skip to Main Content

Wij mogen deze vrouw uit het Evangelie dankbaar zijn, dat zij heeft volgehouden en zich niet heeft laten vangen door hoogmoed of gekrenkte trots, door meningsverschillen uit de geschiedenis. Haar vasthoudendheid is een voorbeeld voor ons.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van Sint Jozef (Wassenaar), Joannes de Doper (Katwijk) en Sint Willibrord (Oegstgeest), weekeinde van 19 en 20 augustus 2017, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Eucharistieviering (MP3)

Preek (MP3)

Preek: A2017DHJ20AAUFX

Lezingen

E.L: Jesaja 56, 1. 6-7
Psalm: Ps. 67 (66), 2-3, 5, 6 en 8
T.L: Romeinen 11, 13-15. 29-32
All. Vers. Matteüs 4, 23
EV: Matteüs 15, 21-28

Homilie

Vandaag begin ik met een gebeurtenis uit een andere Evangelietekst dan we zonet gehoord hebben. U kent natuurlijk allemaal het moment dat Jezus de kopers en verkopers het tempelplein begint af te jagen. Hij werpt de tafels van de geldwisselaars en de stoeltjes van de duivenverkopers omver en ook staat Hij niet toe dat iemand nog enig voorwerp over het tempelplein draagt. Dan geeft Hij hun als verklaring: “Staat er niet geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd voor alle volkeren? Maar gij hebt er een rovershol van gemaakt” (Markus 11,15-17). Met dat ene zinnetje maakt Jezus duidelijk waar het Hem om gaat: “Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd voor álle volkeren”, niet alleen voor het Joodse Volk. Dat is ook de tekst uit de eerste lezing van vandaag. Zo was de tempel bedoeld. Israël had tot taak alle volkeren naar God te brengen en God niet voor zichzelf te houden.

De geldwisselaars, de vee- en duivenhandelaars stonden op het tempelplein. Je zou zeggen, wat is daar op tegen? Ze moeten toch ergens staan. Blijkbaar vonden de priesters, de Farizeeën, de Schriftgeleerden en de oudsten dat oké. Jezus heeft er iets op tegen. Hij ziet het als minachting van de andere volken, minachting van de heidenen, minachting van hen die niet bij het Joodse Volk hoorden, maar die wel God zochten naar de tempel kwamen om te bidden. Dat tempelplein wordt wel de voorhof van de heidenen genoemd. Het was het enige deel waar de niet-Joden de tempel konden naderen. Gelovigen uit de andere volken mochten niet verder dan het tempelplein. Wie verder ging riskeerde de doodstraf. Als gelovige heidenen wilden bidden, dan werden ze dus omringd door rinkelend geld, roepende handelaren, loeiende koeien en blatende schapen. Dat was ook minachting van Gods Woord en Gods tempel.

Jezus komt op voor God die een God voor alle volken wil zijn en Hij komt op voor de heidenen die tot God willen bidden op het tempelplein, in de voorhof van de heidenen, om daar in een eerbiedige stilte tot God te naderen. Jezus zal zijn leven geven voor alle mensen. Hij is gekomen om alle mensen tot God te brengen, niet alleen het Joodse Volk, ook al begon zijn zending daar.

De Eerste Christenen trokken deze lijn door in de Eucharistievieringen. Niet gelovigen mochten daar niet bij aanwezig zijn. De doopleerlingen, die wel geloofden maar nog niet gedoopt waren, mochten alleen tot en met de preek blijven. Daarna verlieten zij de ruimte waar de Mis gevierd werd. Je merkt in dat alles twee kanten: Openheid voor alle volkeren, voor iedere mens van goede wil die oprecht God zoekt. Tegelijk gepaste eerbied en afstand, omdat je niet zomaar tot God nadert. Dat vereist voorbereiding en werkelijke toewijding, zodat de Godsontmoeting heilzaam kan zijn en niet averechts werkt.

