skip to Main Content

Jezus kijkt door Gods ogen naar deze wereld en zijn antwoord is altijd een eye-opener.
C2004DHJ18C

Eucharistieviering op om 19.00, 9.30 en 11.00 uur te Poeldijk en Hoek van Holland. Door pastoor Michel Hagen. AMDG.

Lezingen

E.L.: Pred. 1, 2. 2, 21-23
Ev.L.: Lc. 12, 13-21

Homilie

Rijke dwaas – zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God ….

Het lijkt wel of Jezus iets tegen rijke mensen heeft, alsof je van Hem niet rijk mag zijn. Er zijn meer uitspraken in deze richting. Maria zingt het al vóór Jezus geboorte in haar lofzang: ‘Rijken stuurt Hij heen met lege handen’. Jezus klaagt ze aan: ‘Wee, jullie rijken, wat jullie troost geeft, heb je al ontvangen’. Hij vertelt het in gelijkenissen en geeft voorbeelden: ‘Er was eens een rijk man die in purper en fijn linnen gekleed ging ….. In de onderwereld, ten prooi aan vele pijnen, zag hij Abraham en Lazarus’. ‘Of bij de jongeling. Jezus zei hem: “verkoop wat je bezit”. Toen de jongeman dit hoorde, ging hij ontdaan heen, want hij was zeer rijk ….’ en: ‘Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van de naald te gaan, dan voor een rijke om in het Rijk Gods te komen’. En nog een: ‘Jezus zag dat de rijken veel geld in de offerkist wierpen, ook zag Hij een arme weduwe, die twee stuivers erin wierp. Hij zei: “die weduwe heeft meer gegeven dan al die anderen”.

Het lijkt wel of Jezus iets tegen de rijken heeft. Vandaag weer zo’n voorbeeld. Hoe zou het klinken als Jezus deze parabel nu zou vertellen: ‘Er was eens een tuinder die de laatste jaren zo formidabel gedraaid had, dat hij besloot zijn tuin te verkopen. Het was de gunstige tijd en hij kreeg een enorme meerwaarde. Hij belegde zijn geld in een aantal waardevaste fondsen en zei tegen zichzelf: “Man je hebt het gemaakt, je hebt een pensioen geregeld waar anderen jaloers op kunnen zijn. Geniet nu van de jaren die komen, je kunt het ervan nemen en ga leuke dingen doen.” Maar God sprak tot hem: ‘Dwaas, nog dit jaar beland je in het ziekenhuis en krijg je te horen dat de artsen niets meer voor je kunnen doen. Wat heb je dan nog aan die mooie financiële reserve?’

Zuur toch, zo’n parabel. Wrang toch, bitter, is dat nu Blijde Boodschap. Je hele leven hard werken, iets moois voor je oude dag opbouwen en dan lijkt het wel of God het van je afpakt. Is Jezus zo’n zwartkijker, zo’n pessimist, iemand die een ander het licht in de ogen niet gunt? Heeft Jezus iets tegen de rijken? …. Nee! …. Heeft Jezus iets tegen rijkdom? ….Ook niet! …. Wat is er dan aan de hand, dat Jezus zo negatief reageert? ‘Wee, jullie rijken, wat jullie troost geeft, heb je al ontvangen’, en: ‘Dwaas, nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; …’

Dat Jezus niets tegen de rijken heeft, blijkt wel uit de scheldwoorden die Hij naar zijn hooft geslingerd kreeg: ‘Kijk, Jezus van Nazaret, die gulzigaard en wijndrinker, die vriend van tollenaars en zondaars’. Jezus zit aan tafel met rijken. Hij vermijdt ze niet, Hij gaat met ze om, en toch zegt Hij zulke harde dingen over de rijkdom: ‘Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van de naald te gaan, dan voor een rijke om in het Rijk Gods te komen’.

De lezing vandaag vraagt dat je wat verder kijkt. Zo is tenslotte heel het Evangelie. Jezus vraagt altijd dat je verder kijkt, zoveel verder dat je de contouren van Gods Koninkrijk gaat waarnemen. Iemand zegt tegen Hem: ‘Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt’. Het lijkt een beetje op twee weken geleden: Marta zei tot Jezus: “Heer, laat het u onverschillig dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan dat ze mij moet helpen.” Mensen willen Jezus voor hun karretje spannen. Of het nu gaat om het helpen op het feestje, of het delen van de erfenis. Maar waar let Jezus op?

