skip to Main Content

In deze tijd met een stroom van vluchtelingen mogen wij denken aan Jezus die vluchteling was in Egypte. En hieraan: dat wie een kind, een kleine mens, een vluchteling, een kind van God, opneemt in zijn Naam, Jezus Zelf opneemt.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van de H. Joannes de Doper te Katwijk, de H. Willibrordus te Wassenaar en de H. Laurentius te Voorschoten (gezinsmis), weekeinde van 19 en 20 september 2015, 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: B2015DHJ25B

Lezingen

E.L: Wijsheid 2, 12. 17-20
Psalm: 54 (53), 3-4, 5, 6 en 8
T.L: Jakobus 3, 16- 4, 3
All: Lucas 19, 38
EV: Marcus 9, 30-37

Homilie

We lazen zojuist uit het boek van de Wijsheid. Een geschrift uit ongeveer anderhalve eeuw voor Christus. Het is geschreven door een Joodse schrijver die in Egypte woonde en die het opschreef in het Grieks. Het lijkt erop dat de Evangelisten die tekst niet tot hun beschikking hadden. Maar ik vraag me af of Jozef en Maria in de jaren dat zij in Egypte verbleven, daar in de synagoge misschien wel uit dit boek hebben horen voorlezen. Zoals de term “zoon van God”. We hoorden het net: “Want als de rechtvaardige een zoon van God is, zal God hem te hulp komen en hem bevrijden uit de greep van zijn vijand.” De rechtvaardige Jood leefde als een zoon van God in Egypte waar een andere godsdienst en andere gebruiken heersten.

Er is een verschil tussen “een zoon van God” en “De Zoon van God”. Wij spreken over “kind van God zijn’. Je bent een kind van God. Je zou ook kunnen zeggen: “Je bent een zoon van God of je bent een dochter van God. Jezus is echter “De Zoon van God”. Als Jezus wordt beproefd in de woestijn, zegt de duivel tegen Hem: “Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan dat deze stenen hier in brood veranderen”.

Op zich hoef ik u niet uit te leggen dat Jezus van een ander niveau is dan wij. Maar omdat er in de wereld van alles over Jezus wordt verteld en gefantaseerd, lijkt het me goed om er af en toe aandacht aan te geven.

De eerste lezing vandaag kun je zo op het leven van Jezus toepassen. De schrijver van het Boek Wijsheid heeft aan een rechtvaardige mens gedacht toen hij dit opschreef: “De ongelovigen zeggen: ‘Wij willen de vrome belagen; want hij is ons een ergernis, en is een aanklacht tegen onze lauwheid. Hij beschuldigt ons dat wij de wet niet onderhouden; en verwijt ons onze tuchteloosheid. Laat ons eens zien of zijn woorden wel waar zijn en nemen we als proef op de som wat er gebeurt bij zijn dood. Laten we hem veroordelen tot een schandelijke dood; naar eigen zeggen geniet hij immers bijzondere bescherming’.”

Zouden Jozef en Maria deze woorden ooit gehoord hebben in een synagoge in Egypte? En hebben zij dit onthouden en thuis besproken en Jezus voorgehouden. Dit is precies wat er met Jezus is gebeurd. Behalve dat Hij niet door ongelovigen werd veroordeeld, maar door zijn volksgenoten.

Jezus heeft vooruit geweten dat dit lot Hem te wachten stond. Toch is Hij die weg gegaan, meer nog, Hij heeft er een onderricht van gemaakt. Op drie plaatsen in het Evangelie lezen we dat Jezus zijn leerlingen onderricht en spreekt over zijn lijden. Met andere woorden: Jezus gaat op een bepaalde manier met het lijden om en die manier van omgaan met het lijden moeten de leerlingen kennen en aanvaarden als een weg ten leven.

Hoe gaat Jezus met het lijden om? In de eerste plaats spreekt Jezus niet over het lijden zonder te spreken over zijn verrijzenis. Steeds is het die reeks: “De Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen der mensen en ze zullen Hem doden; maar drie dagen na zijn dood zal Hij weer opstaan.” Jezus is gekomen om de dood te overwinnen, om weer op te staan, met de bedoeling dat wij mensen steeds weer opstaan uit welke vorm van dood ook. Jezus is opgestaan uit de meest volkomen dood, wanneer het lichaam is gestorven en in het graf ligt. Omdat Hij uit de meest volkomen dood is opgestaan, biedt Hij ons de mogelijkheid op te staan uit al die kleinere vormen van dood; de dood door zonde, door afgunst, door kleinmoedigheid of angst of wat dan ook.

Jacobus herinnert er ons in zijn brief aan: “Waar komen bij u die vechtpartijen en ruzies vandaan? Toch alleen van uw eigen hartstochten die u niet met rust laten? Gij begeert dingen die gij niet kunt krijgen. Gij moordt en benijdt en gij kunt uw doel niet bereiken. Dan gaat gij vechten en strijden.” Daartegenover beschrijft Jacobus de wijsheid die Christus is: “De wijsheid van omhoog is vóór alles rein, maar ook vredelievend, vriendelijk, altijd voor rede vatbaar, rijk aan barmhartigheid en vruchten van goede daden, onpartijdig en oprecht. Gerechtigheid is een vrucht van de vrede en slechts wie de vrede nastreven zullen haar oogsten.”

In het Evangelie zien we hoe de leerlingen ruzie maken over wie de grootste is. Kwam dat omdat ze zich afvroegen wie de leiding moest overnemen als Jezus gedood zou worden? Of hebben ze die woorden van Jezus amper gehoord en is het gewoon een competentiestrijd, hanengedrag? Dat zou nog erger zijn, want daarmee laten ze Jezus wel heel erg alleen, als Hij spreekt over zijn lijden, dood en verrijzenis. Het hele gesprek tussen Jezus en zijn leerlingen loopt uit op die slotzin: Toen zette Hij zich neer, riep de twaalf bij zich en zei tot hen: “Als iemand de eerste wil zijn, zal hij de laatste van allen moeten wezen en de dienaar van allen.” Hij zette een kind in hun midden en sprak tot hen: “Wie een kind als dit opneemt in mijn Naam neemt Mij op; en wie Mij opneemt neemt niet Mij op, maar Hem die Mij gezonden heeft.” In deze tijd met een stroom van vluchtelingen mogen wij denken aan Jezus die vluchteling was in Egypte. We mogen denken aan zijn boodschap over lijden en weer opstaan. En hieraan: dat wie een kind, een kleine mens, een vluchteling, een kind van God, opneemt in zijn Naam, Jezus Zelf opneemt. Wanneer we dat werkelijk doen, dan verrijst de Kerk in het Westen uit haar schijndode bestaan. Amen.

Voorbede

Bidden wij vol vertrouwen tot God, onze barmhartige Vader.

Wij bidden voor allen die Jezus navolgen. Dat zij van Christus leren hoe om te gaan met lijden en tegenslag. Dat zij, als Gods zonen en dochters, steeds de kracht krijgen op te staan en voort te gaan op de weg van gerechtigheid. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gelovigen en ongelovigen, voor alle mensen van goede wil, dat zij het lijden in de wereld overwinnen door naastenliefde en door persoonlijke bereidheid het kruis mee te dragen. Wij bidden dat Gods kinderen wereldwijd de handen ineenslaan en deze wereldwijde crisis ten goede keren. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie van de Heilige Augustinus en voor onze parochiekern, dat we in de kleine mens, in de bedreigde en vervolgde mens, Christus gelaat zien, hoe moeilijk soms ook om te herkennen. Dat God onze ogen en onze oren opent voor het beroep dat Hij op ons doet. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat zij elkaar stimuleren tot waarachtige gastvrijheid, opdat wij het goede delen en opdat het goede zich vermeerdert. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top