skip to Main Content

God roept ons, God roept ons om zijn Kerk te zijn, God roept ons om onze zending te vervullen. Onze oren mogen open gaan om zijn roep te verstaan.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van: de H. Willibrord (Oegstgeest), de H. Joannes de Doper (Katwijk) en de H. Willibrord (Oegstgeest), weekeinde van 29 en 30 juni 2019, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: C2019DHJ13C

Lezingen

E.L: Koningen 19, 16b. 19-21
Psalm: Ps. 16 (15) 1-2a en 5, 7-8, 9-70, 11
T.L: Galaten 5, 1. 13-18
All. Vers. Johannes 70, 27
EV: Lucas 9, 51-62

Homilie

In dit jaar van de roepingen komen we vandaag een paar roepingsmomenten tegen. Het is een goede gelegenheid om daar wat bij stil te staan. De Kerk is een gemeenschap van geroepenen. Het woord ecclesia komt uit het Grieks en betekent dat we weg geroepen zijn uit de wereld, uit je omgeving geroepen. Wie gedoopt is, is een geroepene. Is dat niet vreemd, dat God, de Almachtige God, God die de hemel en de aarde gemaakt heeft, God die hart en nieren doorgrond, God voor wie niets verborgen is, de Schepper van het leven, die mij beter kent dan ik mijzelf, dat God moet roepen. Kan God niet gewoon bepalen wat er moet gebeuren? Waarom roept God?

Deze vraag raakt niet alleen het mysterie van God maar ook het mysterie van de mens. Hoe hoog acht God de mens, dat Hij de mens roept. God vangt ons niet in een korset met touwtjes om ons te laten doen wat Hij wil. God maakt van de mens geen voorgeprogrammeerde of door Hem bestuurde robot, nee de mens is bestemd om in vrijheid God lief te hebben en te dienen, precies zoals God zelf in vrijheid liefheeft en dient.

God roept. We hoorden het in de eerste lezing. De profeet Elia roept Elisa als zijn opvolger. Maar roeping stuit vrijwel altijd op weerstand. Het is de weerstand in ons eigen hart, in ons denken, in onze plannen, in onze gehechtheden. God roept Elisa tot profeet, maar Elisa zegt: “Laat mij eerst afscheid nemen van mijn vader en mijn moeder; dan zal ik u volgen.”

We komen het bijna letterlijk opnieuw tegen in het leven van Jezus in het Evangelie van vandaag: “Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten.” Of die ander: “Heer, Iaat mij eerst terug gaan om mijn vader te begraven.” Het zijn begrijpelijke tegenwerpingen. We lezen tenslotte in de tien geboden: “Eert uw vader en uw moeder”.

Toch hanteert Jezus als het om roeping gaat een andere prioriteit. Bij roeping lijkt de gewone rangorde ineens niet meer te gelden. God roept! Onze Schepper roept! Onze hemelse Vader roept! Hij die alles tot het bestaan roept en die weet waartoe alles bestaat, Hij roept! Voor Jezus wijkt dan alles. Als dat waar is, als voor de roeping van God alles moet wijken, dan moet je dus wel heel goed opletten hoe en wanneer God roept.

Vandaag gaat het om een profetische roeping, de roeping Jezus te volgen en als leerling met Hem mee te trekken, de roeping alles los te laten en alleen nog voor de dingen van God in de weer te zijn. God roept echter ook op heel andere momenten. Jezus verwijt de priester en de leviet in zijn parabel van de barmhartige Samaritaan dat zij het slachtoffer wel zagen, maar in een boog om hem heen liepen. God roept ook met de stem van het slachtoffer. God roept op Lampedusa waar Italië weigert bootvluchtelingen aan land te laten, terwijl er meerdere landen zijn waar ze meteen naar toe mogen.

God roept, God dwingt niet. Onze vrijheid is Hem heilig, zo heilig dat God onze vrijheid herstelt. De mens van de erfzonde leeft altijd in onvrijheid in deze wereld. Dat hoorden we in de tweede lezing van Paulus: “Broeders en zusters. Voor de vrijheid heeft Christus ons vrij gemaakt”. Christus heeft ons dus vrij gemaakt. Waren we dan niet vrij? Inderdaad. Jezus zegt het al tegen zijn tijdgenoten. “Indien jullie trouw blijven aan mijn woord, zijn jullie waarlijk mijn leerlingen. Dan zult ge de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.(Johannes 8, 31-32). Er is een vreemd dilemma in de wereld. De wereld roept vrijheid, vrijheid, maar hoe harder ze roept des te meer verdacht het is. De vrijheid die de wereld ons biedt is geen vrijheid in de ogen van God. De vrijheid die Christus ons biedt is een innerlijke vrijheid, het is de vrijheid om honderd procent voor het goede te kiezen, vrij te zijn van elk eigenbelang, vrij van egoïsme, vrij van angst voor wat anderen denken, werkelijk vrij om met God mee te werken.

Die vrijheid is nodig voor de roeping. We worden geroepen tot vrijheid. Niet vrij om lekker te doen waar je zin in hebt, dat is geen vrijheid, dan ben je de speelbal van elke impuls die in je hoofd of je hart opkomt. Doen waar je zin in hebt, is het speeltje van de wereld die zoveel “leuks” aanbiedt dat je volledig vast raakt in al die speeltjes van de wereld.

Die vrijheid begint in het verlangen om God te dienen, om Gods wil te doen. Dan ontdek je vanzelf waar je nog niet vrij bent. Hoe word je dan vrij? Door de roeping zelf, door wat je in je leven overkomt. God roept tot vrijheid, zodat je mee kan werken met Hem die de Vrijheid Zelf is. Dat betekent dat Hij je stap voor stap wegroept van de dingen die je onvrij maken. Wie die weg opgaat, wordt zich bewust hoeveel onvrijheden er in het leven zijn opgestapeld, vanaf je geboorte tot vandaag toe.

Daar wil ik nog iets aan toevoegen. Verplichtingen zijn niet hetzelfde als onvrijheden. Tenzij het verplichtingen zijn die we onszelf onnodig aandoen of die de wereld ons oplegt. Goede verplichtingen komen voort uit de liefde en uit dat wat God van ons vraagt. Wanneer we ons daarvoor inspannen, doen we waarvoor we leven en beantwoorden we aan onze roeping, aan de bedoeling van ons bestaan; dan leven we in vrijheid. God roept ons, ieder van ons met een eigen roeping. Laat u vrij maken om met Hem mee te doen, mee te werken aan een netwerk van liefde en een beschaving van liefde. Amen.

Voorbede

Wij bidden tot God die barmhartig is.

Wij bidden voor de Kerk als een gemeenschap van geroepenen, dat iedere gedoopte zijn of haar roeping in alle vrijheid kan bewust worden en invullen, opdat allen met God meedoen tot genezing van de wereld. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze samenleving, om een helder inzicht in wat werkelijk vrij maakt of onvrij maakt, om bevrijding van hebzucht en machtsaanspraak, om bevrijding van manipulatie en onderdrukking, om vrijheid van Godsdienst en recht op leven. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat we ontdekken wat ons echt gelukkig maakt, het meedoen met God en de inzet voor Gods Koninkrijk, dat we werken aan een maatschappij waarin liefde voor God en de naaste de basis is voor het goede leven. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen; om de vrijheid onze talenten en mogelijkheden zo te benutten dat niet hebzucht en eigenbelang worden gediend, maar dat iedereen zich kan ontplooien naar Gods bedoeling, ieders roeping in Gods Koninkrijk. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top