De heilige Augustinus ziet in de parabel van de verloren zoon de geschiedenis van Israël en de Christenen. Als Jezus inderdaad die twee in gedachten had met zijn parabel, dan is de geschiedenis van de afgelopen tweeduizend jaar dus het vervolg van zijn parabel.
C2016DHJ24C

Vesper en Eucharistieviering in de parochie van De H. Augustinus, in de kerken van de H. Willibrord (Oegstgeest) en de Sint Willibrordus (Wassenaar), om 19.00, 09.30 en 11.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.


 

 



Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

De beroemde parabel van de verloren zoon mag ons steeds opnieuw aan het denken zetten. In deze viering mogen we met ons oog gericht op de barmhartige Vader, ons de vragen stellen: Wie ben ik, wie zijn wij en hoe zien wij elkaar?

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.

 



Lezingen

E.L: Exodus 32, 7-11. 13-14
Psalm: Ps. 51 (50) 3-4, 12-13, 17 en 19
T.L: 1 Timóteus 1, 12-17
All: Johannes 10, 27
EV: Lucas 15, 1-32 of 1-10

Homilie

Hoe zal het verder gegaan zijn met deze parabel? Dat staat niet in het Evangelie. Hoe zal het verder gegaan zijn met die oudste en die jongste broer? Het is duidelijk dat de oudste zoon zich in de steek gelaten voelde door zijn vader, omdat die de jongste weer met open armen had ontvangen.

Op een avond komen de twee broers van het veld en de jongste zegt: “Dat wat vader bedoelde toen hij naar buiten kwam, naar jou toe, toen hij zei dat ik, je broer, dood was en weer levend geworden, zie jij dat nu ook zo? De oudste zoon zweeg. Na een poosje zei hij, en er klonk bitterheid in zijn stem. Toen je klein was, deed je al anders, je deed alles op je eigen manier. En nu weer, waarom heb je niet gewoon een vrouw gekozen zoals ik, een hier uit het dorp. Je hebt een meisje uit dat verre land hierheen laten komen omdat je een kind bij haar hebt verwekt. Ze heeft andere gewoontes, ze beleeft ons geloof anders. En inderdaad, de jongste zoon had berouw gekregen over zijn leven van de laatste jaren en vond het zijn verantwoordelijkheid om voor haar en zijn zoon te zorgen. Inmiddels waren er al vijf kinderen, terwijl het bij de oudste zoon niet opschoot, hij en zijn vrouw hadden een zoon en een dochter.

De jongste begreep dat de bitterheid nog niet weg was. Kun je me dan weer als je broer zien of ben ik voor jou inderdaad een van de arbeiders? Zolang vader leeft, zal ik je als mijn broer behandelen. Maar na zijn dood, houdt dat voor mij op. Je hebt geen erfdeel meer, ik zie geen reden om sentimenteel te doen. Je hebt gekregen wat je wilde, je hebt gegokt en verkeerd gegokt.

Een aantal jaren later overlijdt hun vader en kort daarna begint onverwacht een grote droogte en hongersnood. Het land brengt te weinig op voor de twee gezinnen. Dan zegt de jongste tegen zijn broer: Het is beter als ik vertrek. In het land van mijn vrouw is de hongersnood minder. We nemen afscheid. De oudste zegt daarop: Dat is een goed besluit. En ze nemen afscheid.

Vele generaties later zijn de families uitgegroeid tot twee volken. Het ene nog klein en het andere heel groot. Maar de verwijten zijn gebleven, misverstanden zijn geschiedenisboeken geworden. Er breekt een oorlog uit, ze staan aan twee kanten en de rollen zijn omgekeerd, wat ooit de jongste was, is nu de sterkste. Het nageslacht van de oudste zoon wordt verjaagd uit hun land en behandeld als uitschot, want zij waren schuldig aan al de ellende uit het verleden.

