skip to Main Content

Helemaal mens en tegelijk helemaal God, zo menselijk en zo goddelijk, zo gelijk met ons en toch zo anders. Mag je dan zeggen: “Ja, maar Hij was Gods Zoon, Hij kon het wel aan, ik ben maar een mens”? Dan doe we Hem ongelooflijk tekort, dan maken we zijn lijden kleiner, dan beseffen we niet dat Hij ons leven helemaal heeft gedeeld. Het verschil is dat Hij volkomen vervuld is van de heilige Geest, van de Geest van Liefde, en dat Hij daarom ook volkomen één van willen is met de Vader.
B2003TRIS01-WD

Preek in de parochiekerk te Poeldijk, do 17 april 2003, door pastoor Michel Hagen. AMDG.

Lezingen

E.L.: Ex. 12, 1-8. 11-14.
T.L.: 1. Kor. 11, 23-26
Ev.: Joh. 13, 1-13

Homilie

Jezus wist dat zijn uur gekomen was. Hoe zou U gehandeld hebben? Jezus wist dat zijn uur gekomen was. Hij wist dat Judas Hem al had verraden en zou doorzetten. Jezus wist dat zijn tegenstanders alleen tevreden zouden zijn met zijn dood. Hij wist dat zij Hem de diepste vernedering zouden laten ondergaan, omdat Hij Zichzelf Zoon van God had genoemd. Jezus die wist hoe het er in dit soort omstandigheden aan toegaat. Hij wist het.

Hoe zou u gehandeld hebben als u het wist? Was u doorgegaan? Of had u een andere weg gezocht, een uitweg. Wanneer ik zou vragen: “Stel dat u Jezus was …” Dan zouden sommigen kunnen zeggen: “Ja, maar Jezus was Gods Zoon, die had goddelijke kracht om het lijden te dragen, die wist dat Hij zou verrijzen, die durfde dat wel aan. Maar Ik ben Jezus niet, ik heb geen goddelijke kracht. Ik heb niet zo’n sterk geloof, ik weet niet wat er komen gaat na dit leven.”

Maar daarom juist die vraag. Wat zou u doen? Het is gevaarlijk om zo’n vraag te beantwoorden. Petrus had die vraag beantwoord: “Mijn leven zal ik voor U geven”, had hij gezegd. En Jezus had geantwoord: “Mijn leven zal je voor Mij geven? Amen, zeg Ik je, nog voor de haan tweemaal kraait, zul juist jij mij driemaal verloochenen”. Wat zou jij doen? Het is gevaarlijk om die vraag te beantwoorden. Jacobus en Johannes hadden die vraag beantwoord: “Ja die beker kunnen wij drinken.” Maar in de Hof van Olijven nemen ook zij net zozeer de vlucht. Filippus had de vraag beantwoord: “Laten we met Hem meegaan om met Hem te sterven”. Maar ook hij neemt uiteindelijk de vlucht.

Wat zouden wij doen? Hoe vaak maak je het niet mee; je spreekt iets af, je neemt het je voor, je schrijft het op, je belooft het plechtig. En dan vergeet je het gewoon. Of op het laatste moment heb je ineens geen zin of je stelt het even uit, je hebt het niet af, de smoesjes komen, de verontschuldigingen of de ontkenningen.

Je hebt je kwaad laten maken, je denkt, dat gebeurt me niet meer. Maar het gebeurt je wel. Je hebt anderen tekort gedaan door negatief over hem of haar te praten, je denkt ik zet een wacht en een slot op mijn mond, maar bij de eerste de beste gelegenheid doe je weer mee met anderen mee die negatief praten. Liegen of onwaarheid spreken, ach een leugentje om bestwil, en na verloop van tijd denk je, dat gaat verkeerd, ik kap ermee. Maar het voornemen is gemakkelijker dan de praktijk.

Wanneer je jezelf kent, dan weet je dat het gevaarlijk is om iets te beloven, vooral wanneer je niet door hebt hoe zwak je eigenlijk op dat punt bent.

