In de stilte van de nacht is Gods Zoon tot ons gekomen, moge de stilte van deze nacht ook stilte schenken aan ons hoofd en ons hart. In de Eucharistie vieren we dat Christus op aarde is gekomen en altijd bij ons wil zijn.
Eucharistieviering in de federatie H. Laurentius (RRM), in de kerk van de HH. Laurentius en Elisabeth (Kathedraal), woensdag 24 december 2025, om 18.30 uur, door plebaan Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: A2026KERSTNACHT1AGEZIN
Lezingen
E.L: Jesaja 9, 1-3, 5-6
Psalm: Ps. 96 (95), 1-2a, 2b-3, 19 -12, 13
T.L: Titus 2, 11-14
All: Lc. 2, 10-11
EV: Lucas 2, 1-14
Homilie – dialoog met de kinderen
Meteen na het Evangelie, tijdens het “Eer zij God in deze dagen”, gaan de kinderen met begeleiding naar Nazareth. De herders komen naar het priesterkoor.
Verteller:
Keizer Augustus wilde weten hoeveel inwoners hij had in zijn keizerrijk. Daarom stuurde hij iedereen naar z’n geboorteplaats om zich te laten registreren. We gaan nu naar Nazareth, want daar wonen Jozef en Maria. Maria is in verwachting, zij verwacht haar kindje.
Maria tegen Jozef: Jozef wat gaan we nu doen? De keizer wil dat we naar Bethlehem gaan, want daar komen jouw voorouders vandaan. Maar het zal vast heel druk zijn daar, in de stad van David.
Sint Jozef: We moeten daarheen, we hebben geen keus. God zal ons helpen. We nemen mee wat we nodig hebben. Eigenlijk zou het wel mooi zijn als het Kind daar wordt geboren, in de stad van David.
Verteller:
Er gaan nog meer mensen op reis, want het zijn er best veel die uit Bethlehem komen. Ook Jozef en Maria gaan op reis. Het is een lange tocht, meer dan 100 km. Ze zijn vijf dagen onderweg, want ze moeten tussendoor ook even rusten.
Terwijl de stoet vertrekt uit Nazareth en gaat lopen (eerst langs de zijkant naar achteren en dan via het middenpad naar voren), zingen we “Maria die zoude naar Bethlehem gaan”. De stoet stopt halverwege het middenpad.
Verteller:
De herders bewaken hun kudden, ze zitten in het open veld. Het is al donker en ze praten wat met elkaar.
Herder 1. Heb je gehoord dat er een volkstelling is. Ik heb al heel wat mensen naar Bethlehem zien gaan. Mijn voorouders komen daar ook vandaan.
Herder 2. Ja, weer zo’n idee van de keizer. Hij wil zeker weten hoeveel mannen er zijn, dan kan hij ze inzetten voor zijn leger.
Herder 1. Wat denk je. Als de Messias komt, zal Hij ons dan bevrijden van de keizer? Net zoals David het leger aanvoerde?
Herder 2. Dat zou mooi zijn, maar weet je, dan komt er vast weer een andere keizer. Ik zou willen dat de Messias ons zou bevrijden van onze hebzucht en van alle jaloersheid. Iedereen wil tegenwoordig alleen maar rijk worden. Maar als Hij ons liefde zou leren, dan zou heel de wereld er beter van worden.
Terwijl de stoet met Jozef en Maria weer gaat lopen (via het middenpad naar de kerststal), zingen we “De herdertjes lagen bij nachte”. De stoet stopt voor de kerststal.
Verteller:
In Bethlehem is het zo druk dat er nergens plaats is. Alle herbergen zitten vol. Maria zegt tegen Jozef:
Maria: Wat doen we nu. Ik voel dat het niet lang meer duurt voor het Kindje komt.
Jozef: Weet je, David was een herder. We zoeken een rustige plek, een schaapsstal, een dak boven ons hoofd, we hebben voedsel en kleding bij ons. God zal zeker voor ons zorgen.
Verteller:
Daar in de stal wordt Jezus geboren. Maria wikkelt doeken om Jezus heen, zo blijft Hij warm en legt hem in de kribbe, het is de voerbak van de schapen. Wat mooi! Jezus zal later de Goede Herder genoemd worden, nu ligt Hij daar in de schaapsstal.
Verteller:
Dan komt er plotseling een engel in het licht naar de herders toe. De herders schrikken ervan. Maar de engel zegt:
Engel: “Wees niet bang, want ik breng een vreugdevolle Boodschap voor iedereen die het wil horen. Er is een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David. En dit zal voor jullie een teken zijn: Je zult het pasgeboren kind vinden, in doeken gewikkeld en het ligt in een kribbe”.
Verteller:
De herders gaan meteen op weg naar de stal. Daar zijn Maria en Jozef en het Kindje Jezus. Inderdaad. De Redder is geboren. Hij komt ons leren om kind van God te zijn.
Dan legt de plebaan samen met Maria en Jozef het Kindje in de kribbe. Allen zingen: ’t Is geboren het God’lijk Kind.
Aan het einde van het lied keren de kinderen terug naar hun ouders of naar het koor. De kinderen die de voorbede doen, blijven in de buurt.
Voorbede
Bidden wij in geloof en dankbaarheid tot God onze hemelse Vader.
Wij bidden voor de Kerk, voor alle gelovigen wereldwijd, dat de geboorte van Jezus alle mensen van alle culturen en religies mag inspireren om de vrede te bevorderen, om haat te overwinnen en voor elkaar te zorgen. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze wereld, om een einde aan alle geweld en alle oorlogen. Wij bidden dat het geloof in Jezus alle mensen dichter bij elkaar mag brengen. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochie, we vragen Jozef en Maria om ons te helpen net zo op God te vertrouwen als zij. Dat we ook zoals de herders het Goede Nieuws van het Evangelie horen en aan anderen vertellen en er zelf naar leven. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor alle gezinnen, dat Kerstmis vrede, vreugde en eenheid mag schenken. Wij bidden voor eenzamen, voor daklozen en zieken, voor vluchtelingen en ontheemden, we bidden voor hen om aandacht, een dak boven het hoofd, om zorg en herstel, voedsel en veiligheid. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties