skip to Main Content

We horen allemaal bij elkaar, de heiligen in de hemel, wij, de mensen op aarde en zij, alle overledenen die op weg zijn naar de voltooiing.

Viering in de parochie H. Augustinus, 2 november 2012, om 19.00 uur in de kerk van De Goede Herder (Wassenaar), door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Viering beluisteren vanuit De Goede Herder te Wassenaar (MP3)

Preek beluisteren vanuit De Goede Herder te Wassenaar (MP3)

Preek: B2012ALLZBAUFX

Lezingen

E.L.: Klaagliederen 3, 17-26
Ps.: Psalm 25 III refrein
All.: GvL 249
Ev.: Johannes 14, 1-6

Homilie

Laatst sprak ik met een collega over leven en sterven en over eeuwig leven. Op een goed moment maakte hij de opmerking dat jongeren vaak het gevoel hebben op aarde eeuwig te leven. Natuurlijk weten ze wel dat je ooit dood gaat, maar als je twaalf bent is vijftig een eeuwigheid verder, laat staan zeventig of negentig.

Ik kon dat wel herkennen. Zelfs toen mijn eigen broer overleed, hij was vierentwintig en ik was achttien, heb ik toen niet zo voor mezelf gerealiseerd hoe kwetsbaar ons leven is. Nu ik zestig ben, begrijp ik steeds beter dat ons leven op aarde maar een korte tijd duurt en dat zelfs honderd jaar eigenlijk maar een korte periode is.

Hier in Wassenaar Zuid zijn er verschillende jongeren die ook broer of zus hebben verloren. Ook zij ervaren dat verlies, die confrontatie met de harde werkelijkheid en de onverbiddelijkheid van de dood. Tegelijk merken ook zij dat het leven doorgaat, dat zij een toekomst voor zich hebben en dat de dood ook weer heel ver weg kan zijn.

Vanavond is het Allerzielen, we staan stil bij de dood en bij de doden, we bidden, gedenken, we bezoeken de begraafplaats en spreken een zegen uit, we besprenkelen met wijwater als herinnering aan het doopsel en steken kaarsen aan.

Misschien is het goed even stil te staan bij hoe het zestig jaar geleden ging en hoe nu. Zestig jaar geleden was Allerzielen een heel andere viering. De mensen kwamen om te bidden voor de overledenen. Waar zijn ze? Zijn ze nog onderweg, zijn ze al op de plaats van bestemming? Bidden voor de overledenen is zo oud als de Kerk. Er was toen sterker dan nu een gevoel dat we allemaal bij elkaar horen, de heiligen in de hemel, wij, de mensen op aarde en zij, alle overledenen die op weg zijn naar de voltooiing.

Zestig jaar geleden werd de Mis gevierd als één groot gebed, om hen te helpen op die weg. Die gedachte is nog steeds aanwezig op Allerzielen, maar toch is de aandacht verschoven. Vanaf de jaren zeventig is er meer aandacht gekomen voor verlies en verliesverwerking en de allerzielenviering werd gaandeweg meer een gedachtenisviering waarin we onze dierbaren gedenken. De kunst is dat we deze twee kanten van Allerzielen bij elkaar houden.

We staan nu meer dan toen stil bij het verdriet dat de nabestaanden hebben. Verdriet om het gemis, verdriet omdat ons leven zo drastisch veranderd is, verdriet omdat we alleen staan, verdriet omdat je maatje, man, vrouw, je broer, zus, vader, moeder, opa, oma, familielid, vriend of vriendin er niet meer is.

En dat is winst, want bij wie kunnen we beter terecht met ons verdriet dan bij Christus en zijn Kerk, bij onze hemelse Vader, bij de heilige Geest en bij Maria de moeder van Jezus?

We hoorden het in de eerste lezing, ook het Joodse Volk had op een goed moment nog maar één mogelijkheid om met het verdriet naar toe te gaan, naar God. De klaagliederen zijn liederen die opgeschreven zijn na de verwoesting van Jeruzalem. De stad was verwoest, talloze doden, families verscheurd en de tempel met de grond gelijk gemaakt. Mateloos verdriet, je bidt het uit en je zingt het uit in de klaagliederen. Want zo krijgt je verdriet een plaats, een bestemming. Dan kan er ook weer hoop komen, dan ontkiemt het vertrouwen weer, dan kan de schrijver ook schrijven, zoals we net lazen: “desondanks prent ik mij in, en dat geeft mij hoop: Zonder einde is Gods genade, onuitputtelijk is zijn erbarmen.”

Voor iemand die kan geloven dat de dood het einde niet is, dat Jezus een weg is naar eeuwig leven, dat Hij waarheid is voor ons bestaan, die kan in het verdriet hoop vinden, want die weet dat hij of zij nooit alleen is.

En dat kunnen we misschien ook weer wat leren van de vorige generatie. Wij hebben meer aandacht gekregen voor verlies en verliesverwerking, zij stonden meer stil bij het uitzicht op het eeuwig leven.

Of zoals Jezus in het Evangelie zegt: In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen. Dit Evangelie heeft bij veel uitvaarten geklonken, steeds met die hoop dat God ruimte heeft voor onze dierbaren, dat God plaats heeft, hoe we ons dat ook moeten voorstellen. Gods Vaderhart, Gods woning, hemel, een eeuwig gastmaal waarin God ons bedient, de hemelen der hemelen, eeuwig leven. Elke tijd geeft er een eigen kleur aan en bedenkt eigen beelden. De kern is steeds weer dat God ons aardse leven niet zomaar laat verdwijnen, hoe we ons dat nieuwe leven ook voorstellen.

Op Allerzielen bidden we voor onze dierbaren, maar niet alleen voor hen, maar voor alle overledenen. We bidden op meer manieren. Als zij hun weg nog moeten voltooien, door Gods zuiverende liefde heen, dan geven wij onze steun door ons gebed. Als zij de voltooiing hebben bereikt zullen zij ook voor ons bidden. We geven ons verdriet een plaats en we zijn solidair met zo velen die verdriet moeten verwerken. We bezoeken de begraafplaats en beseffen dat ons leven eindig is. En door dit alles klinkt Gods belofte: In het huis van de Vader is ruimte voor velen. Eens zullen we elkaar ontmoeten, kennen, zien, begrijpen en weten, in Gods eeuwige liefde waar de dood niet meer bestaat en waar Gods liefde ons leven is. Amen.

Back To Top