skip to Main Content

Beminnen, actief liefhebben, is niet zomaar een warm gevoel, niet de hartstocht, ook niet de stemming van dit moment, het is metterdaad liefhebben dag in dag uit.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerk van de H. Willibrord (Oegstgeest) en de H. Joannes de Doper (Katwijk – Eerste Communie), weekeinde van 9 en 10 april 2016, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Eucharistieviering beluisteren (MP3)

Preek beluisteren (MP3)

Preek: C2016TMP03CAUFX

Lezingen

E.L: Handelingen der Apostelen 5, 27b-32. 40b-47
Psalm: 30 (29) 2 en 4, 5 en 6, 11 en 12a en 13b
T.L: Apokalyps 5, 11-14
Vers: Lukas 24, 26
EV: Johannes 21, 1-19 of 21, 1-14

Homilie

Laten we vandaag beginnen met het eerste Gebod, op de manier zoals Jezus het ons in het Evangelie aanreikt: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. (Matteüs 22,37-39)” Al in het Oude Testament is beminnen het Eerste Gebod. Beminnen in de zin van actief liefhebben, zoals ouders hun kinderen doen, zoals man en vrouw door er voor elkaar te zijn, door lief en leed te delen en de ander met zijn of haar zwakheden te accepteren en lief te hebben. Dat is niet zomaar een warm gevoel, niet de hartstocht, ook niet de stemming van dit moment, het is metterdaad liefhebben dag in dag uit.

Vandaag horen we Jezus aan Petrus vragen: “Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben?” Wat vraagt Jezus hier aan Petrus? Dat komen we pas op het spoor als we verder lezen: “Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: ‘Hebt ge Mij lief?’”

Die derde vraag maakt duidelijk dat Jezus weet van Petrus verloochening. Maar Jezus vraagt niet: “Petrus, ben je bereid voor Mij uit te komen? Petrus, ben je bereid over Mij te getuigen? Petrus, ben je bereid Mij als jouw Heer en Leraar te erkennen?” Dat zou een antwoord zijn op verloochening. Petrus had gezegd dat hij Jezus niet kende en dat hij geen leerling van die man was. Maar dit alles vraagt Jezus niet. Jezus vraagt: “Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben?”

De liefde is het eerste gebod en Jezus vraagt aan Petrus of hij Hem liefheeft. Niet zomaar, maar meer dan de anderen. Al die andere vragen: “Ben je bereid voor Mij uit te komen? Ben je bereid voor Mij te getuigen? Ben je bereid Mij als jouw Heer en Leraar te erkennen?” die komen op de tweede plaats. Waarom weende Petrus bittere tranen, toen Jezus hem aankeek? Dat was na zijn derde verloochening, waarop meteen de haan kraaide. Petrus had de liefde verloochend, de echte liefde, de zelveloze liefde, de trouwe liefde. De liefde van Petrus had iets van stoere mannelijkheid, bijna opschepperig, overtuigd van zijn kracht, met een gebaar van bescherming. Maar die liefde is te weinig, die houdt geen stand, die blijft onzuiver. Zijn tranen hebben zijn liefde gezuiverd. Door zijn verloochening kwam Petrus naakt te staan tegenover Jezus, tegenover zichzelf en tegenover de omgeving. Er bleef niets over van al zijn pretenties. En het erge was dat Jezus het had voorzegd. Patrus had het kunnen weten. Maar hij had het niet geloofd, zo overtuigd was hij van zichzelf.

Nu vraagt Jezus driemaal: “Heb jij Mij lief?” Dit heeft dus niets meer te maken met liefdoenerij, met een soort evangelische romantiek of gevoel, het is een vraag die wijst naar de keiharde realiteit. Alsof man en vrouw met een buitenechtelijke affaire worden geconfronteerd, elkaar voor rotte vis hebben uitgemaakt, alle botsingen en ergernissen van de jaren ervoor naar elkaars hoofd hebben geslingerd, zo’n crisis die negen van de tien keer uitloopt op scheiding; als dan na enige tijd de vraag klinkt: “Heb jij mij lief?”

Dan schroom je om zomaar, al te snel “Ja.” te zeggen, net als Petrus hier. Hij zegt: “Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin.” Petrus wordt steeds bescheidener, want hij beseft dat zijn liefde voor Christus, niet kan tippen aan Christus’ liefde voor ons. De Liefde waarmee Jezus de kruisweg en de kruisdood heeft aangenomen en volbracht voor ons, van die liefde voelt Petrus zich nog mijlenver verwijderd. De liefde van Petrus is maar beperkt, is maar klein, is zondig en afhankelijk van omstandigheden.

Hoe bijzonder is het dan dat Jezus met Petrus verder gaat! Door de wonderbare visvangst, gaan de ogen open voor zijn aanwezigheid. Hun ogen gaan open voor het eeuwig leven waar Jezus borg voor staat. Petrus die van visserman, mensenvisser is geworden, wordt nu herder en opvolger van Jezus op aarde. Daarvoor is één ding als eerste nodig, net als in het eerste gebod: “Heb jij mij lief?”

De wonderen en de tekenen van Jezus, waren er alleen om de leerlingen te overtuigen van de waarheid waar Jezus voor staat. De uiteindelijke opdracht is de liefde die Jezus ons heeft geleerd. De liefde waarmee Jezus zijn leerlingen, de mensen en ons anno 2016, heeft liefgehad en nog liefheeft, is van goddelijke oorsprong en van goddelijke maat.

Eén van de leerlingen heeft dat al eerder begrepen en heeft toen hij het Evangelie opschreef, zichzelf de naam gegeven: de leerling die door Jezus werd bemind. De liefde waarmee God zijn schepping in het leven riep en in stand houdt. De liefde waarmee God vol barmhartigheid heeft omgezien naar zijn Volk. De liefde waarmee Jezus vol geduld zijn leerlingen heeft onderricht en de mensen in ziekte en ellende te hulp kwam. Die liefde heeft Johannes gezien en ervaren, vanaf het allereerste begin. Zo is hij een ander mens geworden met een nieuwe naam, een door Jezus beminde mens.

Dat is de roeping voor ieder van ons. Gods liefde leren kennen, ontvangen, beantwoorden en doorgeven, zodat wij allemaal leerlingen worden, die door Jezus zijn bemind. Dan zal Jezus ons, net als aan Petrus, de plek geven in zijn Koninkrijk, die goed is voor ons en voor veel anderen. Dan weten wij wat liefde is en wat beminnen is en kunnen wij werkelijk “Ja.” antwoorden. Amen.

Voorbede

Christus, onze voorspreker is het mensgeworden gelaat van Gods barmhartigheid. Bidden wij vol vertrouwen.

Wij bidden voor onze Paus Franciscus die als opvolger van Petrus het herderschap over de kerk moet uitoefenen, dat zijn liefde voor Christus zich steeds mag verdiepen, zodat hij de kudde in liefde mag leiden. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, waarin de liefde vaak geschaad en gewond is, waar van liefde soms een karikatuur wordt gemaakt, dat alle mensen de liefde van Christus mogen leren kennen, ontvangen, beantwoorden en doorgeven. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochiegemeenschap, dat wij de tekenen van Christus’ aanwezigheid mogen herkennen, zodat Hij ons mag troosten, bemoedigen en sterken, dat wij zo vredebrengers worden in zijn Naam. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat de liefde als eerste gebod een sterke, hartelijke en trouwe liefde mag zijn, waardoor alles op zijn plek komt. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top