skip to Main Content

Op het feest van Christus Koning worden we uitgenodigd om na te denken over de manier waarop Christus koning is. Wat zegt dat over Hem en wat zegt dat over ons?

Eucharistieviering in de federatie RRM – H. Laurentius, in de kerk van de H. Liduina (Hillegersberg) en de geloofsgemeenschap van Overschie, weekeinde van 20 en 21 november 2021, om 19.00 en 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: B2021DHJ34B

Lezingen

E.L: Daniël 7, 13-14
Psalm: Ps. 93 (92), 1 ab, 1c-2, 5
T.L: Apokalyps 1, 5-8
All. Vers. Marcus 11, 10
EV: Johannes 18, 33b-37

Homilie

Op het feest van Christus Koning lezen we een tekst vanuit de rechtbank, vanuit de rechtspraak. Pilatus is hier de rechter en hij vraagt Jezus: “Zijt gij de koning der Joden?” Blijkbaar heeft dit iets met de beschuldiging te maken en is het strafbaar om jezelf koning van de Joden te noemen. De tegenstanders uit Judea gebruiken dat argument ook als ze roepen: “Als ge die man vrijlaat, zijt ge geen vriend van de keizer. Wie zich voor koning uitgeeft, komt in verzet tegen de keizer.” Jezus antwoordt op de vraag van Pilatus: “Mijn koningschap is niet van deze wereld. Zou mijn koningschap van deze wereld zijn dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd. Mijn koningschap is evenwel niet van hier.” Pilatus moet rechtspreken, maar hij staat in een dilemma. Hij vindt geen schuld in Jezus maar voelt zich klemgezet door de opgehitste menigte: “Zal ik dan uw koning kruisigen?” roept hij. Dan is het extra opvallend wat de hogepriesters dan antwoorden: “Wij hebben geen andere koning dan de keizer!”

“Wij hebben geen andere koning dan de keizer!” Wat moet je van die uitspraak denken. Sommige exegeten stellen dat dit nooit zo gezegd kan zijn. Andere stellen dat dit anders zo niet zou zijn opgeschreven. Om hier iets meer van te begrijpen moeten we terug naar de eerste officiële koning in Israël. Koning Saul. Het is de profeet Samuel die onder druk van de bevolking worstelt met deze vraag, ze willen een koning. Hij legt deze vraag aan God voor en krijgt dan het bijzondere antwoord: “Geef gehoor aan het volk, wat zij u ook vragen, want ze verwerpen niet u, maar Mij; Mij willen ze niet langer als koning”.

God spreekt bij monde van Samuel: “Ze verwerpen niet u, maar Mij; Mij willen ze niet langer als koning”. In Psalm 93 werd het nog gezongen: “Koning is onze God” en nu klinkt: “Wij hebben geen andere koning dan de keizer!”

Jezus staat voor de rechter: “Zijt gij de koning der Joden?” Jezus wil niet een veroordeling vanwege politieke spanningen. Zijn dood zal er zijn vanwege het ongeloof van Gods Volk. Daarom provoceert Hij Pilatus niet: “Mijn koningschap is niet van deze wereld. Zou mijn koningschap van deze wereld zijn dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd. Mijn koningschap is evenwel niet van hier.”

“Mijn koningschap is niet van hier”, als Pilatus dit hoort, denkt hij: “Nu heb ik je toch” want Jezus spreekt over “mijn koningschap”. “Gij zijt dus toch koning?” Dan pas volgen die bijzonder woorden van Jezus: “Ja, koning ben Ik. Hiertoe werd Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”

Koning van de waarheid. Dat is het koningschap waarvan Hij getuigt tegenover Pilatus: “Ik ben in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid.” Hij is Koning van de waarheid. En Jezus zegt meteen daarna: “Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.” Daarin hoor je een ander Woord van Hem doorklinken: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij” (Johannes 10, 27). Dat gaat over ons.

Van de opgehitste menigte die meebeweegt met de demagogie van de hogepriesters, die de keizer als hun koning erkennen en Jezus als koning afwijzen, gaan we nu naar onszelf. Wie erkennen wij als koning? Zijn wij degenen die luisteren naar zijn stem? Jezus zegt: “Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.” Zijn wij uit de waarheid? Zijn wij op zoek naar de waarheid, of wuiven wij het weg zoals Pilatus, met de opmerking: “Wat is waarheid?”

Die vraag is overigens tekenend voor heel de situatie, want Pilatus wacht niet op een antwoord. Het is zoiets als discussiëren over God. “Wat is God?” Zoals discussies in onze tijd over God meestal verlopen: “Iedereen heeft zijn eigen God.” “Je kunt God niet bewijzen”, dus je kunt net zo makkelijk zeggen: “God bestaat niet.” Zo lijkt Pilatus te denken over waarheid. Ieder zijn eigen waarheid, of: “De waarheid bestaat niet”.

Maar voor wie gelooft, bestaat God wel, en voor wie gelooft bestaat de waarheid ook. Daarvoor gaan wij deze keer niet te rade bij filosofen, al kunnen zij heel zinnige dingen over het bestaan van God zeggen en over waarheid filosoferen, maar wij gaan te rade bij Christus. Zo zegt Jezus op een goed moment: “Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij.” “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij” (Johannes 14, 1.6). En vandaag zegt Hij daarbij: “Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”

Hij die de waarheid is, getuigt van de waarheid. Pilatus staat tegenover de waarheid in levende lijve, maar hij herkent en erkent de waarheid niet omdat hij gevangen zit in zijn politieke belangen. Maar zij die uit de waarheid zijn, luisteren naar de stem van de waarheid, de stem van Christus, de stem van de Goede Herder. Daarvoor zijn we hier in de kerk. Om zijn stem te horen, om te luisteren en te verstaan. Dan wordt elk aards koningschap onbelangrijk, het is dan niet meer dan een functie in een maatschappelijk systeem. Het gaat om een totaal ander koningschap. Dat Hij Heer is van ons leven, ons denken, ons willen en doen. Ofwel God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht en uw naaste beminnen als uzelf. Dat is de waarheid en dan is Christus waarachtig koning in ons leven. Amen.

Voorbede

Wij bidden tot God die koning is van de waarheid.

Wij bidden voor de Kerk, voor allen die Christus erkennen als Koning van de waarheid, dat zij in deze tijd getuigenis afleggen van de waarheid, dat zij zelf naar die waarheid leven door in de praktijk van alledag de waarheid te doen in liefde voor God en de naaste. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze samenleving, waar waarheid en onwaarheid, nieuws en nep-nieuws door elkaar lopen. Wij bidden om Gods heilige Geest, dat wij meer en meer de wijsheid mogen verkrijgen om waarheid van leugen te onderscheiden; dat we in alles God zoeken als de Bron van waarheid. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden aan het einde van de kerkelijk jaar uit dankbaarheid dat God ons door deze coronapandemie leidt. Wij vragen om Gods hulp voor die landen waar nog steeds mensen sterven door deze ziekte of die zonder werk raken of andere problemen ondervinden. Dat de rijke landen hen genereus en snel te hulp schieten. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, in dit jaar van het gezin. Wij bidden op voorspraak van Sint Jozef; dat wij Christus als koning laten heersen in ons hart, in onze ziel, in ons verstand en in onze kracht, opdat wij meebouwen aan zijn koninkrijk van waarheid en gerechtigheid. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top