Voedsel om de weg van God te kunnen gaan en te voltooien; dat is niet het gewone voedsel dat we in de winkel kopen. Het is het voedsel dat God ons geeft voor onze ziel, een teken van Gods Goedheid en Voorzienigheid. Dat mogen we ontvangen in de Eucharistie.
Eucharistieviering in de parochiefederatie RRM, in de kerken van de H. Dominicus (Het Steiger) en de H. Hildegardis (Rotterdam Noord), weekeinde van 10 en 11 augustus 2024, om 09.30 uur en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: B2024DHJ19B
Lezingen
E.L: 1 Koningen 19, 4-8
Psalm: Ps. 34 (33), 2-3, 4-5, 6-7, 8-9
T.L: Efeziërs 4, 30-5, 2
All. Vers. Johannes 6, 64b en 69b
EV: Johannes 6, 41-51
Homilie
Wat overkwam de grote profeet Elia, dat hij vandaag in de eerste lezing totaal moedeloos neerligt en bidt: “Het wordt mij te veel, Heer; laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn vaderen”. Elia, de vuurprofeet, ligt hier onder de bremstruik en wil dood. Als iemand wel eens dat gevoel heeft gehad: “Heer, laat mij maar doodgaan”, dan is dat niet iets vreemds. Job heeft het gebeden. Elia heeft het gebeden en anderen. Toch heeft God hun gebed niet verhoord, Hij liet hen niet doodgaan. God is niet een God van de dood maar van het leven.
Hoe kwam Elia zover. Het loont de moeite om de hoofdstukken hiervoor in het boek der Koningen te lezen. Daar vindt u de strijd met de Baälprofeten, 450 man sterk. Elia daagde ze uit tot een Godsgericht. Laat God maar tonen wie de echte God is. Jullie maken een offer. Ik maak een offer en de God die met vuur antwoordt is de ware God. Ze nemen de uitdaging aan. Maar met het Baäloffer gebeurt niets hoe ze ook dansen en roepen. Als Elia zijn offer heeft bereid en tot God bidt, komt er vuur uit de hemel die het hele altaar met offerdier en water erbij verteert. De Baälprofeten worden terechtgesteld en gedood. Een enorm bloedbad. Daarna bidt Elia dat het weer mag gaan regenen en het gebeurt. De hongersnood gaat voorbij.
Je zou zeggen. Na zo’n hoogtepunt barst Elia toch van de energie en de moed en de kracht! God staat aan zijn kant. Maar wat blijkt. Koningin Izebel is woedend, want zij is een aanhangster van Baäl. Zij laat bekendmaken dat ze Elia binnen 24 uur zal laten doden. Elia vlucht dus voor zijn leven. En dat was de druppel. Na de jarenlange droogte, de hongersnood, de strijd met de Baälprofeten, de confrontatie met de koning. Moet hij nu vluchten voor zijn leven. Komt er dan nooit rust? Blijft de tegenstander dan steeds weer toeslaan? Elia is uitgeput. Dat is waarom hij vandaag in de eerste lezing tot God bidt: “Het wordt mij te veel, Heer; laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn vaderen”. Elia ziet zijn zending op niets uitlopen. Hij ziet niet dat zijn taak als profeet vrucht draagt.
U kent ongetwijfeld het bijzondere Woord van Jezus: “Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht” (Matteüs 11, 28-30). Elia is daar uitgeput. Hij bidt tot God. Maar God laat hem niet daar doodgaan. Hij geeft hem voedsel en drank. Tot tweemaal toe. Die tweede keer is de bevestiging dat God hem heeft gezien, dat God nog steeds aan zijn zijde is, dat God doorgaat met de strijdt. Dan staat Elia op, God doet hem weer opstaan en zet hem weer in beweging. Elia gaat op weg naar de Horeb om tot God te bidden en te horen wat hij moet doen.
Wat Elia daar ontving, uitgeput als hij was; was dit brood uit de hemel? Was dit engelenbrood? Nee, het was wel Gods Voorzienigheid die Elia hier twee keer achter elkaar mocht ervaren. Zo wordt dit brood toch een ander soort voedsel, een teken van Gods nabijheid en zorg, teken ook dat Elia door moet gaan.