Vandaag de ontmoeting van een heidense vrouw met Jezus. Wanneer je het respect van Jezus voor de heidenvolken kent, zou je verwachten dat Hij deze vrouw vriendelijk en welwillend zou bejegenen. Maar op al haar roepen geeft Jezus geen antwoord. Alsof de heidenen bij de tempel komen om te bidden en God hen niet hoort. Als de leerlingen haar geroep zat worden, zegt Jezus: “Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israel gezonden.” Als die vrouw dichterbij komt en Hem smeekt, maakt Jezus het nog erger, als Hij zegt: “Het is niet goed om het brood dat voor de kinderen is bestemd, aan de honden te geven.” Is dat niet een harde, confronterende opmerking? De Joden als Gods kinderen, de heidenen als de honden!

Deze vrouw is een voorafbeelding van de Kerk uit de heidenen, dat zijn wij hier in ons lage en platte land. Deze Kananeese uit het gebied van Tyrus en Sidon erkent dat Jezus zijn woord, zijn wonderen en tekenen eerst aan Gods kinderen, het Joodse Volk, moet geven. Ze noemt de genezing van haar dochter als een kruimel die van zijn overvloedige tafel valt. In een gezin horen de hondjes erbij, de kinderen komen niets tekort als hondjes de kruimels eten. Net zoals vreemdeling, weduwen en wezen aren mogen lezen die na het maaien achterblijven op het land (Deuteronomium 24,19).

Paulus bezint zich in de tweede lezing ook op de relatie tussen de heidenen en de Joden. Maar nu zijn de rollen omgekeerd. Een belangrijk deel van het Joodse Volk heeft Jezus als Messias afgewezen. De kinderen hebben het Brood uit de Hemel dat Jezus is, afgewezen. Het volk uit de heidenen dat wordt door Jezus verlost en zo aangenomen als Gods kinderen. Wij eten nu het Brood uit de hemel.

Paulus hoopte in zijn tijd dat als het Joodse Volk zou zien hoe de heidenen zich door Jezus tot God bekeren, dat zij Jezus ook als profeet en Messias zouden erkennen. Paulus wilde zijn eigen volk tot naijver te prikkelen. Dat is hem hooguit ten dele gelukt.

Wij in onze tijd mogen deze vrouw dankbaar zijn, dat zij heeft volgehouden en zich niet heeft laten vangen door hoogmoed of gekrenkte trots, door meningsverschillen uit de geschiedenis. De liefde voor haar dochter, en dat zijn ook wij, is zo groot dat ze volhoudt. Zij staat voor de volken uit de heidenen die op het tempelplein staan om te bidden. Zij knielt neer bij Jezus. Zij mag tot de heilige naderen. Zij spreekt die biecht namens heel haar volk en erkent het hondse gedrag uit de geschiedenis. Zo is zij een voorbeeld van aanhoudend gebed, ook als het lijkt dat God niet luistert. Haar gebed biedt Jezus de kans om eerder dan verwacht zijn heil uit te breiden over de wereld. Amen.

Voorbede

Bidden wij tot God die ons tot zijn kinderen heeft aangenomen.

Wij bidden voor de Kerk, dat de gelovigen uit alle volken zich bewust zijn van de grote genade die ons wordt geschonken in Christus; dat allen die naderen tot de tafel van de Eucharistie een leven leiden dat daarmee overeenstemt. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld. Dat verschillen tussen landen en culturen, pijn en oorlogen, eenzijdige of wederzijdse onrechtvaardigheden uit het verleden, worden overwonnen, uit liefde voor de volgende generaties, opdat zij in vrede kunnen leven. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen. Wij bidden om een nieuw gelovig elan, waardoor we zelf ons geloof verdiepen en versterken, dat we vervolgens met ons geloof naar buiten treden en anderen uitnodigen om Christus te leren kennen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat het voorbeeld van deze Kananeese vrouw ons stimuleert de demonen van onze tijd te bestrijden, door zelf tot Jezus te naderen en hem hun genezing af te smeken. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top