Vandaag vieren we Allerzielen. Na Allerheiligen gaan onze gedachten uit naar alle mensen die overleden zijn, allen die ons gebed nog nodig hebben en bijzonder zij die ons dit jaar zijn ontvallen. In de Eucharistie bevelen wij allen aan in Gods barmhartigheid.
Eucharistieviering in de parochie van de federatie H. Laurentius (RRM), in de kerk van de HH. Laurentius en Elisabeth (kathedraal), zondag 2 november 2025, om 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: C2025ALLZC
Lezingen
E.L.: Jesaja 25, 6a. 7-9
Ps.: 23
T.L.: Apocalyps 21, 1-5a. 6b-7
VE.: Johannes 14, 6
Ev.: Lucas 23, 44-46. 50.52.53. 24, 1-6a
Homilie
Waar zult u aan denken als u komt te overlijden? Dat weten we natuurlijk niet. Komt de dood plotseling of langzaam, takel ik af, krijg ik dementie, of een plotseling ongeluk, een ziekte waardoor je in een paar maanden overlijdt, een paar weken of een paar jaar? We weten het niet. Dus weten we niet waar we dan aan zullen denken. Daarom is het goed om die vraag nu te stellen en daar een antwoord op te zoeken, want je weet niet of je het tegen die tijd nog kunt.
Waar zult u aan denken als u komt te overlijden? We hebben het Evangelie volgens Lucas gelezen over het sterven en verrijzen van Jezus. Waar dacht Hij aan toen Hij kwam te sterven? Gods Zoon leed pijn zoals elke mens, had angst en afkeer van de dood, zoals elke mens. Wat deed Hij dan bij zijn sterven?
Als je sterft stopt je lichaam, je hart klopt niet meer, je hoofd werkt niet meer, de bloedsomloop is gestopt, je gedachten zijn gestopt, alles stopt. Met de dood begint de definitieve aftakeling van ons lichaam. Wat blijft er over?
Jezus heeft een afkeer van de dood. Wanneer iemand denkt dat Jezus wel eventjes de dood overwint, daar fier en vrij doorheen gaat, moet nog eens het lijdensverhaal lezen en de kruisweg bidden. Nee, Jezus zweet bloed en tranen, zo’n afkeer heeft Hij van het lijden en sterven. Wie van ons dus een afkeer heeft van het lijden en het sterven, die mag weten dat Jezus aan zijn of haar zijde staat.
Wat zullen wij denken als wij komen te sterven? Dat weten we niet zomaar van tevoren. Maar we weten wel wat Jezus dacht, bij zijn sterven. Dat hoorden we zonet in het Evangelie. Ik lees het u nogmaals voor: “Het was nu omtrent het zesde uur; er viel duisternis over heel de streek tot aan het negende uur toe, doordat de zon geen licht meer gaf. Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor. Toen riep Jezus met luider stem: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.’ Nadat Hij dit gezegd had, gaf Hij de geest”.
Was u erbij toen we hier de uitvaart hadden van oud bisschop Philippe Bär? Telkens wanneer een priester of bisschop wordt uitgedragen, zingen we met de aanwezige priesters het gezang: “In manus tuas, Domine, commendo spiritum meum”. Dit is de tekst die Jezus uitriep aan het kruis voor Hij stierf: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest”. Wilt u weten waar Jezus aan dacht in zijn sterven, dan is het dit. Wilt u zich innerlijk voorbereiden op uw sterven, bidt dit gebed dan regelmatig. De kerk heeft het opgenomen in het brevier, in het laatste gebed van de dag, de completen, de dagsluiting. Aan het einde van de dag bid je dan deze woorden van Jezus: “In uw handen, Heer, beveel ik mijn geest”.
Als je sterft stopt je lichaam, je hart klopt niet meer, je hoofd werkt niet meer, de bloedsomloop stopt, je gedachten stoppen, alles stopt. Met de dood begint de definitieve aftakeling van ons lichaam. Wat blijft er over? Uw geest, uw ziel, degene, de persoon die u bent voor God, het kind dat u bent voor God de Vader. Dat blijft over. Dat is wat Jezus doet in zijn stervensuur. Hij heeft het steeds benauwder, zijn hart begint het op te geven, zijn krachten vloeien weg, Hij heeft geen adem meer. Dan beveelt Hij zijn Geestadem aan in de handen van zijn hemelse Vader.
