De apostel Paulus herinnert ons eraan dat we samen het Lichaam van Christus zijn, en dat ieder van ons een lid van dit Lichaam is. Jezus kondigt in het Evangelie een genadejaar van de Heer aan.
Eucharistieviering in de parochiefederatie H. Laurentius (RRM), in de kerken van de H. Liduina (Hillegersberg) en de HH. Laurentius en Elisabeth (Kathedraal), zondag 26 januari 2025, om 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: C2025DHJ03C
Lezingen
E.L: Nehemia 8,2-4a, 5-6. 8-10
Psalm: Ps. 19 (18) 8, 9, 10, 15
T.L: 1 Korinte 12, 12-30 of 12-14
All. Vers. Lucas 4, 18-19
EV: Lucas 1,1-4; 4,14-21
Homilie
Dit jaar, 2025 is een genadejaar. Zo’n jaar van genade past bij onze geloof, want vandaag horen we met welke woorden Jezus zijn openbaar leven begint. “De Geest van de Heer is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer”.
Een genadejaar van de Heer, wat is dat? Jezus citeert hier de profeet Jesaja. De oorspronkelijke tekst van Jesaja is nog uitgebreider: Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht; om een jaar van Gods genade te melden, een dag van wraak voor onze God; om alle treurenden te troosten, om aan de treurenden van Sion een kroon te geven in plaats van as, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, een kleed van roem in plaats van een kwijnend gemoed. Men noemt hen eiken van heil, door DE HEER geplant, een blijk van zijn luister. De oude ruïnes worden weer opgebouwd, de puinhopen van vroeger hersteld; de verwoeste steden herschapen … (Jesaja 61, 1-4).
Paus Franciscus heeft dit genadejaar 2025 de titel meegegeven: “Pelgrims van hoop”. In deze tekst van Jesaja die Jezus citeerde is de hoop gelegen van dit jubeljaar. Het gaat om een Blijde Boodschap; Om opbeuring voor gebroken harten. Vrijheid voor geboeiden, uit de duisternis terugkeren naar het licht, om treurenden te troosten, vreugde in plaats van rouw, roem in plaats van verachting en wat in puin ligt wordt hersteld.
Kijken we naar de geschiedenis van onze Kerk, dan zien we tijden van bloei en tijden van neergang, tijden van rust en tijden chaos, tijden van diepgang en tijden van oppervlakkigheid, tijden van uitbreiding en tijden van vervolging. In wat voor tijd leven wij nu. Als kerken worden afgestoten, leeg komen te staan, omgebouwd worden tot woningen of bibliotheek of concertzaal. Mogen we dan hopen op herstel, dat de verwoeste Stad Gods wordt herbouwd?
In wat voor tijd leven wij? Jesaja spreekt over geboeiden die terugkeren naar het licht. Mogen we daarop hopen? Zij die vastzitten in de boeien van deze wereld, gevangen in het kunstlicht van deze cultuur, mogen wij hopen dat zij uit die duisternis weer het licht gaan zien dat Christus is?
Deze tijd is net als al die andere tijden. Steeds weer klonk en klinkt opnieuw de Blijde Boodschap. Nadat Jezus de tekst van Jesaja heeft geciteerd en de boekrol heeft gesloten, zegt Hij: “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is nu, hier, in vervulling gegaan.”
Met zijn komst is de vervulling gebracht van alle beloften, van alle hoop, van alle profetieën, van de eeuwenlange verwachting. Hij, Jezus, is de vervulling van de beloften, Hij is onze hoop, Hij is de het antwoord op alle profetieën en alle verwachtingen. Dat is het geloof van onze Kerk, van de apostelen, van de heiligen, van onze voorouders, dat is ons geloof.
Wat betekent dat voor ons nu? In de tweede lezing horen we hoe Paulus schrijft over de Kerk. Hij schrijft: “Wij allen, … zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest door het doopsel één enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest”.
