Jezus spreekt in het Evangelie over zijn lijden en kruisdood, maar de leerlingen kunnen dat niet accepteren. Mogen we ook voor ons eigen leven vragen om het mysterie van kruis en verrijzenis beter te gaan verstaan.
Eucharistieviering in de federatie H. Laurentius (RRM), in de kerken van de H. Liduina (Hillegersberg) en de HH. Laurentius en Elisabeth (kathedraal), zondag 15 september 2024, om 09.30 uur en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: B2024DHJ24B
Lezingen
E.L: Jesaja 50, 5-9 a
Psalm: 116 (114), 1-2, 3-4, 5-6, 8-9
T.L: Jakobus 2, 14-18
All: Johannes 8, 12
EV: Marcus 8, 27-35
Homilie
Afgelopen zaterdag, 14 september, vierden we het feest van Kruisverheffing. Veertig dagen terug, op 6 augustus, vierden we de gedaanteverandering van de Heer op de berg. Petrus, Jacobus en Johannes zagen toen zijn glorie, ze mochten even een glimp opvangen is wie Jezus is binnen Gods koninkrijk. Kort voor dat moment sprak Jezus over zijn lijden en kruisdood. Daarmee zijn we bij de lezing van vandaag.
Weet u nog hoe het gesprek ging tussen Jezus en de twee leerlingen op weg naar Emmaüs? Toen ze Hem alles verteld hadden, zei Hij: “Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?” (Lukas 24, 26).
“Moest de Messias dat alles niet lijden?” Het blijft een intrigerende vraag. Maar komen de meest indringende vragen niet steeds op hetzelfde neer? Wat moeten we met het kwaad, met de dood, met het lijden, met tegenslag? Hoe moet ik ermee omgaan?
Kijkend naar het leven van Jezus, kun je onderscheid maken tussen verschillende soorten lijden. Aan de ene kant zie je hoe Jezus lijden verlicht. Hij brengt mensen genezing, doet blinden zien en lammen lopen, doet doven horen en stommen spreken. Dat hoorden we verleden week zondag nog. Lijden en ziekte, kwaad en dood, ze passen niet zomaar in een goede schepping, in die schepping waarvan God kon zeggen dat hij heel goed was. Er is iets fout gegaan en daarvan is ziekte en ellende een uiting. Jezus toont Gods goedheid door met grote inzet het lijden in allerlei vormen te verlichten.
Toch zegt Hij vandaag “dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de Schriftgeleerden verworpen moest worden, maar dat Hij, na ter dood te zijn gebracht drie dagen later zou verrijzen”. Hier zien we een ander lijden, dat Hem zelf treft, dat Hij zal ondergaan en niet zal ontlopen, niet probeert te ontwijken en niet afwijst. Wat is het verschil?
Het antwoord krijgt Petrus vandaag in een heel harde les. Hij wil Jezus afhouden van die weg, geen verraad, geen lijden, geen kruisdood, dan is verrijzenis ook niet nodig. Maar het antwoord van Jezus komt hard binnen: “Ga weg, satan, terug! want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.”
Menselijke overwegingen. Is dat dan zo verkeerd om Jezus te weerhouden van die weg, is het verkeerd om dat verraad te ontwijken, te vluchten voor de gevangenname, niet naar Jeruzalem te gaan, ergens anders het goede werk voort te zetten? En zou het verkeerd zijn om de wapens op te pakken en Jezus te verdedigen? Blijkbaar is het ene lijden het ander niet. Maar wat is het verschil?
“Gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.” Het eerste moment stond Petrus sterk in zijn geloof, toen hij antwoordde: “Gij zijt Christus.” Het tweede moment wordt hij teruggestuurd als een satan, want hij laat zich niet leiden door wat God wil.
Wil God dan het lijden? Wil God dat Jezus lijdt? Dat is niet de goede vraag. Waarom wil God dat Jezus de weg van het lijden gaat, waarom vraagt de Vader aan zijn Zoon, de veelgeliefde, in wie Hij welbehagen heeft, de enig geborene, die reeds bestond in de schoot van de Vader, waarom vraagt de Vader aan Hem om die weg te gaan, de weg van verraden worden, vals beschuldigd worden, vals veroordeeld worden, het kruis dragen en eraan sterven? De schandelijke dood, gerekend worden onder de boosdoeners, de moordenaars?
Omdat alleen zo de mensheid leert. De almacht van God wordt zichtbaar in zijn liefde, de onmacht van God is de mens die Gods liefde en de weg van de liefde afwijst. De onmacht van God begint bij onze koppigheid, bij ons ongeloof, bij onze halsstarrigheid en opstandigheid. De almacht van God krijgt de ruimte waar wij met Hem mee bewegen, luisteren, doen, op weg gaan, dan kan Hij wonderen doen. Maar we maken zijn almacht onmachtig als wij zijn wil afwijzen. Daarom reageert Jezus zo fel naar Petrus: “Ga weg, satan, terug! want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.”
Na dit gesprek zal Jezus de drie leerlingen meenemen boven op de berg. Ze zullen zijn heerlijkheid zien, stralend, tussen de profeten Mozes en Elia in. Ze zullen de stem van de Vader horen: ¨Luistert naar Hem”. En toch zal dit niet genoeg zijn om te kunnen geloven dat de Vader deze weg van zijn Zoon kan vragen en dat die weg een weg is die tot verlossing en verrijzenis leidt.
Volgende week zondag horen we ongeveer dezelfde woorden, opnieuw die aankondiging van zijn lijden. Jezus heeft het meerdere keren moeten vertellen, uitleggen. Dat geldt niet alleen die leerlingen, de apostelen, het geldt ook ons, de wereld, de mensheid. In onze tijd is het misschien nog sterker, dat lijden, tegenslag, moeite, pijn niet mogen bestaan. Ja, misschien om een doel te bereiken, een gouden plak op de olympische spelen. Niet feesten en hard studeren om je diploma. Overuren maken voor een promotie. Afzien, lijden, om de marathon te kunnen lopen. We doen het wel, we kunnen het wel.
Maar kunnen we het ook voor Gods koninkrijk, opkomen voor de zwakken en meest kwetsbare kleinen, opkomen voor de natuur, voor het klimaat, opkomen voor gerechtigheid, opkomen voor vluchtelingen? Strijden tegen ongerechtigheid, tegen uitbuiting en bedrog waar kleine mensen slachtoffer van worden.
Met Petrus moeten ook wij leren wat God wil, leren luisteren naar Jezus en geloven dat zijn weg, inclusief het kruis, leidt tot verrijzenis. Amen.
Voorbede
Wij bidden tot de hemelse Vader die toto ons spreekt, die ons hoort en ziet en die met ons is op weg is.
Wij bidden voor alle christenen op aarde, vooral voor hen die lijden onder ziekte, onder geweld, tegenslag, vervolging of onbegrip. Dat zij het geloof en de moed hebben de weg van Jezus te blijven gaan en alles te overwinnen met zijn liefde. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor de regering en de hele overheid, dat er meer begrip komt voor die weg van Christus, dat zij zich tot het uiterste inspannen om mensen in nood op te vangen. Vragen we een groeiende eerbied voor het leven en het besef dat geen enkel leven zinloos is. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat we de kansen benutten om anderen goed te doen, dat we ons niet laten hinderen door welke problemen en risico’s ook, dat we elkaar steeds steunen om het voorbeeld van Christus na te volgen. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen, voor alleenstaanden en echtparen, ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen; dat we mogen ontdekken dat elk lijden en elke tegenslag met Gods hulp ons doet groeien in geloof, hoop en liefde door onze verbondenheid met Christus. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties: