skip to Main Content

Kunnen wij nog wachten en geloven en hopen? Die vragen komen op bij de lezingen van vandaag.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van: De H. Willibrord (Oegstgeest) en de H. Joannes de Doper (Katwijk), weekeinde van 10 en 11 augustus 2019, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: C2019DHJ19C

Lezingen

E.L: Wijsheid 18, 6-9
Psalm: Ps. 33 (32) 1 en 12, 18-19, 20 en 22
T.L: Hebreeën 11, 1-2. 8-19 of 11, 1-2. 8-12
All. Vers. Lucas 19, 38
EV: Lucas 12, 32-48 of 35-40

Homilie

Wat is het verschil tussen hopen en geloven? Het geloof de basis is van de hoop. Zo hoorden we in de tweede lezing: “Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen”. Hopen begint dus met geloven. Is er zo ook misschien een basis voor het geloof? Is er iets dat voorafgaat aan het geloof? Misschien moeten we onderscheid maken tussen geloof op grond van een geloofservaring en geloof op grond van verkondiging. We hoorden het net: “Door het geloof heeft Abraham gehoor gegeven aan de roeping van God”. Roeping gaat vooraf en roeping is een geloofservaring, door de roeping wordt je ziel geraakt door God. Door de roeping wordt het geloof gewekt dat er een Ander is die op jou betrokken is. God roept de mens tot leven, God roept en de mens antwoordt. Geloof op basis van roeping is een soort weten. Je weet dat je geroepen bent, je weet dat er een Ander is die jou heeft geroepen. Dat was de basis waarop Abraham kon geloven en kon wegtrekken uit zijn land.

Hoe was dat bij Sara? Had zij ook die roepingservaring? We lezen er niets over. Bij Sara kunnen we eerder spreken over geloof door verkondiging. Sara heeft geloof geschonken aan het woord dat Abraham heeft gesproken. Toch is haar geloof niet zwakker. We hoorden het: “Door het geloof heeft Sara de kracht tot vruchtbaarheid ontvangen”.

Zoiets hoorden we ook in de eerste lezing, over de uittocht uit Egypte. “De nacht van de uittocht uit Egypte was aan onze voorvaderen tevoren aangekondigd”. Mozes was geroepen door God. Die roeping was zo concreet, zo krachtig, dat hij er niet omheen kon. Het was een ontmoeting met God. Voor Mozes was het bestaan van God geen geloven meer, het was een werkelijkheid. Het volk dat hij moest meenemen had die ervaring niet. Zij gingen mee op het woord van Mozes. Zij moesten geloven dat het wáár was wat hij zei. Het volk kreeg wel ondersteuning in hun geloof, toen de plagen stuk voor stuk werden aangekondigd, tot en met de laatste plaag en de opdracht alles in gereedheid te brengen om te vertrekken uit Egypte. Voor het volk veranderde het geloof op basis van de verkondiging van Mozes, langzaam in geloof op basis van hun eigen ervaring, het werd een soort zeker weten.

Als je dat zo hoort, zou je kunnen denken dat geloven makkelijk is. De plagen in Egypte, de uittocht, de zee die wijkt, het manna dat neerdwarrelt, de twee stenen platen, vogels die als gebraden kippen in je mond vliegen, water uit de rots, wat heb je nog voor tekenen nodig? Het is toch duidelijk. Ja en nee. Geloof wordt dagelijks beproefd. Met geloof is het precies zoals met elke vorm van weten. Als ik vandaag een wetenschappelijk artikel lees, waarin met zekerheid wordt beweerd dat de resultaten wetenschappelijk vast staan, kan ik morgen een artikel lezen dat dezelfde resultaten onderuit haalt. De wetenschappelijke twijfel is zelfs onderdeel van de wetenschappelijke methode. In het gewone leven en in het geloofsleven is het niet anders.

Abraham, de man die geprezen werd om zijn grote geloof, zo groot dat hij zijn zoon bereid was te offeren, diezelfde Abraham besloot op aangeven van zijn vrouw om niet langer te wachten op die beloofde zoon en verwekte een zoon bij zijn slavin. De grote Abraham werd het wachten moe en nam zijn lot in eigen hand. Was dat bij Adam en Eva niet hetzelfde? De zonde in de tuin is een leerzaam geloofsverhaal. Als de slang lispelt dat God het hen niet gunde aan God gelijk te zijn door de kennis van goed en kwaad, konden zij niet langer wachten en namen hun lot in eigen hand.

Is onze tijd en onze generatie ook misschien het wachten moe? Na tweeduizend jaar is Jezus nog steeds niet teruggekomen. Dat had Hij toch beloofd!? De afgelopen eeuwen heeft de slang op talloze manieren gelispeld dat God niet bestaat, dat God een projectie is van onze verlangens, of dat God geen goede God is, aangezien er zoveel ellende op de wereld is, of dat je toch niet kunt weten of God bestaat, of dat alles wat we over God zeggen uit onze eigen gedachten komt. Hoe langer het duurt hoe meer de slang kan lispelen: dat het niet heilzaam is om te geloven, dat goed en kwaad niet bestaan of dat we zelf de norm zijn van goed en kwaad, of dat goed en kwaad relatief zijn, we hoeven niet eens meer te eten van de boom van kennis van goed en kwaad, God hoeft ons niet te zeggen wat goed of kwaad is, dat bepalen we nu zelf. Zo is er nu een generatie die niet meer luistert als God roept, die geen geloof meer hecht aan wat anderen hebben ervaren, die niet meer op zoek gaan naar de diepere antwoorden, omdat ze zichzelf genoeg zijn?

Jezus zegt: “Wordt het wachten niet moe”. “Gedraagt u als mensen die wachten op de terugkomst van hun heer die naar de bruiloft is om, als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen. Al komt hij ook in de tweede of de derde nachtwake, gelukkig die dienaars die hij zo aantreft”.

In Psalm 90 (vers 4) lezen we: “Voor U zijn duizend jaren als één dag, als gisteren dat al voorbij is, een uur van slaap in de nacht”. Laat die tweede of derde nachtwake zijn als dat uur in de nacht, als duizend jaar voor God, als het tweede en derde millennium, want: “Hij zal zich omgorden en hij zal hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen”. Dat is wat we hier als voorproef vieren, in deze Eucharistie. Hij nodigt ons aan zijn maaltijd, Hij komt ons nabij, Hij spreekt ons aan, Hij roept ons. Opdat we het wachten volhouden en voort blijven gaan op zijn weg, tot we eens binnengaan in zijn Rijk. Amen.

Voorbede

Wij bidden in geloof dat God zijn belofte gestand doet.

Wij bidden voor de Kerk, om een vruchtbaar geloof, waardoor wij durven hopen en uitzien naar de vervulling, opdat Gods Naam zal worden geheiligd, opdat Gods Rijk zal aanbreken, opdat Gods wil zal geschieden. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor de wereld, dat er een einde mag komen aan de cultuur van onzinnige twijfel, dat Gods roepstem wordt gehoord, dat de geroepenen hun stem doen horen die leidt tot geloof bij de hoorders, dat allen durven wachten en verwachten dat God zijn belofte gestand doet. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, om een standvastig geloof, dat we durven vertrouwen op de verkondiging door de Kerk van alle eeuwen, dat vertrouwen hebben in het Evangelie, dat we het geloof bewaren dat ons doet standhouden in de tijd. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen; dat we de tijd van wachten mogen zien als een kans, omdat ons tijd wordt gegeven voor bezinning en bekering, dat we de tijd benutten die God ons in zijn goedheid geeft. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top