Tien melaatsen worden genezen op het Woord van Jezus. Slechts één keert terug, een Samaritaan. Deze man vindt redding.
Eucharistieviering in de parochie van de federatie H. Laurentius (RRM), in de kerken van de H. Albertus Magnus (Blijdorp), de H. Liduina (Hillegersberg) en de HH. Laurentius en Elisabeth (kathedraal) te Rotterdam, weekeinde van 11 en 12 oktober 2025, om 12.00, 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: C2025DHJ28C
Lezingen
E.L.: 2 Koningen 5, 14-17
Ps.: Ps. 98 (97) 1, 2-3ab, 3cd-4
T.L.: 2 Timóteus 2, 8-13
All.: Matteüs 11, 25
Ev.: Lucas 17, 11-19
Homilie
Hoe interessant zou het zijn wanneer we aan elkaar zouden vragen over wonderbaarlijke genezingen? Ik heb het idee dat er allerlei verhalen naar voren komen; genezingen waarvan ook artsen zeiden dat het boven verwachting goed was gegaan. Vijf jaar geleden, januari 2020, een maand voor het uitbreken van de coronapandemie, werd er een onderzoek gepubliceerd over het geloof in wonderen in Nederland. Wat bleek: Een meerderheid (63%) van de Nederlanders, gelooft (een beetje) in het bestaan van wonderen en in wonderbaarlijke ervaringen (70%).
Wat doet dan zo’n wonder-ervaring met mensen. Voor de meeste mensen (70%) is het meemaken van een wonderbaarlijke ervaring een belangrijke en bijzondere gebeurtenis. Vaak heeft dit een positieve invloed op het leven. Mensen die een wonderbaarlijke ervaring hebben meegemaakt, maken hierna betere keuzes, zijn zelfverzekerder, zijn minder bang, zijn gelukkiger of zijn geloviger geworden. Wij leven anno 2025. Sinds de enorme ontwikkeling van de wetenschap, zoeken de meeste mensen voor alles een natuurlijke verklaring. Toch blijft het geloof in wonderen bestaan, is dat niet wonderlijk?
Nu terug naar het Evangelie. Tien melaatsen roepen luidkeels: “Jezus, Meester, ontferm U over ons!” Waarom roepen ze dat? Kennen zij Jezus? Wat weten zij over Hem? Hebben ze over Hem gehoord? Ze leven in het grensgebied van Samaria en Galilea. Is de roem van Jezus zover doorgedrongen dat ook zij ervan hebben gehoord? Daar lijkt het in ieder geval wel op.
Ze moeten op afstand blijven vanwege hun melaatsheid en dat doen ze ook. Dan staat er over Jezus: “Hij zag hen en sprak: “Gaat u laten zien aan de priesters.” En onderweg werden zij gereinigd.” Kent u dat andere verhaal nog; dat van die koninklijke beambte van wie zijn zoon op sterven lag (Johannes 4, 46-54)? Jezus zei tegen hem: “Ga maar, uw zoon leeft.” De man geloofde wat Jezus hem zei en ging heen en zijn zoon leefde. Deze mensen geloven op het woord van Jezus. Alle tien gaan ze op weg naar de priester om zich te laten onderzoeken en het vereiste offer te brengen. Dat is dus een teken van geloof. Ze geloven en gehoorzamen Jezus. Ze moeten op weg gaan, ze moeten vertrouwen, en dat doen ze, ze gaan op weg. Het is al snel zo’n drie dagen lopen, zo’n 100 KM die ze moeten afleggen naar de tempel van Jerusalem. Ze moeten dus vertrouwen dat ze niet voor niets op weg gaan. Maar hun geloof wordt bewaarheid; luisteren naar Jezus en doen wat Jezus zegt, brengt genezing. Tot zover is er geen verschil tussen de negen uit Judea en de ene man uit Samaria. Maar waar gaat het dan mis? Hoe komt het dat alleen die ene Samaritaan terugkeert na zijn genezing en die negen andere niet?
Twee maanden geleden hoorden we de parabel van de barmhartige Samaritaan. De priester en de leviet liepen met een boog verder. De Samaritaan zag het slachtoffer en ontfermde zich over hem. Ook daar was er dat opvallende verschil tussen de mensen uit Judea en Samaria.