Als Jezus zegt: ‘Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald’ dan is het niet vreemd dat zijn tijdgenoten even moeten nadenken wat Hij daarmee ikan bedoelen. Maar in plaats van op zoek te gaan naar wat Hij daarmee bedoelt, hebben ze hun oordeel al klaar. Wie denkt Hij wel dat Hij is? Hij is geen nieuwe Melchisédek van wie geen vader of moeder bekend was. Deze Jezus kennen we. Gewoon een mens. Wat beweert Hij dan als Hij zegt: ‘Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald’
Maar ook voor ons, hier en nu, is het van belang dat we proberen te verstaan wat Hij bedoelt. We kunnen natuurlijk heel snel zeggen: “O, dat weten we, Hij bedoelt de Eucharistie. In de Eucharistie is Hij het Brood des levens”. Maar hoe goed en waar die gedachte ook is. Toch moeten we verder denken.
Jezus zegt: “Niemand kan tot Mij komen als de Vader die Mij zond hem niet trekt”. Wat is dat, dat de Vader je trekt? Jezus openbaart ons de Vader, als de God die liefde is, die begaan is met de mensen, die oog heeft voor tollenaars en zondaars, die aandacht heeft voor zieken en hen geneest, God die de blinden doet zien en de lammen doet lopen, die de boetvaardige tollenaar vergeeft. Maar ook de God die zijn Zoon vraagt het kruis op te nemen en zijn leven te geven voor de zondaars. Zo openbaart Jezus God als onze Vader in de hemel en wordt de nieuwe Naam voor God: “Onze Vader”.
Spreekt die God je niet aan, trekt die God je niet, dan voel je je ook niet aangetrokken door Jezus. Wil jij een machtige god die straft, die de vijanden vernedert, de god van de wapens en van vernietiging, god die op de hand is van de rijken en de machtigen die steeds aan het langste eind trekken. Zoek je zo’n god, dan zal God de Vader van Jezus Christus jou niet trekken.
Ook wij staan in die strijd van Elia tegen de Baälprofeten, ook wij moeten steeds weer kiezen. Wij zijn geroepen zijn om beeld van God te zijn, dan is het belangrijk om God echt te kennen, God die liefde is. Want dat is een verschil tussen nacht en dag, tussen dood of leven. Zijn wij beeld van de machtige god die zich wreekt met geweld, of zijn wij beeld van God, de Vader van Jezus Christus, die vergeeft en geneest, waarbij Jezus zegt: “… leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen
De apostel Paulus begreep dat en schrijft in de tweede lezing: Wrok, gramschap, toorn, geschreeuw en gevloek, kortom alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen. Weest goed voor elkaar en hartelijk. Vergeeft elkaar zoals God u vergeven heeft in Christus. Dat is onze weg. Zo is Jezus ons Brood, zo komen wij weer tot leven, kunnen wij opstaan en met nieuwe kracht doorgaan. Amen.
Voorbede
Wij bidden tot God die ons voedt naar lichaam en ziel.
Wij bidden voor de Kerk, bijzonder voor allen die een kerkelijk ambt bekleden, dat de goedheid en de zachtmoedigheid van Christus hun leven mag bepalen, dat zij niet uit eigen kracht de wereld willen redden, maar Christus als het Levende Brood ontvangen om bij Hem weer kracht op te doen voor het werk dat hun is opgedragen. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze samenleving, om een nieuw inzicht in de oude strijd tussen goed en kwaad die speelt in onze harten, dat mensen tot een keuze komen voor de goedheid en liefde die Christus ons heeft getoond, dat dit ten goede mag komen aan heel de schepping. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat we door de H. Geest onze gemeenschap opbouwen, dat we navolgers zijn Jezus als God geliefde kinderen, dat we een leven van liefde leiden naar het voorbeeld van Christus. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen, voor alleenstaanden en echtparen, ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen; we bidden voor de vakantiegangers en de thuiskomers, dat we ons niet laten opslokken door de drukte van de wereld maar in geloof en vertrouwen de rust kunnen bewaren die we nodig hebben om met God en de naaste verbonden te blijven. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties