Bekering is wezenlijk. Dat horen we uit de mond van Jezus: “Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben” (Lucas 15, 1-32).

Maar bekeren is lastig. Alleen al het idee dat je je moet bekeren. Hoeveel mensen hebben dat besef? Daarvoor hoeven we niet ver te kijken. Als we te rade gaan bij onszelf, komen we al snel de innerlijke weerstanden op het spoor. Paulus schrijft over zichzelf: “… hoewel ik eertijds een godslasteraar was, een vervolger en geweldenaar. Maar mij is barmhartigheid bewezen omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid” (1 Timóteus 1, 12-17). Paulus vond in zijn eerste jaren absoluut niet dat hij bekering nodig had, hij kende de waarheid, op jonge leeftijd was hij al een farizeeër met aanzien, super ijverig in dienst van de Joodse leiders en extreem trouw aan de Wet van Mozes. Zou hij dan bekering nodig hebben? Na zijn bekering in de omgeving van Damascus schrijft hij echter dat hij een godslasteraar was, een vervolger en geweldenaar. Waar hij eerst prat op ging, betreurt hij nu.

Ieder mens is van tijd tot tijd een verloren schaap, een verloren zoon, een verloren dochter, zelfs wanneer we als kind gedoopt zijn en het geloof met de paplepel hebben meegekregen. Een mens die vindt dat hij geen bekering nodig heeft, zet in zekere zin Jezus buiten spel. Zo iemand lijkt op een zieke die ontkent dat hij ziek is en weigert naar de dokter te gaan. Onze wereld gaat daar steeds meer op lijken. Zelfbewustheid en autonomie worden hoog geprezen. Zelfbewustheid is op zich niet verkeerd, maar het leidt snel tot arrogantie en gebrek aan zelfreflectie. Dat maakt ons blind voor eigen fouten en sluit ons op in een gevoel van superioriteit. Uiteindelijk worden we de gevangenen van onze eigenwaan en, wanneer de werkelijkheid niet meer aansluit bij ons zelfbeeld, eindigen we tenslotte in de zelfgekozen dood. Wat geschetst wordt als het hoogtepunt van autonomie, is feitelijk het dieptepunt en resultaat van onze innerlijke gevangenschap.

Ieder mens is op zijn of haar tijd dat verloren schaap. Hoe groot is dan de vreugde wanneer we beseffen dat niet wij uit onszelf de weg terug kunnen vinden naar Gods kudde, maar dat De Goede Herder Zelf naar ons op zoek gaat! Bekering betekent dat Hij ons heeft gezocht en heeft gevonden. We hoeven dan alleen nog maar met Hem mee te gaan.

Pastoor Michel Hagen
Katholiek Nieuwsblad, 4 oktober 2019/40, #20.

Aanvullende gegevens