Skip to content

Vandaag op het feest van Driekoningen zijn deze wijzen ons voorbeeld. Wij mogen neerknielen bij Christus die zich klein maakt om bij ons te wonen. We mogen Christus aanbidden en Hem onze gaven aanbieden.

Eucharistieviering in de federatie H. Laurentius (RRM), in de kerken van de H. Dominicus (Het Steiger) en de HH. Laurentius en Elisabeth (Kathedraal), zondag 5 januari 2025, om 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: C2025OPENB1C

Lezingen

E.L: Jesaja 60, 1-6
Psalm: Ps. 72 (71), 2, 7-8, 10-11, 12-13
T.L: Efeze 3, 2-3a. 5-6
All. Vers. Matteüs 2, 2
EV: Matteüs 2, 1-12

Homilie

Wat kunnen wij leren van de wijzen uit het Oosten? Toen de evangelist Matteüs dit verhaal opschreef, heeft hij diep nagedacht. Hij had allerlei verhalen gehoord, wij zouden het al snel legenden noemen, verhalen uit de kring van de familie van Jezus met name aan de kant van Jozef.

Wat waren de ingrediënten van dat verhaal? Er was een ster. Er waren geschenken. Er waren magoi. Dat zijn magiërs of filosofen, een soort astronomen of astrologen, zeg maar wetenschappers van hun tijd. Er was het verhaal dat ze terecht waren gekomen bij Herodes en dat dit later de aanleiding werd voor de kindermoord in Bethlehem.

Wanneer Matteüs dit verhaal hoort en opschrijft, gaan er bij hem allerlei lampjes branden. Hij moet meteen denken aan teksten uit de Bijbel, zoals uit het boek Numeri: “Ik zie hem, maar niet in het heden, ik aanschouw hem, maar niet van nabij; een ster komt op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël” (Numeri 24, 17). Hij denkt ook aan die tekst van Jesaja uit de eerste lezing: “Volkeren komen af op uw licht, koningen op de luister van uw dageraad” (Jes. 60, 3). Er is in het hart van de evangelist Matteüs een sprongetje van vreugde, want hij is ervan overtuigd dat in Jezus de oude voorspellingen en de oude beloften zijn vervuld. En zo schrijft hij het verhaal op.

Wijzen uit het Oosten. Ik begon met de vraag: Wat kunnen wij van hen leren? Dit jaar 2025 is een jubeljaar, een heilig jaar, een jaar van genade. De paus gaf dit jubeljaar een motto mee: Pelgrims van hoop. Deze drie koningen zijn voor ons een voorbeeld van waarachtige pelgrims van hoop.

Een pelgrim van hoop gaat op weg, kijkt niet om, houdt het verleden niet vast, verandert niet in een zoutklomp als hij schrikt van wat hij moet loslaten; een pelgrim van hoop richt zijn oog op de hemel, want daarvandaan verwacht hij zijn heil. Zo wordt de ster aan de hemel voor deze wijzen uit het Oosten een teken van hoop. Hoop op een nieuwe koning.

Wie ooit een lange pelgrimstocht heeft gemaakt, zoals naar Santiago of naar Rome, heeft misschien mogen ervaren dat hij of zij als een ander mens terugkwam. Niet een heel ander mens, maar toch anders, veranderd. Dat gebeurt ook met deze drie wijzen. Het volgen van de ster is hun pelgrimstocht. Zij kennen God nog niet, maar ze geloven dat God bestaat. Ze kennen Christus nog niet, maar ze durven te hopen dat er een nieuwe koning geboren zal worden, een die zal regeren in rechtvaardigheid en die vrede zal bewerken.

Met welke hoop en verwachting zijn zij op weg gegaan? Die vraag kan ook onszelf betreffen. Met welke hoop of verwachting beginnen wij aan dit nieuwe kalenderjaar, aan dit Jubileumjaar? Met welke hoop en verwachting beginnen wij onze pelgrimstocht van hoop in dit jaar van genade?

