Wie niet dient, gaat heersen. Wij zijn niet gemaakt om te heersen maar om te dienen. Laat ieder dienen naar de maat en naar de plaats die hem of haar gegeven is. Mannen moeten dienen op een mannelijke manier, vrouwen op een vrouwelijke manier. Geen eenzijdige dienstbaarheid, maar wederkeringe dienstbaarheid.
Eucharistieviering 26 en 27 augustus 2006, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur in de parochiekerk van De Goede Herder, de H. Jozef en de H. Willibrordus te Wassenaar, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Eucharistieviering beluisteren (MP3)
Preek: B2006DHJ21BAUFX
Lezingen
E.L.: Joz. 24, 1-2a. 15-17. 18b.
T.L.: Ef. 5, 21-32
Ev.: Joh. 6, 60-69
Homilie
En Jozua sprak namens God: “Als gij de Heer niet wil dienen, kies dan nu wie gij wel dienen wilt: de goden van de voorouders, of de goden van dit land.’
En Jezus vroeg aan de twaalf: “Willen ook jullie soms weggaan?”
Het lijkt wel of ze het erom doen. De eerste Jozua, de opvolger van Mozes, windt er geen doekjes om. Maar de tweede Jozua, de definitieve Jozua, Jezus, de Zoon van God, windt er ook geen doekjes om.
Soms vraag ik me af: “Zouden we niet moeten optreden zoals de oude profeten en ook zoals Jezus deed?” Maar dan blijkt dat je slechts een heel klein gezelschap overhoudt.
Als Abraham wegtrekt uit zijn land, dan heeft hij niemand om raad te vragen. Hij moet op weg met God. Hij heeft alleen dat woord van God, die belofte. Zo moet hij in allerlei omstandigheden volhouden, ook als de vervulling van die belofte steeds maar op zich laat wachten.
Als Mozes op de berg is, en de stenen platen ontvangt met de tien geboden, terwijl hij nog daarboven is bij God, is het volk beneden alweer teruggevallen tot het vereren van een gouden afgodsbeeld, een stier, een vruchtbaarheidsgod.
Als de grote profeet Elia heeft gewonnen van de Baälprofeten, dan zweert Izebel wraak, en Elia moet vluchten. Dan wordt het hem teveel, hij raakt in een depressie. De overwinning heeft geen bekering gebracht. En hij staat er alleen voor.
Als Jezus sterft aan het kruis, staan er nog maar enkele getrouwen, amper een hand vol, op enige afstand; zij kunnen niets doen. Jezus deelt de Godsverlatenheid van de zondaars, hij moet de absolute eenzaamheid doormaken. Alleen met God die zo ver weg is.
Is leven met God dan zo moeilijk? Is gelovig leven dan alleen weggelegd voor een kleine groep? Hoe was het dan met die volle kerken van 100 jaar geleden, hoe was het dan met die talloze roepingen, zusters, broeders, paters, kapelaans; missionarissen die erop uittrokken om het Evangelie in de derde wereld te brengen? We zien de beelden nog voor ons, alsof het gisteren was, zo kort geleden. Waren die volle kerken een historische uitzondering, zoiets als die eerste lezing van vandaag? Daar waar dat prille volk haar eerste geloofsbelijdenis uitspreekt:
‘Het volk antwoordde: ‘Wij denken er niet aan de Heer te verlaten en andere afgoden te vereren. De Heer onze God heeft ons en onze vaderen uit Egypte geleid, uit het land van de slavernij. Hij heeft voor onze ogen grote tekenen verricht en ons beschermd op al onze tochten en tegen alle volken waarmee wij in aanraking kwamen. Ook wij willen de Heer dienen, Hij is onze God.’
En Simon Petrus antwoordde: ‘Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de heilige Gods zijt.’
Tot zover lijkt het heel wat. Door de beproeving heen komt een geloofsantwoord. De groep is klein geworden, maar het geloof is gelouterd. Zo komt die geloofsbelijdenis diep uit hun hart.