Weer vele generaties later is het volk van de jongste zoon uitgegroeid tot vele volken. Een van die volken heeft inmiddels ook het zwaard opgenomen om zich te doen gelden. Het volk van de oudste zoon is na veel ellende teruggekeerd naar het land van herkomst. Soms zijn er ontmoetingen over en weer, maar op een of andere manier blijven de verwijten hard en onverzoenlijk, het valt niet mee ze te overwinnen. Tot iemand zegt: “Was het niet onze oervader die zei: 'Die broer van je was dood en is weer levend geworden?' Wordt het dan niet hoog tijd dat we elkaar weer gaan zien als broers en zussen? We kunnen toch aan de geschiedenis zien waar bitterheid en afgunst toe leiden? Moeten wij niet leren uit de fouten van onze voorouders?”

De heilige Augustinus ziet in de parabel van de verloren zoon de geschiedenis van Israël en de Christenen. Als Jezus inderdaad die twee in gedachten had met zijn parabel, dan is de geschiedenis van de afgelopen tweeduizend jaar dus het vervolg van zijn parabel. Inmiddels heeft het Tweede Vaticaans Concilie de vraag gesteld of wij niet heel anders met elkaar moeten omgaan, als broers en zussen van elkaar, eenvoudig omdat God ons zo ziet.

Nu, vijftig jaar na het Tweede Vaticaans Concilie, vormen Christenen nog voluit de meerderheid van de wereldbevolking, maar kunt u zich voorstellen dat misschien ooit het atheïsme, het ongeloof, in een brede mengeling van verschijningsvormen de overhand krijgt, wereldwijd? Het is goed om ons nu bewust te zijn dat wanneer de religies, waaronder in de eerste plaats Jodendom en Christendom, maar ook de Islam niet elkaar de hand reiken, het verschijnsel religie zelf een minderheid wordt, waarbij vrijheid van godsdienst in de toekomst lang niet altijd gegarandeerd zal blijven.

Maar misschien moeten wij wel eerst deze vraag stellen: Verdienen wij, dat wij als Kerk behouden blijven? Verdient het Jodendom dat het als volk behouden blijft? Verdient de Islam dat het als godsdienst behouden blijft? Als we kijken naar onze geschiedenis, dan hebben we weinig of niets om ons op te beroemen. Het feit dat Jezus Christus voor alle volken en alle religies de hoeksteen en de toetssteen zal zijn, zal voor Christenen geen reden zijn om zich op te beroemen, integendeel. Want, wij dragen zijn naam, maar hebben wij hem nagevolgd in zijn barmhartigheid. Andere religies zullen zich op een andere manier schamen, omdat ze Hem niet hebben aangenomen, terwijl zijn woorden en daden zo evident van God komen. Maar niemand van ons zal zich ook maar op iets kunnen beroemen, ook niet de atheïstische wereld die alle schuld van de geschiedenis op de religies afwent, maar blind is voor de eigen onverdraagzaamheid, de massaslachtingen, haar vernietigingsdrang en haar eigen zinloze en doelloze voorthollen door de geschiedenis.

De parabel van de verloren zoon, van de bittere oudste zoon en van de barmhartige vader, verwijst uiteindelijk naar de ene Zoon die ons allen wil samenbrengen en ons tot Gods kinderen wil maken. Amen.



Voorbede

Wij bidden tot God onze barmhartige Vader.

Wij bidden voor onze Katholieke Kerk en voor alle Christenen, dat wij onze fouten uit het verleden erkennen en dat wij werken aan eenheid door heel concreet in ons dagelijks leven Christus na te volgen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor Jodendom, Islam en alle religies wereldwijd, dat de sluier wordt weggenomen waardoor zij Christus niet kunnen zien en niet leren kennen als de Verlosser voor alle mensen van alle tijden. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie, dat we bescheidenheid leren, eenvoud, zonder ons geloof te verliezen. Dat we werken aan de oecumene door eerst zelf te groeien als kind van God in de navolging van Christus. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat we elkaar helpen stand te houden in een wereld waarin geloof en Kerk steeds meer een onbekend en ongewild verschijnsel wordt. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties
 

Aanvullende gegevens