skip to Main Content

Op het feest van de Doop van de Heer mogen we denken aan ons eigen doopsel. Door Jezus mogen ook wij God ‘onze Vader’ noemen en zijn wij kinderen geworden van het Nieuwe Verbond.

Eucharistieviering in de kerken van Albertus Magnus (Blijdorp), de H. Laurentius en Elisabeth (Kathedraal), de H. Liduina (Hillegersberg), weekeinde van 9 en 10 januari 2021, om 12.00, 17.00, 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: B2021DOOPH1B

Lezingen

E.L: Jesaja 42, 1-7 / 55, 1-11
Psalm: Ps. 29 (28), 1a en 2, 3ac-4, 3b er7 9b-10 / Jes. 12, 2-3, 4bcd. 5-6
T.L: Handelingen 10, 34-38 / Johannes 5,1-9
All. Vers. Cf. Marcus 9, 6 / Johannes 1, 29
EV: Marcus 1, 7-11

Homilie

“Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” Dit is wat Jezus hoort als Hij uit het water opstaat. En er kwam een stem uit de hemel die dit zei; de stem van de Vader.

We zijn getuige van een heel persoonlijk moment. Zo schetst de evangelist Marcus het. De hemelse Vader zegt tegen Jezus: “Jij bent mijn Zoon; in jou heb ik welbehagen”. Mocht iemand hebben gedacht dat Johannes de Doper de Messias zou zijn, mocht Jezus dat in alle bescheidenheid ook hebben overwogen, dan breekt hier de hemel open. Johannes had het al gezegd: “Na mij komt die sterker is dan ik, en ik ben niet waardig mij te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb u gedoopt met water maar Hij zal u dopen met de heilige Geest.”

Waarom laat Jezus zich dopen en waarom klinkt nu, precies op dat moment de stem van de Vader? Eerst moeten we ons bewust zijn wat de doop van Johannes betekende. Bij de doop in de Jordaan ging je helemaal onder in het water. Johannes nodigde je uit om daarbij je zonden te belijden. Er is een hele rij mensen die een voor een in de rivier afdaalt om kopje onder te gaan, de zonden te belijden en als nieuw geboren uit het water op te rijzen. Jezus gaat in die rij staan. Hij voegt zich in de lange rij van mensen in onze geschiedenis en generaties. Hij gaat de weg van alle mensen, in eenvoud, bescheidenheid, nederigheid. Hij die geen zonde heeft gedaan, voegt zich in de rij van de zondaars.

Deze gang naar het doopsel van Johannes is een voorafbeelding van zijn kruisdood, als Jezus letterlijk de dood van de zondaars sterft. Op het kruis zal Hij uitroepen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” (Marcus 15, 34). De tegenhanger vinden we hier als de Vader Hem zijn nabijheid toont en zijn bevestiging: “Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in Jou heb Ik welbehagen.”

Jezus gaat de weg van Israël, van Gods Volk en daarmee gaat Hij de weg van alle mensen. Daarbij zijn momenten van intense godsverbondenheid en ook van godsverlatenheid. Die verbondenheid staat aan het begin van zijn openbaar leven. Die verbondenheid is nodig om later in de momenten van Godsverlatenheid stand te kunnen houden. Bij Jezus was het moment van de godsverlatenheid zijn moment in de Hof van Olijven en daarna stervend aan het kruis. Maar die godsverlatenheid kan in een mensenleven op verschillende momenten zijn. Er zijn heiligen die juist in hun sterven intens verbonden waren met God en tijdens hun leven diepe godsverlatenheid hebben ervaren.

Vandaag, bij zijn doopsel, ervaart Jezus een intense bevestiging van zijn hemelse Vader. Die bevestiging heeft Hij nodig als mens, want Hij maakt ook tegenslagen en beproevingen mee. Meteen na zijn doopsel door Johannes de Doper, zal Jezus de woestijn ingaan en de beproevingen van de Duivel ervaren. Hij kan dan teren op deze ervaring bij zijn Doopsel. Wetend dat de vader in Hem zijn welbehagen heeft.