En Jezus wist dat zijn uur gekomen was. Is dat verschil tussen Jezus en ons nu werkelijk zo groot? Ja en nee. Eerst het nee. Het verschil is niet zo groot. Kijk eens hoe hij worstelt in de Hof van Olijven, hoe Hij angst heeft, hoe Hij bidt: “Vader als het mogelijk, is laat deze beker Mij voorbijgaan.” Kijk eens hoe hij bezwijkt onder het kruis, hoe hij klaagt, God, mijn God, waarom verlaat Gij Mij. Zie eens hoe snel Hij sterft; de moordenaars houden het langer vol. Jezus is mens, helemaal, net als wij.

Is er dan geen verschil? Nee, ook dat niet, er is zelfs een wereld van verschil. Een hemelsbreed verschil, een verschil als tussen hemel en aarde. Zijn Geest is de heilige Geest. “Blijven jullie waken, terwijl Ik bidt”. “Vader”, zegt Hij, “niet mijn wil maar uw wil geschiede”. “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen”. “Vrouw, ziedaar uw zoon, zoon ziedaar uw moeder”. “Vader in uw handen beveel ik Mijn Geest”. Zijn Geest is de geest van liefde die niet zichzelf zoekt, die niet probeert zichzelf te redden maar ons, de Geest van trouw en bereidheid tot het uiterste te gaan om ons te redden.

Helemaal mens en tegelijk helemaal God, zo menselijk en zo goddelijk, zo gelijk met ons en toch zo anders. Mag je dan zeggen: “Ja, maar Hij was Gods Zoon, Hij kon het wel aan, ik ben maar een mens”? Dan doe we Hem ongelooflijk tekort, dan maken we zijn lijden kleiner, dan beseffen we niet dat Hij ons leven helemaal heeft gedeeld. Het verschil is dat Hij volkomen vervuld is van de heilige Geest, van de Geest van Liefde, en dat Hij daarom ook volkomen één van willen is met de Vader.

Witte Donderdag. Hij laat ons een teken na van die mateloze, oneindige en eeuwige liefde. Een teken van zijn menselijkheid en zijn goddelijkheid. Brood en wijn, zo aards als lichaam en bloed, zo van de stof, zo van hier beneden. Maar Hij geeft het vanuit zijn goddelijke liefde, vanuit zijn eenheid met de Vader. Dat is priesterschap, dat is verlossing, dat is bevrijding en overwinning van het kwaad. Zo bevrijdt Hij ons hart, omdat we in een mens van vlees en bloed, de mateloze en grenzeloze liefde van God proeven, smaken, eten en drinken. Omdat Hij één wil zijn met ons, opdat ook wij vervuld worden van zijn heilige Geest.

Deze liefde reinigt. Deze liefde is een bad voor de ziel, waardoor stenen harten beginnen te zingen en te getuigen en opnieuw geboren worden tot harten van vlees en bloed. Deze liefde opent, zodat wij open staan voor een nieuwe Geest, waardoor geboden geen geboden meer zijn, maar daden die als vanzelfsprekend uit liefde gedaan worden. Deze liefde zuivert onze blik, zodat we onszelf kunnen zien in onze zwakheid, waardoor we ook de ander in zijn of haar zwakheid kunnen zien, in liefde, in vergevingsgezindheid, in acceptatie van de ander hoe deze ook is.

Tijdens de maaltijd, waarin Hij zichzelf geeft op voorhand, want Hij weet wat er over Hem gaat komen, waarin Hij brood en wijn voorgoed maakt tot tekenen van zijn Lichaam en zijn Bloed, in die maaltijd wast Hij de voeten van zijn leerlingen. Helemaal rein wast Hij hen en wast Hij ons, helemaal één maakt Hij zichzelf met ons, helemaal onze dienaar en toch ook helemaal onze Heer, zo helemaal hetzelfde en toch zo anders.

Weet wat u aanneemt in de hand die u wordt aangereikt, in Brood en Beker. Weet Wie het is die u innerlijk zuivert met zijn liefde. Weet wat Hij voor u over heeft gehad en laat dan zijn liefde in u de rest doen; genezing, zuivering, herstel, doordat Hij zijn Geest in ons stort, de Geest van goedheid en deemoed, zachtheid en geduld, de Geest van liefde, van geloof en eerbied voor God. De Geest die ons alles van Jezus in herinnering brengt. Die ons tot zijn navolgers maakt, tot kinderen van dezelfde Vader, één met Hem, in Brood en Wijn, in Vlees en Bloed. Amen.

Back To Top