skip to Main Content

Gelooft u in de verrijzenis? En wat betekent voor u “eeuwig leven”?

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van de H. Willibrord (Oegstgeest) en de H. Joannes de Doper (Katwijk), weekeinde van 5 en 6 november 2016, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Eucharistieviering beluisteren vanuit de H. Willibrord te Oegstgeest (MP3)

Preek beluisteren vanuit de H. Willibrord te Oegstgeest (MP3)

Preek: C2016DHJ32CAUFX

Lezingen

E.L: 2 Makkabeeën 7, 1-2. 9-14
Psalm: 17 (16) 1,5-6,8b en 15
T.L: 2 Tessalonicenzen 2, 16-3, 5
All: Apokalyps 2, 10c
EV: Lucas 20, 27-38 of 20, 27. 34-38

Homilie

Gelooft u in de verrijzenis? En wat betekent voor u “eeuwig leven”? Vandaag hebben we een paar heel interessante lezingen. De eerste lezing over zeven broers die gefolterd en gedood worden met hun moeder, komt uit het boek Makkabeeën. Dit boek gaat over een strijd van het Joodse Volk in de tweede eeuw voor Christus. Over die strijd zou veel te zeggen zijn, maar het interessante punt voor vandaag is dat het boek spreekt over ‘verrijzenis’.

In het Evangelie hoor je over de Sadduceeën die ontkennen dat er verrijzenis bestaat. Wat geloofden zij dan wel? De oudste Joodse overleveringen spraken over een dodenrijk, de Sheol. Daar leefden de schimmen, als je al van leven kan spreken, het was een schimmenbestaan. Soortgelijke ideeën leefde ook bij de Babyloniërs en bij de Grieken, met de Aralu en de Hades.

Waar komt nu het idee van verrijzenis vandaan? Bij de profeet Jesaja, ruim zevenhonderd jaar voor Christus, kom je al iets tegen. “God zal de dood overwinnen” (Jes. 25,8), schrijft Jesaja en: “uw doden zullen weer leven” (Jes. 26,19). Maar dat kan een soort verrijzenis van Gods Volk zijn en binnen Gods Volk; er zullen nieuwe helden opstaan en Gods Volk zal herleven. Net als bij de profeet Ezechiël zeshonderd jaar voor Christus, die zijn visioen beschrijft van een vallei vol doodsbeenderen die weer tot leven komen (Ezechiël 37). Daarnaast kennen we ook nog hemelvaartverhalen, zoals van de profeet Elia (2 Kon. 2,11). Er is dus gedurende zevenhonderd jaar voor Christus een ontwikkeling in het denken over een voortbestaan na de dood. Zo ontstonden er ook ideeën dat er in de onderwereld verschillende verblijven waren, aparte verblijven of situaties voor goede mensen en voor slechteriken.

Dat maakt die eerste lezing extra interessant, omdat die moeder en haar zonen zo uitgesproken spreken van verrijzenis en nieuw leven. De schrijver van dit boek, schrijft dit verhaal op, ongeveer honderd jaar voor Christus. Maar de discussie leeft dan nog volop. Net als sommige mensen ook nu zullen zeggen: “Verrijzenis is onzin” en anderen zeggen: “Natuurlijk is er verrijzenis”.

Voor ons, Christenen, is doorslaggevend wat Jezus ons leert. Hij is de definitieve leraar in ons geloof. Daarom verdiepen we ons steeds opnieuw in het Evangelie en denken we na over zijn woorden. We gaan daarbij te rade bij grote denkers over ons geloof in de afgelopen tweeduizend jaar, maar Hijzelf blijft onze Leraar en onze Bron.

