skip to Main Content

B2021DHJ12B

Storm op zee, storm in je leven, storm in de kerk; hoe gaan we daarmee om? Jezus nodigt ons uit te geloven en niet te twijfelen. Dat geloof mogen we vieren in deze Eucharistieviering.

Lezingen

E.L: Job 38, 1, 8-11
Psalm: Ps. 107 (106), 23-24, 25-26, 28-29, 30-31
T.L: 2 Korintiërs 5, 14-17
All. Vers. Cf. Handelingen 16, 14b
EV: Marcus 4, 35-41

Homilie

Verleden week hoorden we Paulus zeggen: “Broeders en zusters. Daarom houden wij altijd goede moed”. Maar vandaag zien we paniek en angst. Hoe kon dit gebeuren?

Petrus is de kapitein, maar het is Jezus die zegt: laten we oversteken. Petrus heeft gezag over de boot en de bemanning, maar het initiatief om te gaan varen en de richting zijn door Jezus bepaald. Daar zit een spanning tussen. Petrus is de ervaren visser, hij kent het water, hij kent de boot, hij leest het weer. Zag hij de storm aankomen? Heeft hij geprotesteerd? “Meester laten we morgen oversteken want er is storm op komst”. We lezen het niet.

Niet elke storm laat zich voorspellen, denk aan de enorme windhoos van deze week met de grote schade aan bomen, huizen, auto’s en bovendien meerdere gewonden. Het weer is onvoorspelbaar, het leven is onvoorspelbaar. Zo ben je gezond, zo ben je ziek. Het ene moment sta je op het voetbalveld, even later moet je gereanimeerd worden en beland je in het ziekenhuis.

Petrus en de andere vissers zagen deze storm niet aankomen, bovendien hebben ze vertrouwen in Jezus, Hij weet waar ze naar toe moeten. Ze hebben al zoveel bijzondere dingen meegemaakt, dat ze niet lang hoeven na te denken om alles in de boot te laden en van wal te steken. Wat doet Jezus? Hij gaat rusten, aan het achtersteven, op het kussen. De dag was intensief, aan de over van het meer heeft hij een menigte mensen onderricht gegeven. We hebben de parabels de afgelopen weken gehoord, over de zaaier, over het zaad, over het mosterdzaadje. Hij weet ook dat als ze aan de overkant komen het ook niet meteen rustig is, hij neemt nu dus zijn rust.

Maar dan. De storm steekt op, de golven worden hoger, het water wordt woester. Dat hebben ze vaker meegemaakt. Dat hoeft nog niets te betekenen, tot de golven over de boot slaan, niet een, maar ze blijven komen.

Het is als in het leven. Mensen zeggen wel: “Een ongeluk komt nooit alleen”. De ene tegenslag volgt op de ander. De profeet Amos geeft daar in de Bijbel een mooi voorbeeld van: “Zoals wanneer iemand die vlucht voor een leeuw, aangevallen wordt door een beer, en dan, als hij een huis binnenvlucht en met zijn hand tegen de muur leunt, gebeten wordt door een slang (Amos 5,19)”. de ene tegenslag na de ander. Je denkt: “Waar heb ik dat aan verdiend, is God me vergeten, heeft de tegenstander het op mij gemunt?”

Hoe vaak heeft ons gebed niet die toon, die inhoud? Overlijden in de familie, ziekte in het gezin, problemen op het werk en moeilijkheden in de buurt. Houdt het dan nooit op. De golven slaan over de boot, zodat de boot volloopt, het water staat je tot de lippen. Wat doe je dan?

Het is vreemd. Wat de leerlingen doen is eigenlijk logisch. Op zich is het het enige juiste dat ze kunnen doen. Zij kunnen de situatie niet aan, de problemen overstijgen hen dit is meer dan ze aankunnen. Ze maken Jezus wakker.

Toch klinkt er een soort verwijt van Jezus: “Waarom zijn jullie zo bang? Hoe is het mogelijk dat je nog geen geloof bezit?” Het lijkt erop dat Jezus heel anders naar de omstandigheden kijkt dan de leerlingen. Ik moet dan denken aan het moment dat Jezus over het water naar de boot van de leerlingen komt. Als Petrus dan over het water naar Jezus loopt, merkt hij ineens hoe hard de wind is en hoe woest de zee en hij begint te zinken. Dan, terwijl Jezus hem vastpakt, zegt Hij tegen Petrus: “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?” (Matteüs 14, 22-33).

Zelf denk ik dat dit niet zozeer een verwijt is, maar meer een uitnodiging om te groeien in geloof, je te verzetten tegen ongeloof en twijfel, Maar dat kan alleen als je vertrouwen in Jezus groot genoeg is.

Het verschil tussen Jezus en de leerlingen wordt zichtbaar in het vertrouwen. Jezus vertrouwt op zijn Vader. Hij weet dat de vader Hem naar de overkant roept. Zijn hart is gerust, ondanks de storm en de woeste zee. De leerlingen kunnen hun vertrouwen op Jezus stellen. Hij wil dat ze oversteken. Dan moet het goed zitten.

Je kunt in je leven dit soort stormen meemaken. Dan is er niets op tegen om aan te kloppen bij Jezus en te vragen dat Hij zijn Woord spreekt, zodat de storm gaat liggen. Toch blijft dit Woord van Hem ook tot ons gericht. Deze omstandigheden zijn voor ons een kans om te groeien in geloof.

Wat zo in je persoonlijk leven voorkomt, dat overkomt ook de Kerk. We hadden al een teruggang in kerkbezoek. We zitten al in een tijd waarin geloof en kerk-zijn achterhaald en overbodig lijkt. We staan er financieel niet goed voor. Dan komt ook nog een keer een corona pandemie. De golven slaan over de boot en het lijkt erop dat Jezus ligt te slapen.

Uit het Evangelie mogen we kracht putten en geloof. Jezus is bij ons in de boot. Hij wijst de richting aan en Hij bepaalt het moment dat we gaan varen. Petrus heet nu paus Franciscus, de apostelen zijn de bisschoppen en de Kerk is het bootje. Als Kerk hebben we tegenslagen te verduren, maar Hij nodigt ons uit te groeien in geloof. Hij weet wanneer de storm gaat liggen en de rust wederkeert. Laten we in dat vertrouwen ons geloof uitspreken. Amen.

Voorbede

Wij bidden tot God om geloof en vertrouwen.

Wij bidden voor de Kerk in het groot en in het klein, we vragen om de genade van een sterk geloof, dat we vertrouwvol onze wegen gaan en koers houden op de weg die Jezus ons wijst. Wij bidden voor de paus, de bisschoppen en alle gelovigen dat wij standhouden in de stormen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze samenleving, voor slachtoffers van natuurgeweld. Bidden wij om solidariteit en hulpvaardigheid. Bidden we bijzonder voor de landen die al vaak getroffen zijn, om moed en kracht, om steun voor hen, zodat zij weer moed vatten om opnieuw te beginnen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat we moedig in het leven staan, gelovend dat God met ons op weg is; dat we ons niet door tegenslagen van de wijs laten brengen. Bidden we om geloof en vertrouwen, dat we luisteren naar Gods stem en steeds weer moed vatten. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden op voorspraak van Sint Jozef voor onze gezinnen en in dit weekend vanwege vaderdag bijzonder voor alle vaders. Dat zij voor hun gezin een rustpunt mogen zijn, een basis van vertrouwen en geloof. Dat zij zelf hun geloof steeds weer verdiepen en versterken. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top