Maar zijn we er dan al? Is onze Kerk, zo klein geworden in deze tijd, ook gelouterd? Het eerste wat Jozua zegt is: ‘Als gij de Heer niet wil dienen, kies dan nu wie gij wel dienen wilt.’ Hierin ligt een grote wijsheid. Er is maar één keuze. God dienen of de afgoden. Maar wat is de dwaling van onze tijd? Wij dienen niemand, wij zijn vrije mensen. Ik dien niet, daar leef ik niet voor. Een God die gediend wil worden, die hoef ik niet. Dus dienen we de economie, dienen we onze buik, want als we God niet dienen, zullen we de afgoden dienen.
‘Dienen’ is het probleem, en ‘niet dienen’ is de illusie. Wij zijn ‘mensen’ en onze vrijheid bereiken we alleen door dienstbaarheid. Heersers worden potentaten, onmensen, tirannen, beesten, als zij niet bereid zijn hun land te dienen. En in het klein geldt dat voor iedere mens. Wie niet wil dienen, wie alleen gediend wil worden, wordt een uiterst onaangenaam mens.
Wij zijn geschapen om te dienen. Jezus komt het ons voordoen en zegt het ook: ‘de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen’. Als Hij ons dan dient door ons de waarheid voor te houden, zal blijken of wij die waarheid, zijn dienst, aankunnen.
In de tweede lezing vinden we een toets, een test voor ons geloof en onze bereidwilligheid om de dienst van zijn leiding aan te nemen. In het Evangelie hoorden we veel leerlingen zeggen: ‘Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren’. Zo kan ook die tweede lezing klinken. ‘Broeders en zusters, weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus. Vrouwen, weest onderdanig aan uw man als aan de Heer. Mannen, hebt uw vrouw lief zoals Christus de Kerk heeft liefgehad.’
Van deze lezing zijn er ook die zeggen: ‘Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren’. En zo gaat het altijd met de waarheid. Ik las laatst een uitleg die heel deze tekst terugbracht tot die tijd, die cultuur, een mannencultuur, taalgebruik, stijl van spreken en aan het einde van die toespraak was er van de tekst niets meer over. De spreker ging vervolgens verder op zijn eigen manier naar de stijl van deze tijd, zo plausibel en acceptabel.
Maar de clou ligt in de eerste woorden: “Weest elkander onderdanig”. Anders gezegd: “Dient elkander”. Wie niet dient, gaat heersen. Wij zijn niet gemaakt om te heersen maar om te dienen. Laat ieder dienen naar de maat en naar de plaats die hem of haar gegeven is. Mannen moeten dienen op een mannelijke manier, vrouwen op een vrouwelijke manier. Dienstbaarheid naar de norm en het voorbeeld van Christus; in zuiverheid, oprechtheid en trouw. Dienstbaarheid die wijsheid en liefde vraagt, die ook ‘nee’ kan zeggen. Geen eenzijdige dienstbaarheid, maar wederkeringe dienstbaarheid. En de kern in die dienstbaarheid is Christus Zelf. Zoals Christus ons heeft gediend, door zijn leven voor ons te geven, zo zijn wij geroepen elkaar te dienen, ja ten koste van ons eigen leven. Zo is en wordt het huwelijk een sacrament, en zo is en wordt de Kerk ‘Lichaam van Christus’. Amen.
Voorbede
Vanuit dit geloof, bidden wij vol vertrouwen tot God, onze Vader.
Bidden wij voor Gods Kerk, over de gehele wereld. Bidden wij om geloof en toewijding, om standvastigheid en moed, om oprechte liefde in dienstbaarheid die verder gaat dan de eigen kring, om zuiverheid in denken en doen en om vreugde vanwege ons geloof. Laat ons bidden.
Bidden wij om vrede in de wereld. Om vergevingsgezindheid en inzet, om hoop en vertrouwen, om echte vredebrengers die tot verzoening leiden en om regeringsleiders die dienen. Laat ons bidden.
Bidden wij voor allen die deze dagen weer begonnen zijn met school en werk, met zorg thuis en daarbuiten. Bidden we dat dit nieuwe jaar allen dichter bij God en elkaar mag brengen in oprechte liefde en dienstbaarheid. Laat ons bidden.
Bidden wij dat we als geloofsgemeenschap samen in staat zullen zijn om te leven vanuit geloof en liefde. Dat ieder van ons in deze tijd een teken mag zijn van trouw, dat we levende getuigen mogen zijn, in het voetspoor van Christus. Laat ons bidden.
Intenties