Het is de één na laatste zondag van het kerkelijk jaar. Volgende week is het de laatste zondag met het hoogfeest van Christus Koning. Daarna begint de Advent. In de laatste dagen van het kerkelijk jaar, klinken ook lezingen over de laatste dagen. God is Heer van tijd en eeuwigheid.
Eucharistieviering in de federatie RRM – H. Laurentius, in de kerk van de H. Lambertus (Kralingen), weekeinde van 16 en 17 november 2024, om 19.00, 10.00 en 12.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: B2024DHJ33B (vgl. 2021)
Lezingen
E.L: Daniël 12, 1-3
Psalm: Ps. 16 (15), 5 en 8, 9-10, 11
T.L: Hebreeën 10, 11-14. 18
All. Vers. Matteüs 24, 42a en 44
EV: Marcus 13, 24-32
Homilie
Twee weken scheiden ons van de Advent. Maar voor we aan een nieuw kerkelijk jaar beginnen, staan we stil bij het einde van dit jaar, maar ook het einde in het algemeen. Volgende week vieren we Christus Koning. God is begin en eindpunt en Christus is Heer van deze Schepping. Paulus beschrijft het zo: In Christus is alles geschapen, in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem” (Kolossenzen 1, 16-17).
Vandaag spreekt Jezus over het einde. Om de lezing van vandaag te begrijpen, is hoofdstuk 13 van Marcus belangrijk. Jezus zegt: “Er zal strijd zijn van volk tegen volk en van koninkrijk tegen koninkrijk; er zullen aardbevingen zijn en hongersnood, nu hier, dan daar: dit is het begin van de weeën”.
Wat moeten we verstaan onder die strijd van volk tegen volk, van koninkrijk tegen koninkrijk. Volkeren voeren oorlogen, dat is zo oud als de mensheid. Maar hier gaat het over het Volk van God dat een strijd te voeren heeft tegen het volk dat niet God wil toebehoren. Het gaat hier om het Koninkrijk van God dat belaagd wordt door het koninkrijk van de wereld. Jezus zegt daarover: “Gij zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, zal gered worden” (vers 12-13).
Dan gaat Hij verder: “Bidt, dat het niet in de winter valt. Want die dagen zullen dagen van verschrikking zijn zoals er niet zijn geweest vanaf het begin toen God de wereld schiep, tot nu toe, noch ooit komen zullen” (vers 18 en 19). Daarna komt in vers 24 de lezing van vandaag: “ … na die verschrikkingen in die dagen zal de zon verduisteren en de maan zal geen licht meer geven …”
Wat betekent het dat de zon zal verduisteren. Is dat letterlijk bedoeld? Zoveel vulkaanuitbarstingen dat een as-wolk wereldwijd de aarde in het donker en in de kou hult? Gaat het over klimaatverandering? Dat kan natuurlijk. Maar we moeten ook de figuurlijke uitleg niet vergeten.
Als God de zon is van ons bestaan, en de zon verduistert, dan is er een Godsverduistering. Dan zijn het de aswolken van de menselijke arrogantie en het ongeloof die God aan onze blik onttrekt. Als het geloof wordt vervangen door menselijke verzinsels, schijnwetenschap, nepnieuws en complottheorieën, dan verdwijnt ook Maria uit beeld, zij is dan de maan die geen licht meer geeft. De heiligen die als de sterren aan het firmament van ons leven staan, worden neergehaal bij gebrek aan geloof.
Al tweeduizend jaar wordt over deze teksten uit het evangelie nagedacht. En steeds weer wordt gedacht dat dit moment is aangebroken. Toen de barbaren in 476 de stad Rome aanvielen en daarna gaandeweg het hele Romeinse Rijk verder instortte, dacht men dat het einde gekomen was dat Jezus hier beschrijft.
Als in 1789 de Franse revolutie uitbreekt en ook priesters en religieuzen onder de Guillotine komen, denken gelovigen in Frankrijk dat dit het einde is. En wat te denken van de opkomst van het Communisme en het Nazisme, de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. De geschiedenis is een lange reeks van oorlogen en rampen, grotendeels veroorzaakt door de mens zelf.
Aan de ene kant zijn er altijd die menselijke oorlogen, onverdraagzaamheid, oud zeer, wij-zij-denken, machtsongelijkheid, haat, wapenindustrie, opgeklopte stemmingen, complottheorieën, leugens, egoïsme, noem maar op. Wanneer we dat niet bestrijden, zullen oorlogen steeds het resultaat zijn. Maar bestrijden we het op de verkeerde manier, dan zijn oorlogen ook het resultaat.
Jezus zegt vandaag: “Hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan. Van die dag of dat uur weet niemand af, zelfs niet de engelen in de hemel, zelfs niet de Zoon, maar de Vader alleen.”
Blijkbaar is Jezus daar zelf niet nieuwsgierig naar. Hij laat dit aan de Vader. Wat Jezus ons laat weten is dat er altijd een strijd is en dat die strijd pas ophoudt als deze wereld aan zijn einde is. Dat betekent dat wij ons niet in slaap moeten laten sussen door welvaart, door beloften van de wetenschap, door mooie woorden van de politiek of door reclames van de commercie.
Die strijd was er al bij de aartsvaders, bij de trouwe gelovigen in het oude Israël en bij de Eerste Christenen, die strijd is er nu ook en zal blijven. Die strijd voeren we niet met aardse wapens, niet met geweld, gedreven door haat, maar met hemelse wapenen, met zachtmoedigheid, gedreven door de liefde. Niet doden, maar tot leven brengen, geen cultuur van de dood, maar een cultuur van leven, niet een netwerk van list en bedrog, maar een netwerk van liefde tot opbouw van een beschaving van liefde.
Die strijd is ook niet in de eerste plaats een strijd aan de buitenkant, die strijd begint in ons eigen hart, pas als Christus daar Koning is, kunnen we met zijn zachtmoedigheid standhouden in de strijd van alle tijden.
Jezus heeft daarbij nog een wonderlijke vergelijking als Hij zegt: “Trekt uit de vergelijking met de vijgenboom deze les: wanneer zijn twijgen al zacht worden en beginnen uit te botten, weet ge dat de zomer in aantocht is. Zo ook, wanneer gij al deze dingen ziet, weet dan dat het einde nabij is, ja voor de deur staat”. Dat einde zal dus zijn als het einde van een dodelijk kou in een strenge winter. De moeilijkheden zijn dan als de barensweeën van de nieuwe wereld waarvan we de lente al kunnen bespeuren. Het is deze hoop én het vertrouwen op de Vader, die Jezus ons vandaag meegeeft. Amen.
Voorbede
Wij bidden tot God die Heer is over tijd en eeuwigheid.
Wij bidden voor allen die Christus willen volgen, dat zij stand houden in de verdrukkingen van deze tijd, dat zij in alles de liefde bewaren, de hoop niet opgeven en het geloof behouden. Dat zij de goede strijd strijden met de geestelijke wapens van geloof, hoop en liefde, verdraagzaamheid en geduld. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze wereld. Dat we internationaal samenwerken om klimaatrampen op te vangen, oorlogen te stoppen en economische uitbuiting te beëindigen. Wij bidden dat niet alleen technische oplossingen wordt gezocht, maar dat er gewerkt wordt aan een mentaliteitsverandering in ons omgaan met elkaar en de schepping. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, voor allen die geconfronteerd worden met het einde, het einde van een baan, het einde van een relatie of ook het einde van het aardse leven; dat zij in Christus de bron van verrijzenis en eeuwig leven mogen vinden die hen hoop en toekomst biedt. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen, voor alleenstaanden en echtparen, ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen; we vragen Gods genade dat we ons niet hechten aan schijnbare aardse zekerheden, maar in het hier en nu Christus navolgen met onze blik gericht op de eeuwigheid. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties