skip to Main Content

Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand en gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Dit is de kern van het Evangelie van vandaag. We mogen God beminnen in het vieren van de Eucharistie en daarna naar huis om de naaste te beminnen met heel ons hart, met al wat we hebben en wat we zijn.

Eucharistieviering in de kapel van de zusters van Moeder Teresa in Rotterdam, 25 oktober 2020, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: A2020DHJ30A

Lezingen

E.L: Exodus 22, 20-26
Psalm: Ps. 18 (17), 2-3a, 3bc-4, 47 en 51 ab
T.L: 1 Tessalonicenzen 1, 5c-10
All. Vers. Johannes 14, 23
EV: Matteüs 22, 34-40

Homilie

In het Evangelie van Matteüs horen we Jezus meerdere keren spreken over de naastenliefde. Deze is zo wezenlijk in het Evangelie dat wie zijn naaste niet liefheeft, het Koninkrijk niet zal binnengaan. De naasten liefhebben is de wil van de Vader vervullen: ‘Niet ieder die tot Mij zegt: “Heer! Heer!” zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is” (Matteüs 7, 21).

Iemand zou kunnen denken: Ik bid, ik ga naar de kerk, ik ga op retraite, ik lees in de Bijbel, ik volg geloofscursussen en ik ga ook nog op bedevaart. Dan zit het toch wel goed, dan zal God toch wel tevreden zijn? Zoiets dachten de Farizeeën; als wij heel nauwgezet de regels van de Wet onderhouden zijn wij zeker God welgevallig. Die valkuil was er ook voor de Eerste Christenen. Daarom zegt Jezus: “Velen zullen op die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan? Maar dan zal Ik hun onomwonden verklaren: Nooit heb Ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet!” (Matteüs 7, 22-23).

We kunnen de eis van Jezus tot daadwerkelijke naastenliefde niet snel overschatten. Het gaat bij Hem om naastenliefde in vele vormen. Bijvoorbeeld dat we mensen niet afschrijven maar tegemoet komen zodat ze hun band met God kunnen herstellen. Zo zegt Hij tegen de Farizeeën: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken. Gaat heen en leert wat het zeggen wil: Ik wil liever barmhartigheid dan offers. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.” (Matteüs 9, 12-13).

Voor Jezus kan je niet mooi weer spelen tegenover God, terwijl je ruzie hebt met je naaste. “Als gij uw gave komt brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw gave voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bieden” (Matteüs 5, 23-24).

Liefde tot God en de naasten is de vrucht van ons leven, het heeft te maken met onze levenshouding, met ons doen en laten. Vanouds werden de vruchten van het land als offergave naar de tempel gebracht (Exodus 23, 19). Die vruchten zijn belangrijk, anders had Mozes dat niet opgetekend, toch zijn die andere vruchten belangrijker, ze zijn wezenlijk. In Psalm 50 lezen we: “Hoor nu, mijn volk, wat Ik u zeggen ga, hoor, Israël, waarvan ik u beschuldig, want Ik ben God, uw God! Ik maak u over offers geen verwijt: uw offerdieren zie Ik aldoor branden. Brengt liever God het offer van uw lof, volbrengt de Allerhoogste uw geloften. Wie offers brengt van lof, die eert Mij waarlijk, wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God” (Zie Psalm 50, 7-14). God eer brengen door een offer van lof, door te doen wat je beloofd hebt, door rechte wegen te gaan, dat zijn wegen van gerechtigheid.

In Matteüs 5 Zegt Jezus dit ook helder: “Ik zeg u: Als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen” (Matteüs 5, 20).

In Matteüs 25 vind je nog de duidelijkste uitspraak: “Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwig vuur dat bereid is voor de duivel en zijn trawanten. Want Ik had honger en gij hebt Mij niet te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij niet opgenomen, naakt en gij hebt Mij niet gekleed; Ik was ziek en in de gevangenis en gij zijt Mij niet komen bezoeken” (Matteüs 25, 41-43).

Gerechtigheid doen, bekommerd zijn om je naaste, barmhartig zijn; het is voor Jezus de absolute vereiste om in verbondenheid met God te kunnen leven. Je kunt geen tempel van de heilige Geest zijn als Gods Geest van liefde en barmhartigheid niet in je woont.

Opgenomen worden in het Nieuwe Verbond dat Jezus heeft gesloten, is binnengaan in het Rijk Gods. Dat vraagt eenvoud en nederigheid: “Voorwaar, Ik zeg u: als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen zeker niet binnengaan” (Matteüs 18, 3).

De wet van de naastenliefde maakt deel uit van het incarnatiemysterie; God wordt mens. Zo toont God dat Hij in de mens bemind wil worden. Wat die liefde is, hoe je God moet beminnen, dat toont Hij in Christus. Geloven in Christus is pas waar en waarachtig als het ook navolging van Christus is, doen wat Hij heeft voorgedaan: “Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben” (Johannes 3, 16). “Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een dienaar staat niet boven zijn heer en een gezant niet boven degene die hem gezonden heeft” (Johannes 13, 15-16).

Wij vieren Eucharistie, de grote dankzegging, viering van het Nieuwe Verbond, vreugde van de hemelse bruiloft, hernieuwing en uitdrukking van de nieuwe eenheid in Christus. Voedsel voor de ziel, opdat ons leven vrucht draagt, vruchten van gerechtigheid en liefde, liefde voor God en de naasten. Opdat wij in dienstbare naastenliefde Hem navolgen en binnengaan in het Rijk der Hemelen, omdat we daar zijn waar Hij verblijft. Amen.

Voorbede

Bidden wij tot God die ons zijn liefde bewijst en ons oproept tot liefde voor de naaste.

Wij bidden voor Gods Volk op aarde en voor allen die in Jezus een inspiratiebron zien, we vragen om een liefde metterdaad, dat onze ogen open gaan voor de nood in de wereld, dat wij onze handen uitstrekken naar de naasten en zo Gods wil volbrengen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, voor vluchtelingen op Lesbos en op zoveel andere plaatsen inde wereld, dat machthebbers hun harten openen voor de nood van de bevolking. Vragen we om een geest van naastenliefde die barrières van onverschilligheid en eigenbelang overwint. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat we in deze gedeeltelijke lockdown de naaste niet vergeten, dat we nieuwe wegen vinden om anderen nabij te zijn, dat we niet verzinken in geklaag, maar elkaar bemoedigen en sterken. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, om moed, wijsheid en stevigheid, dat ongeduld en irritatie niet uitmonden in ruzie of huiselijk geweld, dat we van Jezus leren in liefde het kruis te dragen en als het kan ook dat van anderen mee te dragen zodat we er samen uitkomen. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top