We worden geraakt door de heldhaftige standvastigheid van deze moeder met haar zonen. Daarbij ging het om een voorschrift van de Wet. Varkensvlees is een ongeoorloofde spijs voor de Jood die de Wet van Mozes volgt. Maar ten diepste gaat het niet om het varkensvlees zelf. Jezus zal later alle spijzen rein verklaren (Marcus 7,19b). Het gaat erom dat zij door te gehoorzamen aan de Wet van Mozes, gehoorzaamden aan God. Terwijl koning Antiochus wil dat ze aan hem gehoorzamen. Uiteindelijk is dat in onze tijd hetzelfde, al spreken we dan niet over gehoorzamen, het komt op hetzelfde neer; volgen wij de wereld of volgen wij de Kerk? Wat hebben wij ervoor over om tegen de grote stroom van deze maatschappij op te roeien, wat mag het ons kosten; ons bloed?

Terug naar de verrijzenis. Dat bewustzijn, dat geloof, die overtuiging dat God de doden tot leven roept, gaf deze moeder met haar zonen kracht om vol te houden. Terwijl zij Jezus met zijn verrijzenis nog niet hadden meegemaakt. Wij leven in de tijd na Jezus, wie Hem gelooft en in Hem gelooft, heeft het in zekere zin makkelijker. In de discussie met de Sadduceeën geeft Jezus helder en duidelijk zijn visie op het leven na de dood. Er is geen twijfel mogelijk, Hijzelf leeft toe naar zijn eigen dood, die een overwinning op de dood zal worden. Niet door eeuwig op aarde te leven, maar door zichzelf volledig toe te vertrouwen in de handen van de levende God, want voor God zijn allen levend.

De Sadduceeën proberen met een overdreven voorbeeld het idee van verrijzenis belachelijk te maken. Maar daarmee lopen ze in hun eigen val. Door hun gebrek aan geloof en gebrek aan ruimte in hun denken over een andere werkelijkheid, een andere wereld, blijft alles beperkt tot wat ze hier en nu kennen. In feite is het een beperkt denken over God. In hun idee over God is er geen ruimte voor een leven van mensen in en bij en met en door God.

Dat beperkte denken, zet zich in onze tijd door, waar Joden en Moslims en vele anderen niet kunnen geloven dat God Mens is geworden in Christus en evenmin geloven dat Christus is verrezen. God is anders en groter dan ze zich voorstellen. Dat heeft Christus ons geopenbaard.

Weten wij nu wat de verrijzenis is? Er is natuurlijk verschil in geloven dat een mens tot nieuw leven verrijst of weten hoe dat is en wat dat is. Daarover zegt Jezus ook niet veel, maar dit is duidelijk: In de hemel ben je niet meer getrouwd, je krijgt ook geen kinderen meer, we zullen zijn als de engelen die God dienen. Engelen sterven ook niet en zo zullen wij ook niet meer sterven. Engelen leven in en uit en door en met God. Zo zullen ook wij leven. De grote werkelijkheid is God zelf, die zoveel groter is dan wij ons kunnen bedenken.

Geloof in de verrijzenis begint dus in een groter geloof in God. Dat is het geloof van onze Kerk, dat heeft Jezus ons gegeven. Met Hem als Leraar, met hem als Herder en Verlosser, met Hem die de dood heeft overwonnen, kunnen wij ons aan die grotere God toevertrouwen. In zijn handen zijn wij veilig en in en met en door God zullen we eeuwig leven. Amen.

Voorbede

Bidden wij vol vertrouwen tot God, onze barmhartige Vader.

Wij bidden voor de Kerk, dat zij het geloof in de verrijzenis blijft verkondigen en ervan blijft getuigen. Wij vragen dat dit geloof aan alle gelovigen kracht geeft om staande te blijven bij twijfel en tegenslag, bij ziekte en dood. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, bijzonder voor hen die niet geloven in het eeuwige leven, dat er ruimte mag komen in hun denken en voelen voor de grotere werkelijkheid die God is, door het geloof dat Jezus ons openbaart. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie van de Heilige Augustinus en voor onze parochiekern, dat wij als gelovigen stand houden tegen grote stroom van ongeloof in onze tijd en dat we open staan voor de ervaringen van verrijzenis in het dagelijks leven. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat allen mogen groeien in de verbondenheid die verder reikt dan de dood, dat het perspectief op eeuwig leven hen doet opstaan en doet volhouden. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top