Skip to content

Hoort u het wel eens? “Onze Lieve Heer is geen muggenzifter, een keer overslaan vindt Hij niet erg”; “Je kunt beter iemand helpen dan naar de kerk gaan”; “Waarom zou je naar de kerk gaan; je kunt toch ook thuis bidden!”; “Tja, ik komt er gewoon niet toe”, druk, druk, druk.” Wat zijn de argumenten om niet naar de Kerk te gaan?

Het kwam bij de Eerste Christenen al voor. In de brief aan de Hebreeën lezen we: “Wij moeten niet wegblijven van onze bijeenkomsten, zoals sommigen gewoon zijn te doen; laten we elkaar moed inspreken …” (Hebreeën 10, 25). Door naar Jezus te kijken en te zien wat Hij doet, ontdekken we hoe Hij erover denkt. Verleden week hoorden we dat toen Hij in Kafarnaüm kwam Hij ‘meteen’ op de sabbat naar de Synagoge ging (Marcus 1, 21-28). Deze zondag komt Hij uit de synagoge en gaat ‘meteen’ naar het huis van Simon en Andreas (Marcus 1, 29-39). Jezus heeft geen tijd te verliezen. De tijd is vervuld, het Koninkrijk van God is nabij gekomen. Hij heeft werk te doen, geen tijd voor bijkomstigheden. Je zou van Hem als eerste kunnen zeggen dat Hij genoeg argumenten had om niet te gaan. ‘Druk, druk, druk’; inderdaad, kijk maar hoe Hij ‘meteen’ van het één naar het ander gaat. Jezus had kunnen zeggen: “Je kunt beter een zieke helpen dan naar de synagoge gaan”. Maar nee, Hij doet het andersom. Hij gaat eerst naar de synagoge en meteen daarna bezoekt Hij de zieke schoonmoeder van Petrus.

Een Mis overslaan, omdat God geen muggenzifter is? Jezus redeneert precies andersom. Jezus redeneert uit liefde tot God, niet of Hij wat minder kan doen voor God en de naaste, maar of Hij wat méér kan doen. Voor Jezus geldt slechts een zeer zware reden om niet naar de synagoge te gaan. Weinig mensen beseffen dat ze door naar de kerk te gaan een teken stellen. Door niet te gaan laten we een plaats leeg en stellen we dus ook een teken; een anti-teken. Jezus zegt ook niet: “Je kunt ook thuis bidden”. Bij Jezus is het niet ‘of-of’, maar ‘en-en’. Argumenten ‘tegen’ betekenen meestal een gebrek aan motivatie, interesse en betrokkenheid en ook een gebrek aan geloof in Christus en in zijn Kerk. Ten diepste is het een gebrek aan liefde voor Christus en een gebrek aan inzicht wat Kerk-zijn is.

In de kerk komt Jezus op een ongekende manier dichtbij. Allerlei tekenen getuigen van zijn werkzame aanwezigheid. De liturgie spreekt ervan met een kerk vol gedoopten en gevormden, met dragers van sacramenten als priesterschap en huwelijk, rond de gave van de Eucharistie, met het vieren van de vergeving en de zorg voor onze zieken. In de kerk komt onze koortsachtige jachtigheid tot rust en onderscheiden we goed van kwaad, tijdelijk belang van eeuwig belang, het materiële van het geestelijke, het onbelangrijke van het belangrijke. Hier kan Jezus zijn goede werk aan ons doen. Niet om het hierbij te houden, maar opdat het doorgaat. We hebben feitelijk alleen een argument om wel naar de kerk te gaan: ‘Hij’ is dat argument en Hij is genoeg.

Pastoor Michel Hagen

Back To Top