skip to Main Content

Gods plan met de mens reikt heel erg ver. God maakt van zijn schepsel een verbondspartner, een naaste medewerker, een vertegenwoordiger op aarde.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van Sint Willibrord (Oegstgeest), Joannes de Doper (Katwijk) en de H. Laurentius (Voorschoten), weekeinde van 26 en 27 augustus 2017, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: A2017DHJ21A

Lezingen

E.L: Jesaja 22, 19-23
Psalm: Ps. 138 (137), 1-2a, 2bc-3, 6 en 8bc.
T.L: Romeinen 11, 33-36
All. Vers. Matteüs 16, 18
EV: Matteüs 16, 13-20

Homilie

Zonder het Oude Testament kunnen we het Nieuwe testament niet goed begrijpen. Zonder het Nieuwe Testament blijft het Oude Testament iets uit het verleden als een les voor het heden. Met het Nieuwe Testament erbij krijgt alles een nieuwe diepte en betekenis. Dat zien we duidelijk in de lezingen van vandaag.

We hoorden in de eerste lezing een tekst uit de geschiedenis van Israël over Eljakim, de zoon van Chilkia. Gods Woord klonk: “De sleutel van Davids huis zal Ik op zijn schouder leggen, en als hij opendoet, zal niemand sluiten, en als hij sluit, zal niemand opendoen.” Daarbij kun je denken aan Jozef in Egypte die naast de farao de absolute macht uitoefende. Hij bepaalde wie te eten kreeg uit de graanvoorraad, hij bestuurde het land namens Farao. Je kunt ook denken aan een hofmaarschalk die letterlijk de sleutel draagt om de poort van het paleis te openen. Eljakim krijgt de sleutelmacht om namens God het land te besturen.

Wanneer je bij deze tekst het Evangelie van vandaag leest, zie je dat God in de geschiedenis verder gaat. Wanneer Jezus vandaag tegen Petrus zegt: “Gij zijt Petrus, … Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn …”, beseffen we dat God aan de Kerk iets veel groters heeft gegeven dan alleen aardse regeringsmacht.

Gods plan met de mens rekt heel erg ver. God maakt van zijn schepsel een verbondspartner, een naaste medewerker, een vertegenwoordiger op aarde. Dat zagen we al bij Eljakim. We zien het nog beter bij Petrus.

Dat begon nog veel eerder, bij de schepping van de mens. Toen al gaf God de mens een hemelse opdracht mee. Beeld van God zijn, namens God regeren over de aarde over de dieren, over alles wat bestaat. Regeren namens God. Dat betekent dat de mens zo wijs moet zijn als God, moet liefhebben zoals God, dezelfde plannen hebben als God.

In het Evangelie van vandaag herkennen we zoiets bij Petrus. Het begint met die vraag van Jezus: “Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?” Bij Matteüs zien we dat Jezus regelmatig het woord ‘Mensenzoon’ gebruikt als Hij over zijn eigen zending en opdracht spreekt. Maar dit is een vraag over het verleden: “De Mensenzoon, is er iemand in onze geschiedenis die voor die titel in aanmerking komt?” De leerlingen antwoorden: “Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten.” Allemaal kandidaten om de titel ‘Mensenzoon’ te krijgen. Daar klinkt dus de vraag in door: “Is de Mensenzoon al gekomen in het verleden?”

Daarna verandert Jezus de vraag: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?, wat zeggen jullie over Mij?” De leerlingen begrijpen dat zijn vraag over de Mensenzoon niet alleen over het verleden gaat, maar ook over het heden, over Hemzelf. Zo is het begrijpelijk dat Petrus namens de twaalf antwoord geeft. Maar hij zegt niet: “In onze opinie bent U ‘de Mensenzoon’”. Dat zou op zich wel een logisch antwoord zijn geweest. Petrus zegt meer, hij zegt eigenlijk wat dat begrip ‘Mensenzoon’ voor hem betekent. Hij zegt: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”; dat is de God van onze vaderen, van Abraham, Isaak en Jakob, de God die ons redding heeft gebracht. De Christus betekent: De Messias, De Gezalfde,

Zo wordt het ook begrijpelijk dat Jezus zegt: “Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is”. Petrus praat de mensen niet na. Hij laat zich niet meenemen in populaire opvattingen over de Bijbel of over de profeten. God heeft iets in zijn hart gelegd dat hij nu uitspreekt: “Gij zijt de Messias, de Zoon van de levende God.” Petrus heeft geluisterd naar wat God in zijn hart en zo in zijn mond heeft gelegd. Maar Jezus verbiedt zijn leerlingen uit te bazuinen dat Hij de Messias is. Zoals we twee weken geleden hoorden, toen Jezus na de verheerlijking van de berg naar beneden liep, en tegen hen zei: “Spreek met niemand over wat jullie hebben aanschouwd, voordat de Mensenzoon uit de doden is opgestaan.”

Ik heb wel eens gezegd dat dit de eerste onfeilbare uitspraak van de eerste Paus is. Toch moet deze Petrus nog heel wat doormaken voordat Jezus hem na zijn verrijzenis als herder aanstelt voor heel zijn kudde (Johannes 21,15-17). Hier doet Jezus wel een voorspelling, een soort voorgenomen besluit: “Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zál Ik mijn kerk bouwen …”. Later zal blijken dat als Petrus naar menselijke overwegingen luistert en niet naar God, dat Jezus hem satan zal noemen. Jezus zal zijn Kerk bouwen op een Petrus die luistert naar God. Dat slaat ook op die sleutelmacht waar we het in het begin over hadden. Petrus krijgt de sleutelmacht, hij moet Jezus vertegenwoordigen als zijn opvolger, als zijn plaatsbekleder, als opperherder. Dat betekent ook dat wij de leiding van Petrus moeten aannemen, anders kan God door Hem zijn Kerk niet leiden. Tegelijk mogen we het ook zien als een opdracht aan onszelf. Als God ons als levende stenen wil voegen in zijn tempel de Kerk, dan moeten wij net als Petrus luisteren naar God, naar de heilige Geest. Dan pas kan God ons zijn taken toevertrouwen tot opbouw van Gods Koninkrijk. Amen.

Voorbede

Bidden wij tot God die zijn Kerk behoedt en beschermt.

Wij bidden voor paus Franciscus als opvolger van Petrus, wij vragen God om hem te beschermen en te inspireren; dat de paus zich niet laat leiden door menselijke overwegingen maar door de heilige Geest, zodat hij het Evangelie blijft verkondigen aan heel de schepping. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, bijzonder voor alle landen en gebieden waar mensen lijden onder terreur, oorlog, haat en geweld, dat er bezinning mag komen die leidt tot vrede, vergeving en herstel. Bidden we voor mensen in zoveel rampgebieden, om veiligheid en verlichting van hun zorgen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen. Dat wij onze band met de opvolger van Petrus bewust goed houden, dat we vreugde beleven aan het woord van Christus die door Petrus zijn Kerk in stand zal houden. Dat we trouw blijven en luisteren naar de verkondiging van de Kerk. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, om een luisterende houding zoals Petrus, dat de heilige Geest in ons hart en in onze geest de ruimte krijgt, zodat wij goede woorden spreken naar elkaar tot opbouw van Gods Koninkrijk. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top