In onze tijd klinkt getuigenis geven van je geloof voor sommige mensen negatief, het heeft dan de klank van zieltjes winnen, opdringerigheid of ‘het gelijk van het ware geloof’. Het kan dus verkeren, want er was ooit een tijd dat getuigen van je geloof en ook zieltjes winnen helemaal niet negatief klonken. Het sloeg op missionarissen die oprecht betrokken waren op hun mensen in de missiegebieden. Zij verkondigden hen Christus, want Christus kennen gaat alles te boven. Die negatieve ommekeer in kijken naar geloof, naar doopsel en ook naar de verkondiging van het geloof in andere culturen en landen werd de vorige eeuw gaandeweg sterker. De secularisatie kwam op en steeds vaker werd de spot gedreven met kerkelijke tradities en rituelen. Kerk en geloof werden als achterhaald bestempeld, als negatief en belemmerend voor de vooruitgang en dat resulteerde in een eerst afstandelijke en daarna op sommige terreinen zelfs vijandige houding.
Inmiddels, wordt het debacle van het materialistische maatschappijbeeld, eerst in de Sovjet Unie en gaandeweg ook in het Vrije Westen, steeds meer zichtbaar en de geestelijke ontreddering steeds duidelijker voelbaar. Er ontwaakt langzaamaan een nieuwe kijk op het geloof in Christus en sommigen beginnen wakker te worden uit die negatieve roes, die blik waarmee decennia lang met name naar de katholieke Kerk werd gekeken.
Wat is dan getuigenis geven? We lezen zondag: “Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om te getuigen van het Licht opdat allen door hem tot geloof zouden komen” (Johannes 1,6-8.19-28). Johannes staat daar niet voor zichzelf, hij treedt daar niet op om beroemd of rijk te worden of om een nieuw geloof of een eigen kerk te stichten. Hij treedt op om mensen terug bij God te brengen. Toch brengt hij ook iets nieuws. Het gaat bij Johannes met name om geloof, om vertrouwen op God en om een nieuwe instelling van het hart. Dat vindt hij wezenlijker dan de toepassing van de Wet zoals de Farizeeën die voorstaan. Geloof en vertrouwen in de Blijde Boodschap; dat God bekommerd is om ons mensen.
Wij kunnen in de leer bij Johannes de Doper; leren getuigen van Gods goedheid en barmhartigheid. Niet voor jezelf, maar omdat je weet dat God ook goed is voor de anderen. Daarom wil je hen op Gods goedheid wijzen. Johannes weet uit ervaring dat een leven in harmonie met God en de naaste goed is voor iedereen en vooral ook voor de hele samenleving. Dus roept Johannes op tot bekering, tot verzoening met God en elkaar. Tegelijk weet Johannes dat hij niets méér kan doen dan getuigen en oproepen tot bekering. Het nieuwe – die nieuwe relatie met God en elkaar – die nieuwe verbondenheid waarin we herboren worden – dat begin van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde – dát kan hij niet schenken, dat zal Hij doen die na hem komt.
Laat de vreugde en goedheid van Christus in uw hart toe en durf daarvan op een nieuwe en positieve manier te getuigen. Dan volgt u Johannes de Doper na en bent u zowel navolger als voorloper van Jezus, de Christus, Gods Zoon, de Emmanuel die komende is.
Pastoor Michel Hagen