Maar waar slaat die bevestiging van God de Vader op? Waarin weet Jezus zich nu bevestigd? Het is omdat Hij bereid is de weg te gaan zij aan zij met de zondaars. Dat Hij zich niet schaamt voor zondaar te worden aangezien. Dat Hij de zondaars niet ziet als afgeschreven, maar als mensen die een dokter nodig hebben, een heelmeester. Dat is een andere mentaliteit dat je bij de Farizeeën en veel schriftgeleerden tegenkomt. Een houding die je ook gemakkelijk in de Psalmen en in andere teksten bevestigd kan zien. Op het moment dat Jezus zich voegt in de stroom mensen die naderen tot Johannes in de Jordaan, heeft Hij zijn keuze voor de zondaars gemaakt. Daarmee heeft Hij meteen ook zijn kruisdood aanvaard, want dat is de weg die daarmee zal gaan. In het water ondergaan is symbolisch sterven. Uit het water opstaan is symbolisch verrijzen. Deze ervaring gaat vooraf aan wat drie jaar later zal gebeuren, als Jezus opstaat uit het graf. Dan zegt de Vader opnieuw: “Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in Jou heb Ik welbehagen” en staat Jezus op uit het graf.

Wij zijn hier samen als gedoopten, ook wij zijn door het water gegaan. Over ons is daarbij de Naam van de Drie–ene God afgeroepen. Daarmee heeft God ook tot ieder van ons gezegd: “Jij bent mijn kind, mijn veelgeliefd kind; in jou heb Ik welbehagen.” Ook voor ons is het doopsel een afleggen van het oude leven, de oude mens en een opstaan tot nieuw leven als een opnieuw geboren kind van God. Ons doopsel helpt ons in de momenten van Godsverlatenheid, om vol te houden. Weten dat je Gods kind bent, ook als je dat op sommige momenten niet kunt ervaren is een grote kracht, het is de kracht van het geloof, juist dan wanneer het gevoel, de beleving, de godservaring ontbreekt.

Het zou mooi zijn geweest wanneer we aan het begin van de viering rond hadden kunnen gaan met de besprenkeling met het doopwater. Daarbij zou dan het oude gezang Asperges Me, hebben kunnen klinken of een lied dat verwijst naar het doopsel. Dat kan nu niet vanwege de coronapandemie. Maar thuis kunt u wel een kruisteken maken met het doopwater, het wijwater. Als u dan een kruissteken maakt, herhaalt u de Naam van de Drie-ene God waarin u bent gedoopt, in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Weet dat God de vader u aanziet als zijn kind. Dat mag u helpen om alle mensen als kinderen van God te zien en de liefde te bewaren. Amen.

Voorbede

Wij bidden tot God die onze hemelse Vader is.

Wij bidden voor alle mensen die gedoopt zijn. Dat zij net als Jezus de bevestiging van Godswege verstaan: Dat zij Gods geliefde kinderen zijn. Dat zij weten door God bemind te zijn en dat dit besef hen bemoedigt en kracht geeft in de wisselvalligheden van ons aardse bestaan (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, om een vernieuwd inzicht en besef dat wij allen broeders en zusters zijn van elkaar en dat er voor God geen landen of grenzen bestaan. Vragen wij dat er een nieuwe mentaliteit mag groeien waarin de liefde voor elkaar, als kinderen van de Ene Vader, conflicten en oorlogen uitbant. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, om een gelovige verdieping van de genade van ons Doopsel. Dat met de stem van de Vader ook voor ieder van ons de hemel zich opent, zodat wij als kinderen van God eens deel krijgen aan het eeuwige leven. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor voor gezinnen en alleenstaanden, om vrede in het hart, dat we de ongemakken en moeilijkheden van de coronapandemie samen opvangen, dat we niet toegeven aan irritaties maar in alles de liefde laten overwinnen. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top