skip to Main Content

B2021DHJ22B

Jezus is de koning van de innerlijkheid, van de binnenkant. In de liturgie worden we uitgenodigd door de uiterlijke vormen heen te kijken en hem te vinden die ons innerlijk wil genezen en heiligen.

Lezingen

E.L: Deuteronomium 4, 1-2. 6-8
Psalm: Ps. 15 (14), 2-3a, 3cd-4ab, 4c-5
T.L: Jakobus 1, 17-18. 21b-22. 27
All. Vers. Cf. Handelingen 16, 14b
EV: Marcus 7, 1-8. 14-15. 21-23

Homilie

Jezus krijgt hoog bezoek. Farizeeën, waaronder enkele schriftgeleerden, uit Jeruzalem; zij komen bij Jezus samen. Waar zal het gesprek over gaan? Als je met een stevige delegatie bij Jezus op bezoek gaat, dan heb je vast wat onderwerpen om met Hem te bespreken? Met welke houding ga je naar Hem toe? Ben je benieuwd naar zijn visie, zijn inzicht? Je zou kunnen verwachten dat het gesprek zou gaan over zijn visie op God, zijn visie op Gods Koninkrijk, zijn visie op vergeving. Zulke momenten zijn er wel in het Evangelie, maar vandaag niets van dit alles. De enige opmerking die ze maken gaat over het reinigingsritueel voor de maaltijd.

Wat is dat reinigingsritueel? Je zou kunnen denken, nu in de Corona-pandemie, dat dit geen slechte gewoonte is, handen wassen voor de maaltijd. Maar dat ritueel is geen echt handen wassen. Het was met de vingertoppen even het water aanraken. Die wassing kun je vergelijken met het wijwaterbakje dat we nu tijdens Corona voorin de kerk niet gebruiken. Ook het gebruik van het wijwaterbakje is geen echt handen wassen, het kruisteken met wijwater betekent een geestelijke reiniging die ons herinnert aan ons Doopsel. Dat was de grote innerlijke wassing waarmee wij ons leven met Christus zijn begonnen.

Het ging de Farizeeën en de schriftgeleerden dus niet om hygiëne, dat woord kende men zo ook niet. Het ging om een ritueel gebruik. Sommige van de leerlingen onderhielden dat gebruik dus niet, zoals wij nu ook het wijwaterbakje bij binnenkomst niet gebruiken. Het lijkt er overigens op dat Jezus zelf en ook het merendeel van de leerlingen die reinigingsrituelen wel onderhielden. Jezus heeft er op zich dus niets op tegen. Er staat dat sommigen het niet deden.

Het lijkt erop dat Jezus door de opmerking hierover geraakt wordt. Jezus neemt het op voor zijn leerlingen, zoals Hij dat vaker deed. Denk aan die keer dat er een vastendag was en de leerlingen van Jezus die vastendag niet hielden of die keer dat de leerlingen korenaren plukten op een sabbat en daarvan wat aten omdat ze nog niets gegeten hadden. We kennen het antwoord van Jezus, jonge wijn in nieuwe zakken en de sabbat is gemaakt om de mens, niet de mens om de sabbat (Marcus 2, 18-28).

Vandaag geeft Jezus geen antwoord meer op hun vraag. Hij heeft al eerder antwoord gegeven hoe Hij zijn leerlingen opleidt en vormt, dat kunnen ze dus weten. Nu gebruikt Hij hun opmerking om hen zelf een spiegel voor te houden. Dat doet Hij radicaal. Het valt op dat Jezus over het algemeen vrij mild is naar de bevolking. Wel duidelijk en consequent, maar toch mild. Tegenover de Farizeeën en schriftgeleerden, gebruikt Jezus scherpere woorden. Dat heeft ermee te maken dat zij beter zouden moeten weten. Is er nu niets beters om over te praten dan over het reinigingsritueel?

Het lijkt erop dat de Farizeeën en de schriftgeleerden hun eigen innerlijk zijn kwijtgeraakt. Komt dat door hun grote gerichtheid op de Wet van Mozes? Zijn ze de profeten vergeten, zijn ze de Heilige Geest vergeten? Of zijn het de gewone valkuilen van de macht; dat je positie, de onderlinge belangen, vrees voor verandering of de valkuilen van de bureaucratie je gevangen houden en blind maken voor de eigen fouten. Dat gebeurt overal, ook in de Kerk.

Dat laatste lijkt inderdaad het geval te zijn. Jezus citeert Jesaja: “Dit volk eert Mij met de lippen maar hun hart is ver van Mij. Zij eren Mij, maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren”. Jezus verwijt hun dat waar zij prat op gaan, kennis van Gods geboden, zij juist niet waarmaken: “Gij laat het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen!”

Zo zie je dat Jezus steeds terugkeert naar de oorsprong, Gods gebod, Bemin God en uw naasten; in het begin schiep God hen als man en vrouw; de sabbat is gemaakt om de mens en niet de mens om de sabbat. Schriftgeleerden gebruikten hun scherpzinnige haarkloverij om hun eigen systeem in stand te houden, maar daarmee verdwenen Gods geboden zelf naar de achtergrond.

Die valkuil blijft altijd bestaan, niet alleen bij Farizeeën. Dat we bijkomstigheden tot hoofdzaken maken, dat we meer met de buitenkant bezig zijn dan met de binnenkant, dat we meer gehecht zijn aan de rituelen, de vormen, de uiterlijkheden dan met datgene waar het om gaat, waar die rituelen naar verwijzen, waarvoor ze bedoeld zijn.

Bij Jezus gaat het altijd om de binnenkant. Vergeving is iets dat in ons hart gebeurt. Kind van God zijn is niet zichtbaar aan de buitenkant. Dat Jezus Gods eniggeboren Zoon was, kon je niet aan zijn gezicht zien. Dat geldt ook voor de Communie, dat dit Brood Lichaam van Christus is, kan je niet aan de buitenkant zien. Alleen door ons geloof kunnen we die binnenkant beseffen.

Het is een valkuil om nu over de Farizeeën en de schriftgeleerden te spreken, waardoor we zelf buiten schot blijven. Maar aan het einde van het evangelie spreekt Jezus tot het volk, tot u en mij. Zuiverheid of onzuiverheid, het komt niet van buiten maar uit ons hart. Jezus geeft er een korte litanie van. Paulus herinnert ons in de tweede lezing eraan: Als de liefde in je hart niet concreet wordt, stelt het niet veel voor: “Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit: wezen en weduwen opzoeken in hun nood en zichzelf vrijwaren voor de besmetting van de wereld”. Amen.

Voorbede

Bidden wij nu tot God, die hart en nieren doorgrondt.

Wij bidden voor de Kerk, dat we steeds terugkeren naar de binnenkant, naar een zuiver hart, vragen we om de Heilige Geest om steeds hoofdzaken en bijzaken te kunnen onderscheiden zoals Jezus ons heeft voorgedaan. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor vluchtelingen overal ter wereld, dat wij in onze welvarende landen ruimte durven maken voor hen die alles hebben moeten achterlaten. Dat we ons eigenbelang overwinnen vanuit de Christelijke naastenliefde en zo de wereld wat leefbaarder maken. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat wij ruimhartig zijn voor hen die zoekend zijn, dat we begrip hebben voor hen die niet alle gewoontes kennen, dat we zicht hebben op de oprechte bedoelingen van anderen en dat ook waarderen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen in dit jaar van het gezin. Wij bidden op voorspraak van Sint Jozef voor de gezinscatechese, dat we als gemeenschap ouders en kinderen weten te ondersteunen op hun geloofsweg, zodat zij in staat zijn in deze wereld de weg met Christus en zijn Kerk te gaan. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top