Jezus zegt: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld” (Johannes 6, 51-58). Bij deze woorden denken we vooral aan de Eucharistie, bij het Laatste Avondmaal immers (zoals wij Hem gedenken in de Eucharistie), zegt Hij letterlijk: “Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt”. Toch lopen we het risico deze woorden slechts naar één richting uit te leggen, alleen naar de Sacramenten en de liturgie.
Wat betekent het om Christus te eten en te drinken? Ik herinner u aan enkele uitspraken van Jezus. De eerste: “Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is” (Matteüs 7, 21). De tweede: “Dan zult ge opwerpen: In uw tegenwoordigheid hebben wij gegeten en gedronken, en in onze straten hebt Gij onderricht gegeven. Maar weer zal zijn antwoord zijn: Ik weet niet waar gij vandaan komt” (Lucas 13, 26). Je kunt blijkbaar eten en drinken in zijn tegenwoordigheid, zonder deel te krijgen aan zijn redding. Over de Eucharistie schrijft Paulus: “Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt. Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en bloed des Heren. Wij moeten onszelf onderzoeken, voor we van het brood eten en uit de beker drinken. Wie eet en drinkt zonder het lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis (1 Korinte 11, 26-29).”
Het is dus niet zo dat als je de Communie ontvangt je dan vanzelf in de hemel komt. Zijn Lichaam tot je nemen, aannemen, aanvaarden is Hem tot je nemen, Hem aannemen, Hem aanvaarden. Dat is één worden met Hem, niet alleen met zijn Lichaam, maar met heel zijn leven, met wat Hij ons leert en ons voordoet. Om die reden wijdt Johannes bij het Laatste Avondmaal uit over de voetwassing. Daar zegt Jezus: “Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een dienaar staat niet boven zijn heer en een gezant niet boven degene die hem gezonden heeft. Wanneer gij dit beseft: zalig gij als gij er naar handelt” (Johannes 13, 15-17). Deelnemen aan de Eucharistie is ja-zeggen op de navolging van Christus. Dat is deel krijgen aan zijn Lichaam, de Kerk. Dat is Hem aanvaarden in de naasten, in de arme en de verschoppeling. Dat is één worden met Hem in het lijden, om zo ook deel te krijgen aan zijn overwinning. Dat is met Hem sterven om met Hem te verrijzen. Ja-zeggen als je de Communie ontvangt is ja-zeggen op zijn Nieuwe Verbond, dat een Verbond is van vergeving; vergeving ontvangen van God en die vergeving van harte schenken aan de naaste.
Deelnemen aan de Eucharistie = deelnemen aan zijn Lichaam en Bloed = deelnemen aan heel zijn leven.