skip to Main Content

Wat wij doen moet andere mensen ten goede komen, vooral de armen. Daarmee wordt Gods koninkrijk op aarde reeds werkelijkheid.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van de H. Jozef en de H. Willibrordus te Wassenaar, weekeinde van 10 en 11 oktober 2015, 19.00 en 09.30 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Eucharistieviering beluisteren vanuit de H. Willibrordus te Wassenaar (MP3)

Preek beluisteren vanuit de H. Willibrordus te Wassenaar (MP3)

Preek beluisteren van Mgr. van den Hende vanuit de H. Laurentius te Voorschoten vooraf aan de inzegening van het Bondsgebouw (MP3)

Preek: B2015DHJ28BAUFX

Lezingen

E.L: Wijsheid 7, 7-11
Psalm: 90 (89), 12-13, 14-15, 16-17
T.L: Hebreeën 4, 12-13
All: Johannes 10, 27
EV: Marcus 10, 17-30 of 17-27

Homilie

Zou dat in onze tijd nog mogelijk zijn? Zou in onze tijd een rijk iemand, met een goede opvoeding, getalenteerd en sociaal; zou zo iemand in onze tijd nog naar een priester stappen met de vraag: “… wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”

In onze tijd zie je mensen met meningen van het ene uiterste naar het andere. Voor de één bestaat er hoe dan ook geen eeuwig leven, geen hiernamaals, geen God, geen hemel. Voor een ander gaat iedereen altijd naar de hemel, want goed en kwaad bestaan niet echt, dus mensen zijn niet echt goed of kwaad, dus gaat iedereen naar de hemel. Of mensen geloven in soort natuurlijk eeuwig leven, een voortleven in het nageslacht en in de herinnering van de mensen die hier doorgaan. Ook dat is geen eeuwig leven, maar een onpersoonlijke manier van toch nog bestaan.

Vanuit de eerste groep, van hen voor wie er geen hemel bestaat, zal een iemand niet vragen wat hij moet doen om het eeuwig leven te verwerven? Voor die andere groep, die verwacht dat iedereen naar de hemel gaat, is dit ook geen vraag.

In sommige protestantse kringen is de vraag ook zinloos, want zij geloven op zo’n manier in predestinatie, dat ze door hun werken onmogelijk iets kunnen veranderen aan Gods uitverkiezing. Laat staan dat je zou vragen: “Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”

Onder veel katholieken is nog een ander idee gegroeid, het idee dat je het wel heel bont moet maken, en dat je echt zelf de hemel moet afwijzen om er niet te komen. Met andere woorden: “Je komt er echt wel, maak je geen zorgen.” Leeft die vraag dan nog wel bij ons? Zouden wij nog, net als deze man, Jezus vragen: “Heer, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”

Vanuit socialistische en communistische en andere groepen is het ook wel eens omgekeerd. Jullie Christenen doen alleen maar goed om zelf in de hemel te komen. Nu kan ik me slechtere redenen voorstellen om goed te doen, maar het is een vraag. Daarom is het goed om de vraag van deze man serieus te nemen: “Heer, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”

Jezus zegt niet: “Flauwekul, die hemel bestaat helemaal niet.” Hij zegt ook niet: “Pech meneer, wat u ook doet, het maakt niet uit, je komt er alleen als dat voor jou is weggelegd.” Jezus zegt evenmin: “Beste man, maak je geen zorgen, je komt er echt wel als je het maar niet al te bont maakt.”

Jezus maakt Gods bedoelingen helder. Ja het is Gods bedoeling dat wij die tien geboden, Gods levenswijzer uit het Oude Verbond, serieus nemen: “Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, gij zult niemand te kort doen, eer uw vader en uw moeder.” Is dat dan genoeg? Het eerste gebod wordt niet eens genoemd.

Het lijkt er niet op dat deze man nu verheugd zegt: “Dit alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af”. Hij zoekt iets meer. Hij wil misschien iets extra’s doen, misschien strenger vasten, grotere offers in de tempel brengen. Het antwoord van Jezus laat hem bedroefd achter. Alles verkopen, alles loslaten, dat is te veel.

Waarom zegt Jezus dit dan? Zou dit nodig zijn voor iedereen of alleen voor die man? Het was wel zo dat de eerste Christenen niets als hun eigendom beschouwden en alles met elkaar deelden. Het punt is dit: Verwacht je echt het eeuwig leven, durf je met de toekomst te leven, alsof die er nu al is? Is die toekomst echt een werkelijkheid voor jou, dat je daar je geluk vindt? Of wil je het toch wel vooral hier en nu goed hebben, en zie je wel hoe het later is?

Jezus zegt niet: Geef je vermogen aan de staat, of aan je familie, of aan het dorp. Hij zegt: “… ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel.” Wat wij doen moet andere mensen ten goede komen, vooral de armen. Daarmee wordt Gods koninkrijk op aarde reeds zichtbaar en tastbaar, het wordt werkelijkheid. Dan kun je vol vertrouwen leven vanuit Gods Voorzienigheid; God zal voor jou zorgen, je zult niets tekort komen, en een andere vreugde, een andere liefde, zal jouw deel zijn, hier en nu reeds en in volheid in de toekomst van het eeuwig leven.

Als Jezus zegt: “Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben het Koninkrijk Gods binnen te gaan!” lijkt Hij in dit verhaal niet te doelen op het hiernamaals, maar op een leven hier op aarde, waar deze man niet in binnengaat; het leven zoals Jezus leeft met zijn apostelen en de leerlingen. Dat is het leven van zijn Kerk op aarde, waarin niemand iets voor zichzelf houdt, omdat we een groter geluk delen en een liefde ervaren die met niets anders te vergelijken valt. We mogen hopen dat een rijk iemand, die zich aan de geboden houdt, die anderen het leven gunt, die trouw is in zijn of haar huwelijk, die niet steelt of vals getuigt, die niemand te kort doet en goed is voor vader en moeder, dat zo iemand in de hemel komt. Dat mogen we hopen. Toch nodigt Jezus ieder van ons tot een grotere vrijheid, door onthechting aan het bezit op deze aarde, omdat we reeds deel hebben aan het hemels leven, dan zijn we hier op aarde reeds het Koninkrijk Gods binnen gegaan. Amen.

Voorbede

Bidden wij vol vertrouwen tot God, onze barmhartige Vader.

Wij bidden voor de gezinssynode, dat de heilige Geest alle deelnemers inspireert, wij vragen om hemelse wijsheid die de aardse wijsheid overtreft, dat zij de echte problemen van de gezinnen mogen doorzien en de weg wijzen naar Gods Koninkrijk. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor allen die welgesteld leven, om een sfeer van onthechting, om vrijheid tegenover de overdaad van het Rijke Westen, opdat zij eenvoudig goed kunnen doen en zo zelf delen in Gods ruimhartige liefde. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie, dat we jong en oud stimuleren om ons niet door het materiële te laten binden. Voor roepingen tot het religieuze leven, als deelname aan het leven van Jezus in vertrouwen op Gods voorzienigheid. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat we gelukkig zijn met voldoende en niet jagen op meer; dat we durven delen en meebouwen aan Gods Koninkrijk op aarde en zo het eeuwig leven binnengaan. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top