Jezus speurt hebzucht. De man is geobsedeerd door de ruzie over de erfenis. Hij loopt er de hele dag aan te denken. Hij komt bij Jezus en het enige wat hij tegen Jezus kan zeggen is: ‘Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt’. Is er niets belangrijkers om over te praten met Jezus? Er zal zeker een stuk onrecht zijn, en die broer is misschien onrechtvaardig geweest, heeft misschien misbruik gemaakt van zijn positie als oudste zoon of zo. Maar waar gaat het hier om?

Kijk eens naar Jezus. Wie is er echt rijk? Dat is God. Wie is er net zo rijk als God de Vader? Dat is Jezus, Hij is de erfgenaam. Jezus is koning van het heelal, we vieren het jaarlijks. Maar Hij wordt arm, wordt geboren in een stal. Zijn armoede wordt totaal als Hij sterft aan het kruis. Hij geeft alles weg, geeft zijn Lichaam en Bloed in de Eucharistie, geeft zijn moeder aan de Kerk. Jezus geeft alles. Hij die rijk was is voor ons arm geworden, die Heer is, is voor ons slaaf geworden, die meester is, is voor ons dienaar geworden, die boven ons staat, valt onder het kruis en kruipt als een worm door het stof.

Dat is Jezus. En uitgerekend aan Jezus komt iemand vragen: ‘Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt’. De reactie van Jezus is bij deze man het zelfde als bij de rijke jongeling. Tegen hem zegt Jezus: ‘Ga heen, verkoop wat je bezit, deel het uit aan de armen en kom dan terug om Mij te volgen’. Die rijke jongeling moet eerst loskomen van zijn bezit, hij moet vrij worden. Vrij worden door los te laten. Dan pas kan hij deel krijgen aan een andere rijkdom, aan de rijkdom van Gods aanwezigheid.

Voor deze man geldt hetzelfde. Jezus geeft een voorbeeld en zegt: ‘Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar die niet rijk is bij God’. Zo geeft Jezus een dubbel antwoord. Eerst over de broer van die man, degene die de erfenis niet wil delen en schatten vergaat voor zichzelf. Zo iemand is niet rijk bij God en die zal er uiteindelijk weinig vreugde aan beleven. Maar het is ook een antwoord aan de man zelf: Jij wil dat je broer die erfenis met je deelt. Pas zelf op voor de hebzucht. Als je broer dat met je deelt, en je wordt rijk. Dan zul je gebonden zijn, en niet rijk zijn in Gods ogen. Jezus heeft niets tegen rijkdom, maar Hij nodigt ons uit er vrijwillig los van te komen, want voor je het weet heeft die rijkdom jou in de greep.

Even terug naar vandaag. Zo’n voorbeeld over een tuinder kun je natuurlijk aanpassen naar even zovele andere situaties. Wij vinden het wrang als iemand sterft voordat hij zijn AOW haalt. Ik denk dat God dat ook wrang vindt. We vinden het onrechtvaardig als iemand te jong sterft en niet van een rustige oude dag kan genieten. Dat vind God ook onrechtvaardig. Maar voor God is het nog veel meer wrang als wij in het Rijke Westen in overvloed leven en in andere gebieden komen ze zelfs de basisvoorzieningen tekort. God vindt het veel meer wrang als wij het goed hebben en twee straten, twee dorpen, een stad verder, is er schrijnende armoe en onrechtvaardigheid.

Jezus kijkt door Gods ogen naar deze wereld en zijn antwoord is altijd een eye-opener. Je wordt weer even wakker geschud. De rijke tollenaars lieten zich wakker schudden. Zacheüs deelde zijn bezit met anderen. Hij ontdekte hoe hij rijk kon zijn bij God, hoe hij een schat in de hemel kon verwerven. Die uitnodiging richt Jezus ook tot ons. Amen.

Back To Top