Brood uit de hemel, wat is dat? Een teken uit de hemel, kun je dat zien? Het Evangelie neemt ons vandaag mee naar een gesprek dat Jezus daarover heeft. In de Eucharistieviering mogen onze ogen open gaan voor het Teken uit de hemel, Jezus Zelf.
Eucharistieviering in de parochiefederatie RRM, in de kerken van de H. Albertus Magnus (Blijdorp), de H. Liduina (Hillegersberg) en de gemeenschap van Overschie, weekeinde van 3 en 4 augustus 2024, om 12.00, 09.30 uur en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: B2024DHJ18B (zie 2021)
Lezingen
E.L: Exodus 16, 2-4. 12-15
Psalm: Ps. 78 (77), 3 en 4bc, 23-24, 25 en 54
T.L: Efeze 4, 17. 20-24
All. Vers. Johannes 17, 17 b en a
EV: Johannes 6, 24-35
Homilie
Verleden week hoorden we over het broodteken. Vijf gerstebroden en twee vissen, allen aten zoveel ze maar wilden. Aan het einde waren er twaalf manden met brokken over. Toen de mensen het teken zagen dat Jezus had gedaan zeiden ze: “Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen.”
Op dat gebeuren gaan we vandaag verder en we zullen zien dat alles niet zo eenvoudig is als het lijkt. De mensen hebben het teken gezien. Een overvloed aan brood. Iedereen een volle buik. Twaalf volle manden over.
Vandaag komt er een tweede teken bij. Er was maar één bootje. Hoe is Jezus nu aan de overkant gekomen. De leerlingen hebben hem te voet over het meer zien gaan, maar de mensen niet. Ze vermoeden wel iets en vragen: “Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?”
Dan ontspint zich een gesprek: Jezus begint meteen over de tekenen. “Niet omdat jullie tekenen gezien hebt zoeken jullie Mij, maar omdat jullie van de broden hebt gegeten tot je honger was gestild. Werkt niet voor het voedsel dat vergaat maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven en dat de Mensenzoon u zal geven.
Waarom zoeken ze Jezus? Ze hebben er wel iets voor over. Ze zijn met bootjes teruggegaan naar de plaats waar Jezus voor overvloed gezorgd had. Dan steken ze ook het meer over en vinden Jezus. Maar Jezus wil dat ze zich bewust worden van hun beweegredenen. Waarom zoeken ze Jezus? Die vraag geldt in zekere zin voor ieder van ons.
Wij komen naar de kerk, we maken overdag tijd voor stilte en gebed. We gaan op bedevaart, we gaan naar de aanbidding. Het zijn onze manieren om Jezus te zoeken. We gaan terug naar plaatsen waar we Hem hebben ervaren. Maar ook voor ons geldt die vraag: “Waarom zoeken we hem?”
Jezus ziet in hun hart en geeft zelf antwoord: “Niet omdat gij tekenen gezien hebt zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild”. Wat zoeken wij bij Jezus? Verbetering van ons aardse bestaan? Zoiets hoorden we in de eerste lezing. Heel de gemeenschap van de Israëlieten te morren tegen Mozes en Aäron. “Waren we maar door de hand van de Heer gestorven in Egypte, waar we bij de vleespotten zaten en volop brood konden eten”. Sterven door de hand van de Heer, dat zou kunnen betekenen: oud worden en natuurlijk doodgaan, liever leven in slavernij met genoeg te eten dan vrij in de woestijn hongerlijden. De eentonigheid van het leven in de woestijn, de honger, de dorst, alles zit tegen. Hoe houd je het vol? Als problemen op je werk, of in het gezin voortduren, hoe lang nog? Hoe houden we het vol?
Ook hier die vraag: Wat zoeken de Israëlieten bij Mozes? Een oplossing voor hun probleem. God verhoort het gebed van Mozes. Laten we maar bij hem blijven. Daar in de woestijn moeten de Israëlieten leren op God te vertrouwen, ze zijn met Hem op weg. Maar het lijkt erop dat ze alleen nog maar oog hebben voor het eten.
Hoe is dat met de tijdgenoten van Jezus? Een dag eerder wilden ze Jezus meenemen om tot koning uitroepen, vanwege de broodvermenigvuldiging, het teken dat ze gezien hadden. Ze lijken kort van geheugen, want nu zeggen ze: “Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven? Wat doet Gij eigenlijk? Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven staat: ‘brood uit de hemel gaf hij hun te eten’.”
Er is iets vreemds met de tekenen van Jezus. Aan de ene kant zijn de mensen er van onder de indruk. Daar op een eenzame plaats zo’n overvloed aan brood. Die man willen we wel als koning. Een dag later: “Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven?” “Wat doet Gij eigenlijk?”
De tekenen die Jezus doet zijn niet voor iedereen doorslaggevend. Het rijtje is indrukwekkend, behalve het broodteken van verleden week zondag en vandaag die geheimzinnige oversteek over het water, zijn er de andere tekenen: de overvloed aan de beste wijn bij de bruiloft van Kana (Johannes 2, 1-12), de genezing van de zoon van de hofbeambte (Johannes 4, 46-54) en de genezing van de man die 38 jaar verlamd lag bij Betesda (Johannes 5:1-14). Waarom is niet iedereen daarvan onder de indruk? Ze zeggen: “Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven?”
Die houding herkennen we in onze wereld. Een houding tegenover Christus en de Kerk. Het lijkt op voetbal en andere sporten, zoals Johan Cruyff dat zo aardig uitdrukte: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt …” Zo is het inderdaad ook met de dingen van God. Je gaat het pas zien als je op zijn minst bereid bent om te geloven.
Deze vraag loopt door de lezingen van deze zondag heen: Wat zoeken we bij Jezus? Waarom zoeken we Jezus? Wat verwachten we van Hem? Als Hij een teken geeft, geloven we dan dat dit met God, met de hemel te maken heeft?
Jezus zelf leert ons verder te kijken dan wat de aarde, wat de wereld biedt. Hoe geweldig dat manna daar in de woestijn ook was; Hij zegt: “Wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven …” Daarom zijn wij hier. Wij zoeken Jezus omdat Hij Zelf het teken is door God gegeven; Hijzelf is het levende Brood uit de hemel en dat vieren wij hier in de Eucharistie. Amen.
Voorbede
Wij bidden tot God die ons als zijn kinderen aan het gastmaal van zijn Zoon heeft genodigd.
Wij bidden voor alle gelovigen, dat onze ogen open gaan voor Gods tekenen en voor Gods Voorzienigheid, dat we in de loop van de gebeurtenissen in ons leven Gods Hand blijven zien en durven vertrouwen op zijn zorg en barmhartigheid. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze wereld, om een nieuwe mentaliteit, waarbij we niet het grote en geweldige zoeken, maar vreugde vinden in een eenvoudig bestaan, dat we Gods goedheid en liefde uitdrukken in een levenshouding met oog voor de kleinen en zorg voor elkaar. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, om een nieuwe kijk op de dingen van alledag, dat we een grote liefde leggen in kleine gebaren van goedheid, dat we daarin ook God aan het werk zien en bereid zijn met hem mee te werken. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen, voor alleenstaanden en echtparen, voor ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen, om dankbaarheid voor het dagelijks brood, om goed en betekenisvol werk voor iedereen, maar vooral voor hen die nu werkloos zijn, wij bidden ook om een ontspannen vakantie waarin we ook oog hebben voor de schoonheid van Gods schepping. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties