Vandaag horen we opnieuw over Jezus als het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Zijn Lichaam tot je nemen, zijn Lichaam aannemen en aanvaarden, is Hem tot je nemen, Hem aannemen, Hem aanvaarden. Dat is één worden met Hem, met wat Hij ons leert, wat Hij ons voordoet.
Eucharistieviering in de parochiefederatie H. Laurentius (RRM), in de kerk van de H. Lambertus (Kralingen), weekeinde van 17 en 18 augustus 2024, om 19.00 uur, 10.00 en 12.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: B2024DHJ20B (zie 2018)
Lezingen
E.L: Spreuken 9, 1-6
Psalm: Ps. 34 (33), 2-3, 10-11, 12-13, 14-15
T.L: Efeziërs 5, 15-20
All. Vers. Matteüs 11, 25
EV: Johannes 6, 51-58
Homilie
Deze zondag hebben we deel vier van de broodrede, de vierde zondag dat we niet lezen uit het Evangelie volgens Marcus, maar uit Johannes, waarbij Jezus spreekt over het Brood dat Hij zal geven. Volgende week het vijfde en laatste deel. Daarna lezen we weer verder uit het Evangelie volgens Marcus.
De vraag die we deze zondag stellen is: Wat bedoelt Jezus als Hij dit zegt: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld”? Waar heeft Jezus het dan over? Het is logisch dat we snel denken aan de Eucharistie. Bij het Laatste Avondmaal, zegt Hij letterlijk: “Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt”.
Dan hebben we ons antwoord al klaar op die vraag van de Joden: “De Joden geraakten daarover met elkaar in twist en zeiden: “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?”” Ons antwoord is dan: “Door de Eucharistie. Zo geeft Hij ons zijn vlees te eten.”
Toch lopen we dan het risico om zijn woorden te snel naar die ene kant uit te leggen, naar de Sacramentele kant; naar de liturgie. Het risico dat daarin zit is dat we niet verder nadenken over de vraag: Wat betekent het om Christus te eten en te drinken?
Ik herinner u aan enkele uitspraken van Jezus. De eerste is deze: “Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is” (Matteüs 7,21).
De tweede uitspraak is deze: “Dan zult ge opwerpen: In uw tegenwoordigheid hebben wij gegeten en gedronken, en in onze straten hebt Gij onderricht gegeven. Maar weer zal zijn antwoord zijn: Ik weet niet waar gij vandaan komt” (Lucas 13,26).
Je kunt dus eten en drinken in zijn tegenwoordigheid en toch niet deel te krijgen aan zijn redding. Over de Eucharistie schrijft Paulus: “Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt. Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het Lichaam en Bloed des Heren. Wij moeten onszelf onderzoeken, voor we van het Brood eten en uit de Beker drinken. Wie eet en drinkt zonder het Lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis. (1 Korinte 11, 26-29).
Het is dus niet zo dat als je de Communie ontvangt, je dan vanzelf ooit in de hemel komt. Het kan volgens Paulus zelfs averechts werken. Maar is dat niet in strijd met dit Woord van Jezus, als Hij zegt: “Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij.”? Hij belooft toch dat als wij hem eten, dat wij zullen leven door Hem!?
De eerste lezing kan ons op weg helpen. “De wijsheid heeft zich een huis gebouwd, zeven zuilen heeft zij zich gehouwen, haar vee heeft ze geslacht, haar wijn gemengd, haar tafel gereed gemaakt”. “Kom en eet van mijn brood, drink van de wijn die ik gemengd heb. Laat uw onnozelheid varen en u zult leven, bewandel de weg der wijsheid”.
Wanneer Jezus spreekt over zijn maaltijd van Brood en Wijn als zijn Lichaam en Bloed, klinkt dit begrip van de ware wijsheid door. Wanneer de apostel Thomas vraagt: ““Heer, … hoe moeten wij de weg kennen?” Antwoordt Jezus hem: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven” (Johannes 14, 5-6). Jezus heeft meer van zulke “Ik ben” uitspraken. U kent ze wel. 1. “Ik ben het brood des levens” (Johannes 6, 35 en 48). 2. “Ik ben het licht der wereld” (Johannes 8, 12). 3. “Ik ben de deur van de schapen” (Johannes 10, 7). 4. “Ik ben de goede herder” (Johannes 10, 11 en 14). 5. “Ik ben de verrijzenis en het leven” (Johannes 11,25). 7. “Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer” (Joh. 15,1).
Jezus zegt steeds “Ik ben”. Zo zegt Hij over het brood en de wijn: “Dit is mijn Lichaam”. Zijn Lichaam tot je nemen, aannemen, aanvaarden, is hem tot je nemen, Hem aannemen, Hem aanvaarden. Dat is één worden met Hem, niet alleen met zijn lichaam, maar met heel zijn leven, in je opnemen wat Hij ons leert, in je opnemen en nadoen wat Hij ons voordoet. Om die reden wijdt Johannes bij het Laatste Avondmaal niet uit over het brood en de beker, maar beschrijft hij uitvoering de voetwassing. Bij de voetwassing zegt Jezus: “Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een dienaar staat niet boven zijn heer en een gezant niet boven degene die hem gezonden heeft. Wanneer gij dit beseft: zalig gij als gij er naar handelt” (Johannes 13, 15-17).
Deelnemen aan de Eucharistie is ja-zeggen op de navolging van Christus. Deelnemen aan de Eucharistie en Amen-antwoorden bij de Communie; dat is deel krijgen aan zijn Lichaam, de Kerk. Het is Hem aanvaarden in de naasten, in je echtgenoot of echtgenote, maar ook in de arme en de verschoppeling. Het is één worden met Hem in het lijden en deel krijgen aan zijn overwinning. Het is met Hem sterven en met Hem verrijzen. Amen zeggen als je de Communie ontvangt is ja zeggen op zijn Nieuwe Verbond, dat Verbond van vergeving. Leven uit de Vergeving van God en die vergeving schenken, van harte, aan de naaste. Deelnemen aan de Eucharistie is Jezus navolgen. Deelnemen aan zijn Lichaam en Bloed is deelnemen aan heel zijn leven.
Jezus is de Wijsheid in levende lijve. Hij nodigt u en mij aan de Maaltijd van heel zijn leven. Door Hem zingen en spelen wij voor de Heer van ganser harte. Door Hem zeggen wij altijd voor alles dank aan God de Vader. Door Hem ontvangen wij het Brood des levens om te leven, nu reeds en in eeuwigheid. Amen.
Voorbede
Wij bidden tot God die ons voedt naar lichaam en ziel.
Wij bidden voor alle christenen, dat zij vol vreugde deel mogen hebben aan de Eucharistie. Dat allen door de verbonden met Christus groeien in verbondenheid met de naaste en dat zij, door Hem gevoed, kracht ontvangen om Hem na te volgen die de Weg ten leven is: (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze wereld, om het besef dat een mens niet leeft van het aardse brood alleen, dat de menselijke ziel ander voedsel nodig heeft, hemels voedsel, het beste geestelijk voedsel dat bestaat en dat Christus ons geeft. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor alle vakantiegangers, dat zij gezond en verfrist terugkeren. Voor onze parochiegemeenschap, dat de gelovige beleving van het mysterie van de Eucharistie ons allen aanzet tot grotere liefde voor Christus en het verlangen om te doen wat Hij heeft voorgedaan. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen, voor alleenstaanden en echtparen, ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen; we vragen om een dieper onderlinge verbondenheid. Dat de kracht van Christus’ Nieuwe Verbond in de Eucharistie allen dichter tot elkaar mag brengen (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties