Skip to content

Komend weekend confronteert het Evangelie ons met een familiedrama, een vrouw gaat vreemd. Ze wordt betrapt en Schriftgeleerden en Farizeeën brengen haar bij Jezus (Johannes 8, 1-11). Wat willen zij? Ik vermoed dat ze feitelijk niet geïnteresseerd zijn in deze vrouw. Zij willen Jezus in de val lokken. Want als Jezus zegt: Ik spreek haar vrij, dan gaat Hij tegen de Wet van Mozes in. Zegt Hij: “Mozes heeft gelijk”, dan kunnen ze zeggen dat Hij hard en onbarmhartig is. Jezus loopt hier net zoveel gevaar als deze vrouw.

Jezus zegt niets. Hij schrijf met zijn vinger in de aarde. Zo herinnert Hij aan een tekst van Jeremia: “Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie kan het peilen? Ik, de Heer, doorgrondt hart en nieren. Ik vergeldt ieder naar zijn gedrag, naar de vrucht van zijn werk. … O Heer, Israëls hoop, allen, die U verlaten, zullen beschaamd staan; en die van U afkeren, zullen in de aarde geschreven worden; want zij hebben de Heer, de bron van levend water verlaten” (Jeremia 17, 9-10 en 13).

Heeft Jezus iets van deze tekst in de aarde geschreven? Was dat schrijven in de aarde al genoeg voor Schriftgeleerden en Farizeeën om hen aan die tekst van Jeremia te herinneren? We weten het niet. Maar dit hoorden zij Jezus zeggen: “Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen”. Dit Woord en zijn schrijven in de aarde deed hen nadenken. De oudsten van deze groep Schriftgeleerden en Farizeeën vertrekken het eerst en de rest volgt.

Wie wat ouder is, weet dat hij of zij leeft bij de gratie van Gods barmhartigheid. Kijk je terug, dan zijn er genoeg momenten waarvan je denkt, daar had het fout kunnen gaan. En misschien is het ook ergens fout gegaan. Dan is het een genade als de schade beperkt bleef. Maar schade is er altijd, bij jezelf en bij anderen.

Jezus heeft een zware kruisweg moeten gaan om ons de weg van de barmhartigheid te leren. Dat horen we opnieuw op Goede Vrijdag. Barmhartigheid en vergeving zijn nooit gemakkelijk en we kunnen er geen recht op claimen. Wat we kunnen doen is zelf barmhartig zijn en hopen dat de ander ook de weg van de barmhartigheid zal leren.

Jezus eindigt met deze woorden: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.” Dat gebeurt ook in de biecht: Vergeving van Godswege, vergeving met een opdracht: “Zondig van nu af niet meer.”

Deze vrouw is ontsnapt aan de dood, lichamelijk en geestelijk. Dit geldt ook voor ons, want door Christus ontsnappen ook wij aan de dood.

Plebaan Michel Hagen
Katholiek Nieuwsblad #3 – Week 14 2025

Back To Top