Laten we deze woorden in ons doordringen: “In uw handen, Heer, beveel ik mijn geest”. Als alles je ontvalt, als je afscheid moet nemen van je geliefden, van je omgeving, van deze wereld, dan is daar alleen nog de hemelse Vader, uw hemelse Vader, wij zijn Gods kinderen. Dan kunnen ook wij bidden, net als Jezus: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest”.
Wanneer u iedere avond voor het slapen gaan, dit gebed bidt, dan bereid u zich voor op de dag van uw sterven. Als alles weg gaat vallen, als u alles los moet laten, dan is daar uw hemelse Vader. Dan bidt u net al Jezus: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest”.
Het is Allerzielen. Al diegenen die ons op die weg zijn voorgegaan, zij die alles moesten loslaten, die alleen nog de hoop hadden om veilig te zijn in Gods hand, hen gedenken wij. Zij die dit jaar zijn overleden, of verleden jaar of nog eerder; zij van wie we denken dat ze ons gebed nog kunnen gebruiken, voor hen dragen we vandaag deze Eucharistie op. En zij over wie we weinig of geen twijfels hebben, hen hebben we in zekere zin gisteren al herdacht op het hoogfeest van Allerheiligen, maar ook nu mogen onze gedachten nog naar hen uitgaan, uit dankbaarheid.
Straks zullen we de namen noemen van de overledenen, de intenties, onze dierbaren, we zingen daarbij een lied, we steken kaarsen aan en we bidden. Tegelijk mogen we ook denken aan het einde van ons eigen leven dat ook eens aanbreekt. Daarom bidden we dat we hen eens mogen zien. Want het Evangelie van vandaag eindigt niet in het graf. Jezus heeft zich aanbevolen aan de handen van zijn hemelse Vader. Die handen zijn veilig gebleken. Die Vaderhanden hebben Hem opgevangen en uit de dood verlost. In die onherbergzame dood zijn de handen van onze Hemelse Vader onze veiligheid, ze zijn de poort naar het leven, zij openen de deur van de hemel, ze vangen ons op en schenken ons nieuw leven. Op Allerzielen, bidden en danken we God uiteindelijk voor het leven, het eeuwig leven. Met het vertrouwen dat we veilig zullen zijn in Gods hand en eens onze dierbaren zullen zien, daar in Gods Vaderhuis, het paradijs, Gods Koninkrijk, de hemel, het eeuwige leven. Amen.
Voorbede
Bidden wij tot God in wiens vaderhuis ruimte is voor velen.
Wij bidden voor alle overledenen van het afgelopen jaar, voor hen die na een lang ziekbed zijn overleden of juist plotseling en onvoorbereid, voor hen die in geloof zich aan God hebben toevertrouwd en voor hen die twijfelend dit leven moesten loslaten. Dat allen door Gods barmhartigheid het vaderhuis mogen binnengaan [zingend] bidden):
Wij bidden voor al die andere overledenen, voor hen die boos en verbitterd zijn gestorven, vragen wij om vergeving en vrede, voor hen die naamloos zijn gestorven op de vlucht, in zee of op land, dat zij thuis komen bij God die hen kent en liefheeft. Bidden wij voor slachtoffers van geweld, bidden we ook voor daders, dat God verzoening bewerkt door Jezus Christus. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat wij de doden niet vergeten, dat we beseffen dat we in God verbonden blijven, dat we elkaar in God eens zullen zien, dat we door ons gebed hen helpen die op weg zijn naar de voltooiing, dat zij ook ons mogen helpen op onze weg. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen; voor alleenstaanden en echtparen, ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen; dat we de dood niet ontkennen of negeren, dat we de overledenen niet stilzwijgen, dat we verdriet bespreekbaar maken en leren verwerken met ons geloof, dat we hen die rouwen nabij zijn met een open hart en een geduldig luisterend oor. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties