skip to Main Content

Vandaag horen we de beroemde parabel van de talenten. Het past goed in onze maatschappij waarin we eruit willen halen wat erin zit. Maar hoe heeft Jezus het bedoeld en wat betekent het voor ieder van ons?

Eucharistieviering in de kerken van de H.H. Laurentius en Elisabeth (kathedraal), de H. Liduina (Hillegersberg) en de Pax Christi (Spangen), weekeinde van 14 en 15 november 2020, om 17.00, 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: A2020DHJ33A

Lezingen

E.L: Spreuken 31,10-13. 19-20. 30-31
Psalm: Ps. 128 (127), 1-2, 3, 4-5
T.L: 1 Tessalonicenzen 5, 1-6
All: Johannes 15, 4
EV: Matteüs 25, 14-30 of 14-15. 19-20

Homilie

Een loflied op de sterke vrouw. De eerste lezing van vandaag wordt nog wel eens gekozen bij de uitvaart van een moeder. De kinderen herinneren zich dan bijvoorbeeld dat ze ‘s-avonds laat opbleef als de kinderen gingen stappen, totdat ze weer thuis kamen, soms tot diep in de nacht. Dan zeiden ze wel. Mam dat moet je niet doen, ga toch gewoon naar bed. Maar dan volgde meestal het antwoord, ik slaap toch niet voordat jullie thuis zijn. Wat deed zo’n moeder dan als ze wakker bleef, sommige baden een rozenkrans om de kinderen bij God aan te bevelen en de engelen te vragen om ze veilig thuis te brengen.

Waarom staat die eerste lezing, die lofrede op de sterke vrouw, vandaag op de een na laatste zondag van het kerkelijk jaar, en wat is de samenhang met het Evangelie? Het Evangelie gaat over talenten. De gedachte lijkt erin te liggen dat deze vrouw met de haar gegeven talenten werkt. En of ze nu binnenshuis of buitenshuis werkt, ze benut de mogelijkheden die er zijn. De slotzin is daarbij extra belangrijk: Bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid is vluchtig, maar een vrouw die de Heer vreest, zij moet geprezen worden. Je kunt het ook anders zeggen: Geloof, hoop en vooral de liefde maken een vrouw mooi, voor God en de mensen, met een schoonheid die niet vergaat.

De vrouw komt ook in de tweede lezing terug, maar dan met een heel ander voorbeeld. Zo plotseling als de weeën voor de bevalling op kunnen komen, zo plotseling kan God voor onze neus staan waarbij ons leven en dat van anderen een heel andere wending krijgt. Het is net zo plotseling, zo onverwacht als een dief in de nacht. Je bent rustig gaan slapen, je voelt je veilig, maar ineens staat er een inbreker in je huis. Degene die het heeft meegemaakt, weet wat voor effect dat op je heeft.

Het gaat dus ook over waakzaamheid. Die sterke vrouw is waakzaam voor haar gezin, voor haar huwelijk en bijzonder ook voor God. Zij zet op die manier haar talenten in voor Gods Koninkrijk. Paulus herinnert ons aan dat wat ook Jezus zelf ons voorhoudt. De komst van de Heer gebeurt plotseling en is onverwacht, als een dief in de nacht.

Hoe zit dat dan met die derde man in de parabel over de talenten. Het is duidelijk dat de twee eersten met hun talenten aan de slag zijn gegaan. Die talenten zijn in dit verhaal een vermogen uitgedrukt in geld of edelmetaal. De twee eersten hebben beiden net zo hard gewerkt en hebben beiden de opbrengst verdubbeld. Toch hebben ze verschillende talenten en verschillende verantwoordelijkheden. Maar ze zijn niet jaloers op de elkaar. Die van de vijf zegt niet, oei, dat is wel heel veel verantwoordelijkheid, mag het niet wat minder? En de ander zegt niet, hé, hij heeft er vijf en ik maar twee, dat vind ik niet eerlijk. Je herkent een beetje de gelijkenis van de werkers van het elfde en laatste uur, die net zoveel kregen als de werkers van het eerste uur, zoveel als ze nodig hadden voor hun gezin. Gods rechtvaardigheid is niet een soort CAO van het Hemelrijk, God kent ons en als wij ons aan God toevertrouwen, en dus ook vertrouwen hebben in zijn wijsheid en Voorzienigheid, dan komt het goed, dan dragen we geen zwaardere lasten dan we aankunnen en stelt Hij ons in staat onze talenten te verdubbelen, of zoals met de graankorrels in de aarde er het dertigvoudige of zestigvoudige of honderdvoudige van te maken.

