gelukkig hebben de kinderen ook hun keuzen gemaakt en delen zij hun herinneringen met ons. Daardoor kan ik me inderdaad richten op deze wens van Huib.

Dankmis. De Mis, ofwel de Eucharistie, is vooral dankzegging. Het Eucharistisch gebed wordt dan ook vaak vertaald met: “De grote lofprijzing” of “Het grote dankgebed.”

Zoals Huib tot het laatst zijn dankbaarheid uitte naar zijn vrouw, zo deed hij dat ook naar de Kerk. Dankbaar was hij als iemand van het gezin of van de parochie de Communie bracht. Deze vrucht van het altaar heeft Huib echt gezien en ervaren als voedsel voor de ziel. Het Brood dat geen gewoon brood meer is, dit voedsel heeft een binnenkant die onze binnenkant raakt, voedt en opbouwt.

Onze huidige paus, Benedictus, heeft tijdens de wereldjongerendagen in Keulen in 2005 gepreekt over de Eucharistie, en met name over de verandering van brood met een kleine letter tot Brood met een hoofdletter.

Voor Huib was het woord ‘Transsubstantiatie’ een bekende theologische term die stamt van Thomas van Aquino. Dat gold voor de meesten van zijn generatie. En ook ik zelf, een generatie jonger, heb dit nog volop meegekregen. Toch gebruikt onze huidige paus deze term niet meer zo vaak. Hij geeft de voorkeur aan het woord ‘Verandering’.

Als ik hier wat over uitweid, dan doe ik dat vanwege het verzoek van Huib, maar ook omdat ik denk dat de oecumenische implicatie van zijn benadering nog lang niet is ingezien.

De paus heeft het dan over een bijzondere verandering die begint bij Jezus zelf en die eindigt bij de verandering van de wereld, de schepping, de kosmos in Gods Koninkrijk. De kern is dat wij moeten veranderen opdat de wereld kan veranderen.

Wat is die verandering die Jezus zelf als eerste heeft bewerkt? De paus spreekt dan over het kwaad dat Jezus werd aangedaan en dat Hij heeft veranderd in een vrije gave tot heil voor de wereld. Stellen we ons voor wat er in Jezus omging. Zijn goedheid en liefde, zijn inzet om in alles de wil van de Vader te vervullen. Zijn innerlijk weten dat Hij steeds doet wat de Vader vraagt. Dat alles wordt afgestraft met gevangenschap, geseling en kruisdood. Met het verschijnen van Gods Goedheid in deze wereld, wordt ook de gruwelijkheid van het kwaad zichtbaar. De Wet van Mozes die bedoeld was om het Verbond tussen God en zijn Volk veilig te stellen, wordt misbruikt om Gods Zoon aan het kruis te slaan.

Dit overkomt Jezus en in de Hof van Olijven spreekt Hij dit uit in zijn gebed. Als Hij daar bidt komen we meteen het verschil op het spoor tussen religie en Christelijk Geloof. Jezus bidt eerst als religieuze mens die steun zoekt bij God, wanneer Hij zegt: “Vader, als het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan.” Daarna tilt Hij alles op naar het niveau van het Christelijk geloof, als Hij verder gaat: “Maar niet mijn wil, maar uw wil geschiede.”

Daar, in de Hof van Olijven, is Jezus bereid de onbegrijpelijkheid van het kwaad, de tegenstelling van alles wat zo niet mag en moet, op te pakken en een plaats te geven in de Wil van de Vader, Gods heilsplan dat groter is dan het plan van de mensen en het kwaad dat mensen kunnen doen. Daar, in de Hof van Olijven, verandert Jezus het kwaad dat anderen Hem en de Vader en de Wet en het Volk, aandoen. Hij verandert het in een offergave van Zichzelf tot vergeving van de zonden, tot bevrijding. Hij maakt er een losprijs van die Hijzelf met zijn leven betaalt. Dat is Goddelijk. Kwaad in zichzelf omkeren tot een heilsdaad opdat anderen leven.

We noemden al even het Verbond. Hier in de Eucharistie vieren we dit Verbond van Christus. Het Nieuwe verbond in zijn Bloed. Het eerste Verbond was van Noach, het Tweede Verbond was van Abraham. Daarop volgde later nog het Derde verbond van Mozes, op de berg Sinaï. Verschillende Verbonden die samen het Oude Verbond vormen.

Jezus laat ons een Nieuw Verbond na, waarin Hijzelf een verandering bewerkt, een verandering die iedere dag, elk moment, actueel en actief is. Die verandering bepaalt of deze wereld eens wordt tot Gods Koninkrijk of dat deze wereld in zichzelf blijft steken en uiteindelijk aan haar eigen onvermogen ten onder gaat.

Huib was zich zeer bewust van de waarde van de Eucharistie. Ieder mens heeft zijn gaven en talenten, naast zijn of haar zwakheden en tekorten. Ik hoef daar niet over uit te weiden. En zelfs als tekorten niet zo’n rol spelen, zijn cultuurverschillen, generatieverschillen, verschillen in denken en beleven al genoeg om conflicten te veroorzaken.

Huib wist dat hij de Eucharistie nodig had. Die dankzegging aan God, om bij alle tegenslagen de dankbaarheid te bewaren. En het is mooi en veelzeggend dat hij daarin is geslaagd, tot het einde toe, of beter gezegd, dat Gods genade in Hem dit heeft kunnen volvoeren. Juist naar het einde toe, werd dit steeds meer zichtbaar.

Bij Huib was het dankbaarheid om de Kracht die God steeds weer geeft in de Eucharistie, Kracht om die verandering die ieder in zichzelf moet meemaken, ook werkelijkheid te kunnen laten worden.

In elke Eucharistie vieren we weer de volheid van de verlossing. In de Maaltijd, waarin Jezus Zelf Aanwezig is en waarin we opnieuw zijn Nieuwe Verbond vieren. Daarin wordt zijn Offer in de handen van de Vader gelegd, met de bede dat God ook aan ons die verandering bewerkt die nodig is, dezelfde verandering waardoor dit brood wordt tot Lichaam van Christus, zodat wij die het ontvangen en eten en in ons opnemen ook zelf veranderen tot Lichaam van Christus.

Ik hoop dat, ik u niet heb overspoeld met theologie. Ik hoop dat u iets hebt geproefd van het belang dat Huib aan de Eucharistie heeft beleefd. Ik hoop meteen ook dat u, mocht u dat nog niet hebben, ook meer verstaat waarom de Katholieke Kerk de Eucharistie Bron en Middelpunt van ons gelovige leven noemt. Daarin komt alles samen wat ons als gelovigen op de been houdt. Dan begrijpt u ook dat we rond de Communie eerbied en respect vragen aan allen die in de viering zijn. Het kostbaarste Teken van zijn Maaltijd, zijn Aanwezigheid, zijn Verbond en zijn Offer, dat vraagt geloof en doop, dat vraagt inzet, dat vraagt een gelovig Amen dat doorwerkt in het leven van alle dag.

Voor Huib bidden wij in het vertrouwen dat Hij nu mag aanzitten aan het eeuwige feestmaal. Daar zal Hij ervaren dat God Zelf ons dient en bedient. Daar zal hij meer nog dan hier zien wat de waarde van de Eucharistie is, omdat de dankzegging in de hemel eeuwig zal doorgaan. Amen.

Back To Top