Matteüs is zich bewust dat wie Jezus ontmoet, een verandering doormaakt. Als mens van de aarde, van de wereld, verandert hij of zij in een mens van de hemel. Zo schrijft Matteüs ook over de wijzen; dat ze eerst naar het hof van koning Herodes gaan. Wat ze zoeken, zoeken ze eerst bij de bestaande macht, bij de gewone heerschappij, bij de wereld. Ze zoeken het in de overheid, in de politiek, in de regering, in de rechterlijke macht, bij de religieuze Joodse leiders, bij de priesters en de Schriftgeleerden. Maar daar vinden ze de nieuwe koning niet. Alhoewel, ze vinden er wel iets, een spoor. De Schriftgeleerden antwoordden: Dit schrijft de profeet Micha: “Gij echter, Betlehem in Efrata, al zijt gij klein onder Juda’s geslachten, toch zal er, zeg Ik, iemand uit u komen die over Israël gaat heersen. In het verre verleden ligt zijn oorsprong, in lang vervlogen dagen” (Micha 5, 1).

Als de wijzen van het koninklijk hof vertrekken in de richting van Bethlehem, zien ze de ster opnieuw. Dan schrijft Matteüs: “Op het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde”. Dat is niet zomaar vreugde. Dat gaat dieper. Ze weten niet alleen dat ze op de goede weg zitten, maar er is meer. Het gaat om een andere koning; in het verre verleden ligt zijn oorsprong, in lang vervolgen dagen. Of denk aan de Emmaüsgangers, hun hart brandde toen Jezus met hen sprak. Een vreugde als de brandende braambos die brandt maar niet verbrandt.

Wat kunnen wij leren van deze wijzen? Ze blijven niet hangen bij het hof van Herodes. Ze blijven niet staan, ze gaan weer verder. En ze houden koers. Het woord van Gods profeten zet hen weer in de juiste richting. Er komt weer vreugde in hun hart. De hoop herleeft. Hoop geeft vreugde en versterkt het vertrouwen.

Dan komen ze bij het huis. Gaan erbinnen en knielen neer. Ze brengen Jezus hun hulde. Tegen Herodes hadden ze gezegd: “Waar is de pasgeboren koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.” Dat doen ze nu. Maar niet alleen koninklijke eer. Ze knielen neer, nu niet in een paleis, maar in een eenvoudig huis. Er zijn geen lakeien, geen harem, geen priesters, geen Schriftgeleerden; we horen zelfs even niets over Sint Jozef, daar zijn alleen het Kind en zijn moeder.

Drie geschenken dragen zij aan, hun offerande: goud, wierook en mirre. Goud voor de nieuwe koning. Wierook voor de Zoon van God. Mirre voor Hem die zou lijden. Aan het kruis boden ze Hem ‘met mirre gekruide wijn aan’. Als de wijzen naar hun land terugkeren, doen ze dat langs een andere weg. Niet meer terug naar het hof van Herodes, niet naar de priesters en Schriftgeleerden. Nee, ze reizen langs een andere weg, die Weg is Christus. Als andere mensen, met een nieuwe visie om in hun land te getuigen van wat ze gezien en gehoord hadden. We kunnen veel leren van deze wijzen uit het Oosten. Amen.

Voorbede

Wij bidden tot God die met ons is bij alle momenten van ons leven.

Wij bidden voor alle christenen, dat zij in Gods huis blijven samenkomen rondom de Heer en hun gaven meebrengen, dat dit Jubeljaar ons allen mag helpen om God en de naaste dienen in liefde, dat we steeds vreugde vinden in het samenzijn rond de Heer om de Blijde Boodschap uit te dragen in deze wereld. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze samenleving, dat het licht van Gods genade mag doorbreken in onze tijd. We vragen dat alle mensen, groten en kleinen zich niet laten verblinden door het kunstlicht van onze cultuur, maar geleid door het licht van het geloof de weg vinden naar Christus, Gods Zoon. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, we vragen om die open, ontvankelijke en bescheiden houding waardoor we net als de wijzen uit het Oosten kunnen knielen voor Christus, dat we vertrouwen op zijn Woord en Hem volgen, onze Goede Herder. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen; voor alleenstaanden en echtparen, ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen, om eenvoud van hart, dat we in de schoonheid van de natuur Gods grootheid bespeuren, dat de tekenen van de tijd ons dichter brengen Bij God en elkaar. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top