Jezus vraagt zich daarna hardop af: “Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?” En Hij sprak tot hem: “Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.”
Mensen zijn blij vanwege een genezing. De negen mannen uit Judea hebben hun plicht gedaan en in de tempel het offer gebracht, de priester heeft gezegd dat ze schoon zijn. Ze zijn naar hun familie teruggekeerd en hun leven nam weer zijn gewone loop. Maar ze zijn niet gered. Dat is wat de Samaritaan wel hoort uit de mond van Jezus: “Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.”
Voor de negen mannen uit Judea is Jezus een functionaris die zijn werk doet. Zij hebben ook hun werk gedaan, zoals de wet voorschrijft; zij keren niet terug naar Jezus. Ook zij hebben geroepen: “Jezus, Meester, ontferm U over ons!” Maar ondanks hun genezing komen ze niet tot inzicht dat Hij het verschil maakt. Ze gaan terug naar hun gewone leven. Die Samaritaan is net als Naäman in de eerste lezing. Naäman beseft door zijn genezing dat er maar één God is die hij voortaan wil dienen. Deze Samaritaan beseft dat Jezus het verschil maakt. Hij beseft dat door hun geloof in zijn Woord en door Hem te gehoorzamen, zij zijn genezen. Er is maar één Heer, Jezus Christus. Zo schrijft Paulus in de tweede lezing aan Timóteus: “Dierbare. Houd Jezus Christus in gedachten, Davids Nazaat, die uit de dood is opgestaan”.
Wij zijn hier in de Kerk, we vieren Eucharistie, omdat we geloven in Christus. De jonge Carlo Acutis, pas heilig verklaard, besefte in zijn jeugdig enthousias-me wat een wonder de Eucharistie is. Hij verzamelde op zijn computer allerlei wonderverhalen over de Eucharistie. U kunt er enkele zien in de expositie in de kathedraal. Bij de zaligverklaring en heiligverklaring van Carlo Acutis zijn twee wonderen erkend. Ze maakten de weg vrij voor zijn heiligverklaring. Hijzelf was overtuigd van het wonder dat dagelijks in de Eucharistie plaats vindt; dat Jezus werkelijk aanwezig is, in de gedaante van Brood. Dat Jezus tot ons komt en bij ons is. Vervolgens deed Carlo wat Jezus hem leerde, hij ging op weg om goed te doen aan de mensen die hij tegenkwam. En zo voltrok zich het wonder aan hem zelf en ging hij zo jong als hij was lijken op Jezus.
Geloof in wonderen is niet genoeg. Terugkeren naar Jezus, naar zijn Woord en naar de Eucharistie, steeds opnieuw, dat brengt ons redding. Dan voltrekt zich ook langzaam het wonder aan ons, als wij op weg gaan om te doen wat Hij ons heeft gezegd. Amen.
Voorbede
Wij bidden in dankbaarheid en vertrouwen tot God, onze hemelse Vader.
Wij bidden voor de Kerk en voor alle mensen van goede wil, dat de ogen open gaan voor het wonder om ons heen en in ons eigen leven; dat we groeien in dankbaarheid en geloof; dat we luisteren naar Christus en doen wat Hij ons zegt; opdat wij bij Hem redding vinden. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden met paus Leo om vrede in de wereld, dat wij niet vergeten God de eer te geven als vrede standhoudt, dat we met Maria in deze oktobermaand volharden in het gebed, opdat wereldwijd de vrede groeit. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochies en onze parochiekernen. Wij vragen Gods genade, dat wij groeien in geloof, dat wij de waarde en het wonder van de Eucharistie steeds beter gaan beseffen, dat we altijd terugkeren naar Christus die ons redt door zijn Woord en Sacrament. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen; voor alleenstaanden en echtparen, voor ouders en grootouders, voor kinderen en kleinkinderen; dat we beseffen dat Jezus het verschil maakt, dat er geen ander is die ons Verlossing brengt, dat alleen door Hem de nieuwe aarde gestalte zal krijgen. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties