skip to Main Content

God wil barmhartig zijn, maar soms wordt het kwaad zo groot dat de roep om Gods rechtvaardigheid boven alles uit klinkt. God gaat tot het uiterste, Hij wil dat wij Hem vragen tot het uiterste te gaan en dat ook wijzelf tot het uiterste gaan om de stad, om de wereld te redden.
C2016DHJ17C

Eucharistieviering in de parochie van De H. Augustinus, in de kerken van H. Joannes de Doper (Katwijk) en De Goede Herder (Wassenaar), om 19.00, 09.30 en 11.00 uur. A.M.D.G. – I.H.S.

Eucharistieviering beluisteren (MP3)

Preek beluisteren (MP3)

Welkom vooraf aan de viering

Jezus noemt het huis van zijn Vader een huis van gebed. In de lezingen van vandaag horen we hoe Abraham bidt en hoe Jezus zijn leerlingen leert bidden. Zo worden wij uitgenodigd om hier en nu in die sfeer van gebed samen te zijn.

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.

Lezingen

E.L: Genesis 18, 20-32
Psalm: 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 6-7ab, 7c-8
T.L: Kolossenzen 2, 12-14
All: Matteüs 11, 25
EV: Lucas 11, 1-13

Homilie

Een leerles in gebed, een snelcursus bidden, zo zou je de lezingen van vandaag kunnen noemen. Het begint met Abraham. Hij is onze vader in het geloof, hij is ook een leraar in het gebed. Jezus zal altijd met grote eerbied over Abraham spreken. Zoals Hij spreekt over Mozes en Elia, zo spreekt Jezus ook over Abraham; Abraham is bij God. Wanneer Jezus de parabel vertelt over de arme Lazarus, schetst Hij hoe de rijkaard, uiteindelijk ten prooi gevallen aan het vuur, omhoog kijkt en Abraham ziet en Lazarus in diens schoot.

Wanneer je de eerste lezing beluistert, kunnen allerlei gedachten je bekruipen. Waarom zo omslachtig, waarom zo’n heel gesprek als Sodom toch verwoest wordt? Gaat het Abraham om zijn neef Lot en zijn familie of om die stad? Bovendien staat Gods wreedheid ons tegen. Je kunt je toch niet voorstellen dat in zo’n stad, met zoveel baby’s en kleine kinderen, er niet meer dan tien onschuldigen te vinden zijn. Deze lezing is uiterst leerzaam, maar ademt nog niet de houding van Jezus. Hier wordt beschreven hoe God een hele stad verwoest. Heel anders gaat het als Samaria Jezus niet welkom heet; dan vragen de leerlingen Jacobus en Johannes: “Heer, wilt U dat we vuur uit de hemel afroepen om ze te verdelgen”? Zij krijgen daarop van Jezus een strenge berisping en vervolgens gaan ze ergens anders heen.

Jezus spreekt heel anders over hoe God omgaat met goed en kwaad. Hij spreekt over goed graan en veel onkruid dat God samen laat opgroeien. Pas bij de oogst wordt het onderscheid gemaakt (Mat. 13,24-30). Een andere keer zegt Jezus dat God de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (Mat. 5,43-48). Die houding vraag Jezus ook van zijn leerlingen; zij moeten zijn als schapen tussen wolven; zij moeten in deze wereld zijn en niet van deze wereld.

Toch blijft deze lezing over Abraham uiterst leerzaam. Waarom bleef de Heer nog even bij Abraham staan? De tekst vandaag begint bij vers 20, maar in vers 17 lezen we: “Toen de mannen verder trokken, zagen zij in de diepte Sodom liggen. Abraham ging met hen mee om hen uitgeleide te doen. De Heer dacht: `Zou Ik voor Abraham geheim houden wat Ik van plan ben? Want Abraham wordt zeker een groot en machtig volk, en door hem zullen alle volken van de aarde zegen ontvangen. Ik heb hem immers uitverkoren; zijn zonen en zijn nageslacht moet hij leren, zich door een rechtschapen en deugdzaam leven aan de weg van de Heer te houden, dan kan de Heer zijn plan met Abraham verwerkelijken.”

Deze geschiedenis is mede bedoeld als een les voor het nageslacht van Abraham. Zij moeten zich door een rechtschapen en deugdzaam leven houden aan de weg van de Heer. Zo wordt dit verhaal een illustratie dat het goede wordt beloond en het kwade wordt gestraft. Abraham wordt daarbij uitgenodigd boven zichzelf uit te stijgen. Want waarom wil God zijn plan niet voor Abraham geheim houden? Waarom blijft God nog even staan, terwijl de engelen doorlopen in de richting van Sodom?

God wil Sodom niet vernietigen. Dat is de boodschap. God wil gevraagd worden om Sodom niet te vernietigen. De brief van Jacobus zegt (5,16): “Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkaar, opdat gij genezing moogt vinden. Het vurig gebed van een rechtvaardige vermag veel”. God wil dat wij bidden voor een onrechtvaardige wereld dat deze gespaard mag worden. Dat is ook de les van Jona en Ninivé. Wanneer Ninivé zich bekeert, is Jona nijdig, hij voelt zich voor schut staan. Daarop zegt de Heer tegen Jona: “Zou Ik dan niet begaan zijn met Nineve, de grote stad Nineve, waar zoveel mensen wonen – meer dan twaalf tienduizendtallen – mensen, die het verschil tussen hun rechterhand en hun linkerhand niet weten, en ook nog zoveel dieren?” God wil barmhartig zijn, maar soms wordt het kwaad zo groot dat de roep om Gods rechtvaardigheid boven alles uit klinkt. God gaat tot het uiterste, Hij wil dat wij Hem vragen tot het uiterste te gaan en dat ook wijzelf tot het uiterste gaan om de stad, om de wereld te redden.

Dan blijft de vraag of er een grens is aan Gods barmhartigheid? Wat nu als het kwaad in de wereld toeneemt, als dictators en tirannen het voor het zeggen krijgen, als godsdienst wordt misbruikt om onverdraagzaamheid te kweken, als democratie wordt misbruikt voor eenzijdige machtshandhaving, als recht wordt misbruikt voor persoonlijke willekeur, als de media worden misbruikt om leegheid zonder moraal te promoten, moet God dan niet ingrijpen? Maar als God zijn beschermende hand terugtrekt zodat het kwaad zichzelf straft, worden onschuldigen dan niet ook het slachtoffer? Door zijn kruisdood laat Jezus zien dat God tenslotte de schuld op zijn eigen schouders neemt.

Om die reden leert Jezus ons te bidden om een samenleving waarin eerst Gods Naam vol eerbied wordt gebruikt, een samenleving waar alle inzet is gericht op de komst van Gods Koninkrijk. Wanneer daar al onze aandacht en onze inzet naar uitgaat, mogen we vragen om ons dagelijks brood, om vergeving van onze zonden en dat God ons niet beproeft.

Abraham roept op om voor de wereld te bidden, dat God de rechtvaardigen te hulp komt en het kwaad niet laat overwinnen. Jezus leert ons om in alles Gods Naam en Gods Koninkrijk op de eerste plaatst te stellen. Dan mogen we erop vertrouwen dat Hij ons te hulp komt in deze onrechtvaardige wereld. Amen.

Voorbede

Bidden wij vol vertrouwen tot God onze barmhartige Vader.

Wij bidden voor de Kerk, dat zij een biddende Kerk is, dat alle gelovigen zich uitgenodigd en aangespoord weten om te volharden in gebed, wij bidden dat deze wereld gespaard blijft voor de vernietigende kracht van moreel verval, van oorlog en terreur. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, dat alle verantwoordelijken gaan begrijpen dat wanneer je de barmhartige God, de vader van Jezus Christus uit de samenleving verbant, je de deur openzet voor een reeks aan onbarmhartige krachten. Bidden wij om dit inzicht voor de verscheidene machthebbers in onze wereld. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie, wij vragen om de heilige Geest, dat deze ons leert bidden, dat Hij ons doet inzien dat het een bijzondere taak van Gods Volk is om ín deze wereld te bidden vóór deze wereld. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat er in de gezinnen meer gebeden wordt, dat ouders zelf weer gaan bidden en aan hun kinderen het belang van het gebed weten over te brengen. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top