Gedoopt zijn, Kerk-zijn, christen zijn, Katholiek zijn, betekent dat wij bij elkaar horen, dat we broers en zussen zijn en dat we allemaal een eigen plek, een eigen taak in dat Lichaam van Christus hebben. Maar eerst moeten we ons bewust worden dat we deel uitmaken van dat Lichaam van Christus, we horen bij Christus, zijn intens met hem verbonden.
Wat is dan dat Lichaam van Christus? Toen Jezus verrees uit de dood, verscheen Hij aan zijn leerlingen. Hij blies zijn adem over hen uit. De Geest kwam over hen met Pinksteren. Daar gebeurde met hen wat Jezus vandaag over zichzelf zegt: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden …” Dat woord dat toen voor Hem gold, geldt nu voor zijn Kerk, en niet alleen voor de paus, de bisschoppen, de priesters, diakens en religieuzen. De Geest des Heren is over U gekomen, over jullie, omdat Hij u gezalfd heeft. Wij zijn het Lichaam van Christus. Zo gaat Christus in zijn verrezen Lichaam, dat de Kerk is, door in de tijd en over de hele wereld. In u, in ons, in zijn Kerk wereldwijd.
Verleden jaar mochten we hier in de kathedraal de relieken van de heilige Theresia van Lisieux ontvangen. Theresia heeft lang nagedacht, gezocht en gebeden om te weten wat haar plek in het Lichaam van Christus was. Ze was religieuze, ze leidde een biddend leven, ze wist wat haar taken waren, maar wat was haar plek in het Lichaam van Christus. De apostel Paulus noemt er verschillende: apostelen, profeten, leraars, wonderdoeners, genezers, helpers, bestuurders, profeten, leraars, uitleggers, zij die in vervoering spreken. Hij heeft het over: Hand, voet, oor, oog, reuk. Theresia ontdekte dat zij het warm kloppend hart van Christus mocht zijn dat liefheeft.
Dit rijtje kunnen we uitbreiden met andere teksten van Paulus, als hij spreekt over weduwen en maagden, over het celibaat dat hij zelf beleeft. We kunnen het ook zelf nog aanvullen; we hebben denkers en doeners, wetenschappers en technici, rijk en arm, jong en oud, we hebben mannen en vrouwen, mensen met wijsheid en met vurigheid, we hebben meerdere culturen en talen.
Als we zo naar onze parochie kijken, als we zo naar het Lichaam van Christus kijken in dit stukje Kerk in Rotterdam, dan zijn we rijk; rijk aan talenten, rijk aan mogelijkheden. Dit jaar van genade 2025, mogen we als parochie stappen als pelgrims van hoop. We durven hopen dat steeds meer parochianen hun plek, hun taak, hun zending vinden als medewerker van Christus, als vrijwilliger, als parochiaan. Dan breken er nieuwe tijden aan. Amen.
Voorbede
Als lidmaten van het ene Lichaam van Christus, bidden wij tot God onze hemelse Vader.
Wij bidden voor alle mensen die zich door God geroepen voelen, dat zij mogen ontdekken welke plaats God voor hen heeft bestemd en welke zending Hij hen toevertrouwt; wij vragen dat allen daar met vreugde op antwoorden en zich met hart en ziel ervoor inzetten. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze wereld, dat er een einde komt aan vervolgingen en oorlogsgeweld. We bidden om waarachtige wijsheid en vredelievendheid bij alle regeringsleiders. We vragen dat God zijn Geest van wijsheid en compassie over hen doet neerdalen. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochies en onze parochiekernen, dat ieder van ons zich een lidmaat weet in het ene Lichaam van Christus, dat we allen onze talenten inzetten in de parochie en in onze samenleving. (Wij bidden voor de gemeenschap van Het Steiger, dat zij bij het verlies van hun kerk de moed vinden op zoek te gaan naar een nieuw thuis.) Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen, bijzonder in dit Jubeljaar, dat we allen mogen delen in de bevrijdende kracht van Christus, dat we samen zijn handen en voeten zijn om de Blijde Boodschap met elkaar en met onze naasten te delen. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties