skip to Main Content

Geven is een belangrijk onderwerp in het Evangelie. Vandaag gaat het over het geven aan de overheid en het geven aan God. Het is een goede gelegenheid om na te denken over onze verhouding met de overheid en onze eigen houding in het geven. Nemen wij daarin zijn Woord en voorbeeld als richtsnoer.

Eucharistieviering in de kerken van de H.H. Laurentius en Elisabeth (kathedraal) en de Pax Christi (Marconiplein), weekeinde van 17 en 18 oktober 2020, om 17.00, 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: A2020DHJ29A

Lezingen

E.L: Jesaja 45, 1. 4-6
Psalm: Ps. 96 (95), 1 en 3, 4-5, 7-8, 9-10a en c
T.L: 1 Tessalonicenzen 1, 1-5b
All: Filippenzen 2, 15-16
EV: Matteüs 22, 15-21

Homilie

“Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.” Een uitspraak van Jezus die veel mensen kennen. In deze coronatijd is dat wel interessant als we dit betrekken op de nieuwe gedeeltelijke lockdown en de regels daaromheen. De overheid vraagt ons strengere maatregelen op te volgen. Geven we daaraan toe, doen we mee? Of zeggen we, nee, in de kerk hebben we onze eigen regels en onze eigen vrijheid.

Maar laten we het eerst hebben over het geven zelf. Is belasting betalen ook een vorm van geven? Jezus zegt “Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt.” belasting is in zijn ogen niet zozeer een gift. Het komt de overheid toe om belasting te heffen. Jezus is geen anarchist of belastingweigeraar, Hij is ook geen revolutionair die het hele systeem omver wil werpen.

Vanaf het begin van het Christendom werd dit ook zichtbaar in de wereld. De Christenen in het Romeinse Rijk kregen problemen en werden vervolgd. Maar dat was omdat ze niet instemden met de goddelijke status van de keizer en omdat zij de vrijheid opeisten hun eigen godsdienst te houden. Maar in de loop van de eeuwen werd het de keizers steeds duidelijker dat zij in de christenen loyale onderdanen hebben die zelfs voor hen bidden, die zich inzetten voor de armen en zieken, die geen belasting weigeren, als die binnen de proporties blijven. Het Christendom is een sociale godsdienst die altijd een weg weet te vinden met in politieke systeem, mits dat rechtvaardig en humaan is, mits er vrijheid van godsdienst is en andere basisvrijheden worden gegarandeerd.

In de loop van de vierde eeuw mochten de Christenen dat ervaren toen ze vrijheid van godsdienst kregen onder keizer Constantijn. De eerste lezing vertelt net zoiets over Cyrus de Grote, koning van Meden en Perzen. Hij geeft het Joodse volk de gelegenheid na een halve eeuw ballingschap terug te keren naar Jeruzalem. Ze mogen zelfs heilige vaten, die Nebukadnessar had gestolen weer mee terug te nemen. Het boek van de profeet Jesaja ziet daar Gods hand in. God heeft dat in zijn Voorzienigheid aan Cyrus de Grote ingegeven, al weet Cyrus daar zelf niets van. Dit is een gelovige kijk op de geschiedenis.

“Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?” Zegt Jezus ja of nee? In beide gevallen hebben ze iets om Hem van te beschuldigen. Als hij zegt: Nee, betaal maar niet, dan kunnen ze Hem aanklagen bij de Romeinse overheid. Zegt Hij, ja betaal maar, dan kunnen ze Hem wegzetten als een overloper die heult met de Romeinse bezetter.

Natuurlijk doorziet Jezus die strikvraag. Maar Hij geeft niet zozeer een slim antwoord om te ontsnappen, Hij houdt hen een spiegel voor. De beeltenis op de munt, het portret van de keizer, gebruikt Hij om hen eraan te herinneren wiens beeltenis zij zelf dragen. In het scheppingsverhaal staat immers dat God ons schiep naar zijn beeld en gelijkenis. Wij dragen Gods beeld in ons. Een munt is maar een munt, een dood ding van metaal. Geef dan aan de keizer wat van de keizer is. Maar jij draagt Gods beeltenis, jijzelf behoort God toe, jij, levende mens, met alles wat je hebt, wat je bent en wat je kunt.

Het vreemde aan geven is dat het ons aan de ene kant gelukkig maakt, maar aan de andere kant moeite kost. Geven druist in zekere zin in tegen onze evolutie. De evolutie zit in onze genen en die zegt dat we net als de dieren moeten overleven en dus voor onszelf opkomen. Daarom gaan we hamsteren als er een coronagolf komt. Maar het vreemde is dat hebben ook hebberig maakt. Dat is een echt gevaar. Het maakt dat rijken rijker worden en armen armer. Als wij niet bereid zijn te geven, dan wordt die tweedeling tussen rijk en arm een mondiaal probleem dat een nieuwe crisis creëert.

Paus Franciscus gaf laatst een mooie opmerking over het geven. Wij zijn geneigd om te kijken of we iets over hebben voordat we iets geven. Maar Hij zegt: Kijk naar wat anderen nodig hebben. Laat dat wat de ander nodig heeft jouw gift bepalen. Dat sluit aan bij de parabel over de landeigenaar die ook aan de werkers van het laatste uur een heel dagloon gaf. Dat beeld geeft Jezus ons van God de Vader. God geeft ons wat wij nodig hebben en zelfs meer, zodat wij op onze beurt aan anderen kunnen geven wat zij nodig hebben. Van die hemelse Vader dragen wij de beeltenis. Geven wat de ander nodig heeft, kan meer vragen dan wat je over hebt en dat vraagt vertrouwen dat God met zijn Voorzienigheid om ons heen is en voor ons uit.

Dat laatste is een probleem. We doen er alles aan om zelfvoorzienend te zijn zodat we niets of niemand meer nodig hebben. Maar dan zeggen we eigenlijk: ‘Fijn dat God voor ons zorgt, maar ik regel het wel zo dat als God me toevallig even vergeet, ik voldoende reserve heb’. Wie echt gelooft die zorgt ook dat zijn zaakjes in orde zijn, maar die zit er niet aan vast, die kan geven, die kan gul zijn, die kan zelfs alles weggeven als God hem dat zou vragen. Jezus brengt de evolutie naar een hoger niveau. Hij leeft in vertrouwen op zijn hemelse Vader. Hij leert dat je niet alleen kan geven van wat je bezit, maar dat je zelfs je leven kunt geven want God zal erin voorzien. Hij laat zien dat geven belangrijker is dan nemen en dat loslaten nodig is omdat we anders alles krampachtig vasthouden. Jezus heeft zichzelf gegeven, daarvan is de Eucharistie het grote Sacrament. Hij geeft zich nog steeds aan ons, opdat wij milder worden, meer bereid tot geven, niet berekenend, maar kijkend wat de ander nodig heeft, want zo doet God met ons en wij zijn zijn kinderen. Amen.

Voorbede

Bidden wij tot God die ons geeft wat wij nodig hebben.

Wij bidden de Kerk. Het lichaam van Christus, dat in het leven van de gelovigen de liefde van Christus zichtbaar wordt, dat we geven wat de ander nodig heeft en positief bijdragen aan het maatschappelijk leven, dat ieder daarbij zijn en haar verantwoordelijkheid neemt. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor de samenleving, om begrip en mildheid, dat mensen niet verharden in hun standpunten maar zoeken naar mogelijkheden, dat we onze energie stoppen in het oplossen van problemen waar iedereen wat aan heeft. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, om vindingrijkheid in deze gedeeltelijke lockdown, dat we als gelovigen elkaar weten te vinden en elkaar steunen, dat we de mogelijkheden benutten die God ons geeft, vragen we om kracht om ons meer in te zetten nu dat harder nodig is. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en families, dat we bereid zijn in de komende weken wat meer afstand te houden van anderen om verspreiding van Corona tijdens de vakantie te voorkomen, zodat we meewerken aan een effectieve bestrijding van dit virus. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top