skip to Main Content

Vandaag zijn we in slecht gezelschap, maar dat past ons wel, we zijn tenslotte geen haar beter dan Petrus die verzucht: “Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens.” En Jezus verdraagt ons slechte gezelschap, het lijkt er zelfs op dat Hij ons gezelschap waardeert en blij is met ons.

Eucharistieviering 3 en 4 februari 2007, om 17.00, 19.00 en 09.30 uur in de parochiekerken van De Goede Herder, de H. Jozef en de H. Willibrordus, te Wassenaar, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Eucharistieviering beluisteren vanuit de Willibrorduskerk te Wassenaar (MP3)

Preek beluisteren vanuit de Willibrordkerk te Wassenaar (MP3)

Preek: C2007DHJ05CAUFX

Lezingen

E.L.: Jes 6, 1-2a. 3-8.
T.L.: 1 Kor. 15, 1-11
EV.: Luc. 5, 1-11

Homilie

Waar sta je? Waar zit je? Ik bedoel nu niet dat ik u niet goed zou zien, hier in de kerk. Ieder heeft zo wel zijn of haar eigen plekje gevonden. Nee, waar sta je in het Evangelie? Hebt u zichzelf al een plaats gegeven? Aan de oever, vooraan, achteraan, tussen de anderen in, een beetje op afstand, gereserveerd, of enthousiast, hongerig naar zijn Woord, of nog dichterbij, bij Jezus is de boot? Mens waar ben je?

Vandaag een roepingsverhaal dat ook een bekeringsverhaal is. En het laatste komt het eerst. Het gaat over Petrus en zijn medewerkers, maar het gaat ook over u en mij. Het gaat over tweeduizend jaar geleden en het gaat over nu. Het gaat over een mens en het gaat over God, het gaat over tegenslag, onvruchtbaar werk, moedeloosheid, over de donkere nacht, over kinderen van de duisternis en over kinderen van het licht.

In dit Evangelie maakt Simon de visser de ontwikkeling mee naar Simon Petrus, de mensenvisser. Wij kunnen dus ook een ontwikkeling meemaken.

Waar sta je? Hoe zit je hier? Dat Woord van Jezus, het Evangelie, de preek, hoe horen we dat? Je kunt iets horen zonder te luisteren en je kunt luisteren zonder te horen. In beide gevallen ontbreekt er iets en dat is de innerlijke aandacht, de betrokkenheid op de ander, met een kleine en een Hoofdletter. Zoals Martha eens Jezus slechts ontving in haar huis, terwijl haar zus Maria Hem ontving in haar hart. Ook daar was het de jongere die voor de oudste kwam, de laatste die voor de eerste uitgaat.

Vandaag zijn we in slecht gezelschap, maar dat past ons wel, we zijn tenslotte geen haar beter dan Petrus die verzucht: “Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens.” En Jezus verdraagt ons slechte gezelschap, het lijkt er zelfs op dat Hij ons gezelschap waardeert en blij is met ons.

Stel dat u bij de medewerkers van Petrus hoort, zoals bijvoorbeeld Andreas, de broer van Petrus die hier niet genoemd wordt, of nog een andere niet genoemde leerling. Wat heb je in de afgelopen tijd al meegemaakt met Jezus? Jezus is al een poosje in Kafarnaüm geweest, toen, na de spanningen in Nazaret waar Hij de Synagoge was uitgegooid, was Hij naar Kafarnaüm gekomen, het dorp van Simon en Andreas, Jacobus en Johannes.

Het is allemaal een beetje overrompelend geweest. De afgelopen sabbat was Jezus in de synagoge, daar was een schreeuwende man met een troebele geest: ‘Jezus van Nazaret, wat moet Jij hier, wil je ons er hier soms uitgooien, Jij met je heiligheid van God!’ Maar Jezus had gezegd: ‘Wees stil, kom tot rust en weg met die troebele geest’. De man viel daarop flauw, maar meteen was alles over en toen hij bijkwam was hij helemaal hersteld.

Toen Simon dat had meegemaakt, had hij Jezus meteen uit bij hem thuis uitgenodigd, want zijn schoonmoeder had hoge koorts had en moest in bed blijven. Daar bleek dat Jezus ook de koorts de baas was. Hij pakte haar bij de hand en liet haar opstaan. Er was geen koorts meer en ze kon haar werk weer aan. Daarna ging het nog in een stroomversnelling verder. De mensen die het hoorden, en dat werden er steeds meer, want het ging als een lopend vuurtje door het dorp, allemaal brachten ze hun zieken naar Jezus toe en daar herhaalde zich hetzelfde tafereel, genezingen, schreeuwende mensen die zeiden dat Hij de heilige van God was.

