skip to Main Content

Hoe goed is God? Die vraag kunnen we stellen, wanneer we luisteren naar het Evangelie.

Eucharistieviering 20 en 21 september 2008, om 19.00 uur, en om 09.30 en 11.00 uur, in de parochies van de Heilige Willibrord en De Goede Herder, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: A2008DHJ25A

Lezingen

E.L.: Jes. 55, 6-9
Ps.: 145 (144), 2-3, 8-9, 17-18.
T.L.: Fil. 1, 20c-24. 27a
Al.: Hand. 16, 14b (conf.)
Ev.: Mat. 20, 1-6a

Homilie

Laten we vandaag beginnen bij de tweede lezing. Paulus schrijft aan de Christenen van Filippi. Hij zegt: “Voor mij is het leven Christus en sterven winst.” Is dat geen wonderlijke opmerking? “Ik verlang heen te gaan om met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste.” Dit zijn geen loze woorden, dit zijn geen religieuze praatjes om de hoorders te paaien. Dit komt uit zijn hart. Uit alles blijkt dat Christus zijn leven volledig vervult.

Paulus heeft Jezus niet tijdens zijn leven meegemaakt zoals Petrus en de andere apostelen. Hij heeft Jezus niet gevolgd in zijn aardse weg. Paulus heeft Jezus ontmoet in een visioen. Dat was een intense ervaring die hem eerst ziek heeft gemaakt, en daarna als een ander mens deed herboren worden. Maar ook heeft Paulus Jezus ontmoet in zijn leerlingen, in Stefanus die gestenigd werd en voor zijn moordenaars bad. In andere leerlingen die bereid waren hem op te nemen in de gemeenschap, terwijl hij hen eerst had vervolgd. Paulus ontmoette een vergevende liefde, een liefde die hij eerder niet kende, niet in het Jodendom, niet bij de Grieken of de Romeinen, niet bij de Perzen of waar dan ook, een nieuwe liefde die mensen leven geeft.

Dit als opstap naar het Evangelie. Het is toch een vreemde parabel die Jezus hier vertelt. De afgelopen decennia heb ik heel wat verkondigers wegen zien zoeken om deze parabel uit te leggen als een eerste opstap naar een goede sociale dienst, zoals wij dat in onze tijd kennen. Een soort WW uitkering, of bijstand. Ik wil dat niet zomaar afwijzen, maar het is wat vergezocht, omdat er in het Jodendom reeds een voorschrift was om voor mensen te zorgen die niets hadden. Daar gaat deze parabel niet echt over.

Nee, ik denk dat Jezus zijn luisteraars expres op het verkeerde been wil zetten, want zoals deze landeigenaar doet, is niet gewoon. Wanneer je zo de salarisstructuur van je bedrijf inricht, heb je op het einde niemand meer die om zes uur ‘s-morgens klaar staat om te gaan werken. Deze parabel van Jezus is geen blauwdruk voor bedrijfsvoering, een PCI of ICW of een gemeentelijke sociale instelling. Het gaat om iets anders.

Jezus zet ons op het verkeerde been. Iedereen die deze parabel hoort, voelt mee met de werkers van het eerste uur. Je hebt de hele dag gewerkt, gezweten, de hitte getrotseerd, een lange dag gemaakt. Die anderen hebben op de markt rondgehangen, en dat zullen niet de beste werkers zijn, niet de meest ijverige, niet de handigste of de snelste arbeiders. En die krijgen voor één uur werken een volledig dagloon. Dat zet kwaad bloed, daar kan ik me van alles bij voorstellen. En dat is precies wat Jezus wil. Dat u en ik dat gevoel van onrechtvaardigheid ervaren.

Het is daarbij goed om te beseffen dat ook de natuur niet zomaar rechtvaardig is. De enige rechtvaardigheid van de natuur is dat iedereen ooit doodgaat. Maar dat is een erg wrange rechtvaardigheid, als dat de enige rechtvaardigheid van de natuur is dan is er in de natuur geen rechtvaardigheid. De wet van de sterkste ofwel survival of the fittest, is niet rechtvaardig. Daarom zal een volledig vrije markt op de duur steeds onrechtvaardiger worden. Deze parabel gaat niet over Gods rechtvaardigheid, maar over Gods liefde.

Want er is iets vreemds met deze landeigenaar. Waarom geeft hij die laatste werkers allemaal ook een volledig dagloon? Blijkbaar zijn de werkers voor hem belangrijker dan het werk. De mensen die daar een hele dag zijn blijven wachten. Waarom zijn ze daar op die markt gebleven? Is het gewoon dat iemand nog voor één uur mensen komt huren? En als dat soms nodig is om het laatste werk nog even af te maken, dan krijgen ze hooguit een uurloon, geen volledig dagloon. Maar blijkbaar willen deze mannen werken, houden ze de hoop dat er toch nog iemand komt die hen wil huren. Blijkbaar maken deze mannen zich zorgen om hun gezin, om vrouw en kinderen die moeten eten.

Deze landeigenaar is met zijn gedachten meer bij de werkers dan bij het werk. Hij kan dat doen, want hij heeft een flink vermogen. En daar komen we bij de bedoeling van dit Evangelie. De landeigenaar zegt: “… of zijn jullie kwaad omdat ik goed ben?” Jezus wil ons in deze parabel iets laten zien van Gods “goedheid”. Dat is diezelfde goedheid waar Jezus een andere keer over zegt: “God laat de zon schijnen over goeden en slechten En Hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.” Zijn goeden en slechten voor God dan gelijk? Is het rechtvaardig als God op aarde aan goeden en slechten hetzelfde geeft? In zekere zin niet, want als God aan slechten dezelfde kansen geeft, krijgen zij méér, want ze eigenen zich ook dat toe wat God niet geeft.

Deze parabel gaat over Gods goedheid. God is bekommerd om mensen. Niet alleen om Joden, ook om heidenen, om gelovigen en ongelovigen, om goeden en slechten. En wij kunnen God niet de maat nemen. We mogen deze parabel natuurlijk niet los zien van andere parabels. Omdat Jezus ook spreekt over kloof tussen de rijke en Lazarus, een kloof die zelfs Abraham niet meer kan overbruggen. Of Matteüs 25. Ik had honger en je hebt me niet te eten gegeven, ik had dorst en je hebt me niet te drinken gegeven. Ga weg van Mij.

Terug naar de parabel van vandaag. Dit is een heel troostrijke parabel, voor ieder van ons. Want het betekent dat ieder van ons een beloning te wachten staat, die beantwoordt aan Gods mateloze liefde. Gods liefde overstijgt Gods rechtvaardigheid. Dat is niet alleen gelukkig voor anderen. Maar net zozeer voor onszelf. De wegen van Gods goedheid zijn niet onze menselijke wegen. Zijn gedachten gaan onze gedachten te boven. Met Paulus leren we Jezus kennen en verheugen ons in Gods mateloze goedheid. Amen.

Voorbede

Bidden wij tot onze hemelse Vader.

Bidden wij voor de Kerk. Voor allen die de Evangelische rechtvaardigheid verkondigen. Dat zij denken en werken vanuit de Christelijke liefde. Bidden wij dat de katholieke sociale leer bij velen bekend mag worden. Laat ons bidden.

Bidden wij om een beter evenwicht tussen Noord en Zuid, arm en rijk. Dat meer regeringen zich inspannen voor sociale rechtvaardigheid. Dat zij bovendien oog krijgen voor de belangen van de kansarmen. Laat ons bidden.

Bidden wij voor werkgevers en werknemers, voor vakbonden en overheden. Dat zij zich niet blindstaren op procenten in geld, maar met name oog hebben voor het welzijn van mensen en voor collegialiteit. Dat pesten op het werk wordt uitgebannen. Laat ons bidden.

Bidden we voor de gezinnen, om de Christelijke naastenliefde, om oog voor de kleine, de arme en kansarme naasten. Dat kinderen in het gezin reeds leren delen met hen die minder hebben. Laat ons bidden.

Back To Top