Maar hoe zit het dan met die derde man in de gelijkenis? Die man komt in verschillende parabels op een andere manier terug. Dat zijn ook de onrechtvaardige wijnboeren die de opbrengst van de oogst niet willen afdragen en die de dienaars van de heer mishandelen en vermoorden. Het zijn ook de inwoners die een gezantschap achter de kandidaat koning aan sturen om te zeggen dat ze hem niet als koning willen. Het zijn ook de eerst genodigde gasten die als de koning het feest heeft bereid, zeggen, nee ik doe niet mee, ik kom niet, laat een ander maar naar dat feest gaan. Het zijn ook de vijf dwaze meisjes van verleden week, die wel graag naar het feest wilden, maar niet de moeite wilden nemen om een kruik olie mee te sjouwen en alleen ten koste van anderen met andermans olie alsnog hun feestje wilden binnenhalen. Zij hadden geen liefde voor de bruidegom, ze hadden alleen liefde voor hun feest.

Zo is het ook met deze derde man in de parabel van vandaag. Hij heeft een hekel aan zijn heer, hij vertrouwt hem niet, hij gunt hem de winst niet, hij is jaloers op de anderen die meer talenten kregen toevertrouwd. Hij geeft er deze draai aan: “heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt, die oogst waar gij niet gezaaid hebt en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid”.

Mensen hebben altijd wel redenen om niet met God mee te doen. Zoals de genodigden allerlei redenen opgaven, de een moest naar zijn akker, de ander was net getrouwd en de derde had nieuwe ossen gekocht. Er zijn altijd redenen om iets niet te doen. Maar dan loop je het risico het belangrijkste, het doel van je leven te missen. God heeft ons geschapen voor de eeuwigheid.

Want deze parabel leert ons vooral iets over het eeuwig leven. Als Jezus zegt: “Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen; ga binnen in de vreugde van uw heer”. Dan schetst hij een perspectief van de eeuwigheid, van de hemel, het Rijk Gods, het Huis van de Vader. Waar we met de talenten die we voor God en in dienst van God hebben ontwikkeld doorgaan, maar dan met een veelvoud in Gods vreugde. Amen.

Voorbede

Bidden wij tot God die ons de aarde en de naaste heeft toevertrouwd.

Wij bidden voor alle gelovigen dat zij de talenten van geloof, hoop en liefde ontwikkelen in dienst van God en de naaste, dat zij ermee werken zodat zij toenemen. Bidden wij voor de herders in de Kerk dat zij de gelovigen steunen en hen helpen deze talenten te vermeerderen, tot opbouw van Gods koninkrijk. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, waar de talenten al te vaak worden ingezet voor aardse winst, voor geld en macht, bidden wij om een nieuwe mentaliteit, om bescherming van de armsten in de wereld en bescherming van het milieu, om een economie die de mensheid dient en moreel vooruit helpt. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, vragen we hierbij om innerlijke vrijheid, dat we herkennen waartoe God ons roept. Bidden we om luisterbereidheid, zodat we in elkaar Gods stem verstaan, bidden we om verzoening zodat breuken worden geheeld. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor ouders en kinderen, dat we oog krijgen voor de talenten die in de maatschappij dikwijls niet meetellen, dat we kinderen helpen God te beminnen, Hem te vertrouwen en oog te krijgen voor zijn Voorzienigheid. Dat we allen steeds dieper beseffen dat God ons heeft geschapen voor de eeuwigheid. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top