Maar de volgende dag kon niemand Jezus vinden, Hij leek van de aardbol verdwenen. Pas na lang zoeken vonden ze Hem. Hij had de eenzaamheid opgezocht om te bidden. En meteen vertrok Hij naar andere dorpen om te preken. Iedereen wilde dat Hij bleef, maar daar trok Hij Zich niets van aan. Er was Iemand anders die bepaalde waar Hij heen moest. Een poosje was Hij niet meer in Kafarnaüm geweest en nu is Hij er weer. En toen de mensen hoorden dat Hij ging preken aan het meer, leek iedereen ineens vakantie te hebben, want het strand werd gewoon te klein.

Dat heb je meegemaakt, en je vraagt je af: “Wie is die man? Hebben ze gelijk gehad in Nazaret, is Hij gewoon een zoon van Maria, want we kennen zijn familie, of zou er meer aan de hand zijn?” Je twijfelt, wat zou Hij dan kunnen zijn? Je bent nieuwsgierig, maar ook een beetje moe, vanaf drie uur ‘s nachts heb je gevist met Petrus en zijn team, maar niets, helemaal niets gevangen. Is Hij een praatjesmaker of is Hij méér? Is Hij de zoveelste rabbi die omhoog valt, maar uiteindelijk niets te zeggen heeft, of heft God Hem omhoog?

Zo zit je in de boot, met Simon, de vakman, de visser, een man met gezag en visie, met durf en ondernemingszin. En dan zie je dat gebeuren, al die vissen, ruim twee boten vol, maar eerst die grote menigte aan het strand en nu die massa in de boot. Het leek alsof het niet langer de boot van Simon was, maar de boot van Jezus. En dan die reactie van Simon. ‘Heer’, zei hij; hij zei niet rabbi of meester, maar ‘Heer’. Ook Simon erkent dat Jezus de heilige van God is. ‘Heer’, zegt hij, ‘ga weg van mij, want ik ben een zondig mens’.

Dus blijkbaar had Simon ook getwijfeld. Was dat varen naar de diepte alleen een gebaar van beleefdheid geweest, van welwillendheid vanwege de genezing van zijn schoonmoeder, of omdat Simon vond dat Jezus mooi gesproken had. Eerst noemde hij Jezus alleen nog ‘meester’, toen hij zei: ‘Meester, heel de nacht hebben we hard gewerkt en niets gevangen, maar op uw woord zullen we de netten uitgooien’. Nu zegt Simon Petrus: ‘Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens’. Maar dan Jezus. Hij zei niet, vertel op, wat heb je op je kerfstok. Het leek wel of Jezus dat al wist. Het was meer zoals bij die man in de Synagoge, Jezus is de rust zelve; Hij zegt: ‘Wees niet bang’. En inderdaad, ze waren bang geworden, want dit was niet gewoon. Hier is God aan het werk. En dat is bedreigend, wie is veilig voor God dan alleen iemand die rein is van handen en zuiver van hart?!

Simon wist dus goed wat hij zei. Maar dat antwoord had hij niet verwacht: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’ Als Jezus het avontuur aangaat met Simon en zijn metgezellen, als Jezus dat durft, wie zou dan die uitnodiging in de wind slaan? Jezus heeft laten zien dat Hij een betere visser is dan Simon. Simon Petrus geeft zich gewonnen. Hij heeft de menigte gezien en blijkbaar wil Jezus verder. Dus, dat was voorlopig het laatste vistochtje, de netten konden nu voorlopig drogen. Ze waren naar de diepte gevaren, nu moesten ze op een andere manier de diepte in, met het Woord van Jezus. En dat geldt niet alleen voor Petrus en zijn metgezellen, maar voor u en mij, toen en nu, de diepte in met Gods Woord en met Simon Petrus mensenvissers worden voor zijn Koninkrijk. Amen.

Voorbede

Bidden wij tot onze Vader in de hemel.

Bidden wij voor de Kerk, voor paus en bisschoppen, de opvolgers van de apostelen. Dat zij luisteren naar het Woord van Christus om op het juiste moment de netten van het Evangelie uit te werpen en mensen samen te brengen in zijn wereldwijde Kerk. Laat ons bidden.

Bidden wij voor de wereld, geconfronteerd met grote vraagstukken zoals vrede en gerechtigheid, waarden en normen, onvrijheid en milieuproblemen. Dat het Woord van Christus de richting mag wijzen naar een nieuwe toekomst. Laat ons bidden.

Bidden wij voor allen die twijfelen. Dat zij ontdekken dat God Mens geworden is in Christus en dat zijn Kracht in zijn Evangelie en de sacramenten ons op weg helpt. Laat ons bidden.

Bidden wij voor de kinderen van onze parochies, onze Communicanten en vormelingen. Dat zij werkelijk geraakt worden door de liefde van Christus. Dat zij verwarmd door het vuur van de heilige Geest, kracht vinden om Jezus na te volgen. Laat ons bidden.

Back To Top