Een mens die vindt dat hij geen bekering nodig heeft, zet in zekere zin Jezus buiten spel.
C2019DHJ24C

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van St. Jozef, de H. Willibrordus (Wassenaar) en de H. Laurentius (Voorschoten – met autozegen) om 19.00, 09.30 en 11.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.


Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

Vandaag komt de gelijkenis van het verloren schaap, het verloren zilverstuk en de parabel van de verloren zoon bij elkaar. Het is goed om onszelf daarin te herkennen. Ieder van ons heeft de bevrijdende liefde van Christus nodig. In deze Eucharistieviering willen we ons laten vinden door De Goede Herder.

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.


Lezingen

E.L:  

 Exodus 32, 7-11. 13-14

Psalm:         

 Ps. 51 (50) 3-4, 12-13, 17 en 19

T.L:  

 1 Timóteus 1, 12-17

All. Vers.         

 Johannes 10, 27

EV:   

 Lucas 15, 1-32 of 1-10      

Homilie

Kent u dat grapje waar tegelijk een verzuchting in doorklinkt? Jezus spreekt over 100 schapen waarvan er een kwijtraakt. In onze tijd is het andersom, er is nog maar één schaap in de kerk en de andere 99 lopen verloren.

Jezus gebruikt in zijn gelijkenis het beeld van één herder met 100 schapen. In onze tijd is het één pastoraal teamlid op 4000 parochianen, waarvan er meer dan 3.500 nooit of bijna nooit meer in de kerk komen. Het is een andere werkelijkheid. Ten opzichte van de parabel is het in onze tijd de omgekeerde wereld. Maar misschien gaat het daar niet echt over.

Deze parabel blijft zijn zeggingskracht houden, want het gaat Jezus niet om de aantallen, het gaat Hem om onze innerlijke houding. Daarom volgt meteen de parabel van de verloren zoon. Je zou zelfs de vergelijking van het verloren schaap en het verloren zilverstuk zien als een inleiding op de parabel van de verloren zoon. Daarbij klinkt twee keer deze tekst: Na het verloren schaap zegt Jezus: “Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben”. En na het verloren zilverstuk zegt Hij: “Zo, zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God over één zondaar die zich bekeert”.

Bekering is wezenlijk. Dat horen we hier uit de mond van Jezus. Maar bekeren is lastig. Eerst het besef dat je je moet bekeren. Hoeveel mensen hebben het idee dat ze bekering nodig hebben. Daarvoor hoeven we niet ver te kijken, als we te rade gaan bij onszelf, komen we al snel de innerlijke weerstanden op het spoor. Maar luisterend naar de woorden van Jezus dringt bij ons het besef door dat wij ons moeten bekeren.

De tweede lezing is daarvan een mooi voorbeeld: Paulus schrijft over zichzelf: “ … hoewel ik eertijds een godslasteraar was, een vervolger en geweldenaar. Maar mij is barmhartigheid bewezen omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid”. Paulus vond in zijn eerste jaren absoluut niet dat hij bekering nodig had, hij kende de waarheid, hij was al jong een farizeeër met aanzien. Hij was super ijverig in dienst van de Joodse overheid en extreem trouw aan de Wet van Mozes. Zou hij dan bekering nodig hebben. Maar na zijn bekering in de omgeving van Damascus schrijft hij dat hij een godslasteraar was, een vervolger en geweldenaar. Waar hij eerst prat op ging, wat hij allemaal deed voor de Joodse overheden, betreurt hij nu en heeft spijt van.

Hetzelfde zien we eigenlijk in de eerste lezing. In die dagen sprak de Heer tot Mozes: “Ga nu naar beneden, want het volk dat ge uit Egypte hebt geleid, is tot zonde vervallen. Zij zijn nu al afgeweken van de weg die Ik hun had voorgeschreven; ze hebben een stierenbeeld gemaakt, ze buigen zich daarvoor neer, ze dragen er offers voor op en schreeuwen: ‘Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid”. Het hele volk is de weg kwijt. Ze zijn hun eigen afgod gaan aanbidden, ze zijn God vergeten, te ver weg, onzichtbaar, niet binnen onze macht. Een hele generatie zal verloren lopen in de woestijn. Pas hun nageslacht zal de weg weer vinden onder leiding van Jozua, op weg naar het Beloofde Land.

Ieder mens is van tijd tot tijd een verloren schaap, een verloren zoon, een verloren dochter. Zelfs wanneer we als kind gedoopt zijn en het geloof met de paplepel hebben meegekregen, ook dan geldt dat we ergens in ons leven een verloren schaap zijn, een verloren kind van God.

De heiligen zijn zich dat vaak veel beter bewust dan doorsnee gelovigen. Veel mensen zijn nog in de fase van Paulus voordat het Licht van Christus en het Woord van Christus hem bij Damascus door elkaar schudde.

Een mens die vindt dat hij geen bekering nodig heeft, zet in zekere zin Jezus buiten spel. Zo iemand lijkt dan op een zieke die ontkent dat hij ziek is en weigert naar de dokter te gaan. Onze wereld gaat daar steeds meer op lijken. Zelfbewustheid en autonomie worden hoog geprezen. Zelfbewustheid is op zich niet verkeerd, maar het leidt snel tot arrogantie en gebrek aan zelfreflectie. Dat maakt ons blind voor eigen fouten en sluit ons op in een gevoel van superioriteit. Uiteindelijk worden we de gevangenen van onze eigenwaan en eindigen tenslotte in de zelfgekozen dood, wanneer de werkelijkheid niet meer aansluit bij ons zelfbeeld. Wat geschetst wordt als het hoogtepunt van autonomie, is feitelijk het dieptepunt en resultaat van onze innerlijke gevangenschap.

Ieder mens is op zijn of haar tijd dat verloren schaap. Hoe groot is dan de vreugde wanneer we beseffen dat niet wij onszelf los kunnen rukken uit de klitten van een doornstruik, of de weg terugvinden naar Gods kudde, maar dat De Goede Herder Zelf naar ons op zoek gaat.

Het is goed te beseffen wat het De Goede Herder heeft gekost om de schapen te bevrijden. Kijken we naar Hem, naar het kruis, naar zijn liefde, naar zijn voorbeeld. Het kijken naar Hem werkt al bevrijdend. Zijn Woord horen, beluisteren, lezen en bemediteren, maakt ons innerlijk vrij. En wie zich vrij laat maken, gaat delen in zijn liefde, die ons aanzet ook anderen te helpen vrij te worden. Laat deze Eucharistieviering ons innerlijk zo raken dat we steeds vrijer worden om hem te volgen op weg naar Gods Koninkrijk. Amen.


Voorbede

Wij bidden tot God die ons vrijmaakt.

Wij bidden voor de Kerk, dat zij altijd bereid is de vergevende liefde van Christus aan de mensen aan te reiken. Dat alle gelovigen ook zichzelf blijven zien als verloren schapen die de hulp van Christus en de Kerk nodig hebben op weg naar Gods Koninkrijk. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor de wereld, dat arrogantie niet een obstakel wordt voor bekering en vergeving. Dat mensen niet vluchten in de kunstmatige wereld van reclame en plezier, maar de werkelijkheid onder ogen zien en de wijsheid van Christus en de Kerk ter harte nemen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, om een houding waarin alle mensen welkom zijn, ook zij die ons in het verleden hebben verlaten. Bidden we voor de Alpha Cursus, dat velen de weg mogen vinden tot Christus die mensen vrijmaakt uit hun zelfgemaakte gevangenis. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen; voor een goede familieband, dat ouders en kinderen, broers en zussen niet van elkaar vervreemden, om barmhartigheid en vergevingsgezindheid, om bekering en een nieuw begin. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

 

Aanvullende gegevens